Duurzame Zuivelketen 2030

Project

Duurzame Zuivelketen 2030

De Duurzame Zuivelketen is het pre-competitieve programma van zuivelondernemingen en landbouworganisaties voor het verder verduurzamen van de melkveehouderij. In overleg met stakeholders en in nauwe afstemming met het ministerie van LNV zijn in 2019 nieuwe duurzaamheidsdoelen vastgesteld voor 2030 op de thema’s klimaatverantwoorde zuivelsector, continu verbeteren diergezondheid en dierenwelzijn, behoud van weidegang, biodiversiteit, grondgebondenheid, verdienmodellen en veiligheid op het erf.

De doelen die de Duurzame Zuivelketen voor 2020 stelde zijn voor een groot deel gerealiseerd (o.a. met behulp van de PPS Duurzame Zuivelketen 2.0 in de periode 2016-2019) . De uitdaging voor 2030 zit zowel in de nieuwe ambities als in de integrale realisatie, zoals ze samen komen op het melkveebedrijf.

Doelen

In de PPS wordt gewerkt aan vier onderzoeksdoelen:

  • Pakketten van ontwikkelrichtingen voor melkveebedrijven, passend bij een aantal specifieke bedrijfstypen, waarin de DZK doelen op sectorniveau integraal worden gehaald.
  • Nieuwe verdienmodellen die veehouders voldoende stimuleren om stappen te zetten naar het integraal realiseren van de duurzaamheidsdoelen.
  • Een interventieaanpak die primair motiverend is voor veehouders en hanteerbaar door erfbetreders om ontwikkelrichtingen op bedrijfsniveau toepasbaar te maken.
  • Monitoring, evaluatie en inzicht in de impact van actuele beleidsontwikkelingen.

Integrale Maatregelen

Doel van het werkpakket Integrale Maatregelen is om de bestaande kennis op onderdelen van duurzaamheid op melkveebedrijven bij elkaar te brengen. Veelal is in onderzoek gekeken naar het effect van een te nemen maatregel op één duurzaamheidsthema. In de praktijk komen alle thema’s op het melkveebedrijf bij elkaar en moet de veehouder eigenlijk tegelijkertijd aan diverse doelen werken. Een maatregel die gunstig uitpakt voor één aspect (bijvoorbeeld klimaat) kan ongunstig uitpakken voor een ander aspect (b.v. ammoniakuitstoot). Een goede integratie van de kennis en een aanpak waarin perverse koppelingen worden vermeden om zo tot een integraal optimale duurzaamheidsaanpak te komen ontbreekt. Bovendien komen er grote verschillen tussen bedrijven én ondernemers voor.

In dit werkpakket wordt in beeld gebracht wat het effect van maatregelen is op alle duurzaamheidsdoelen op het melkveebedrijf, inclusief het verdienmodel voor de veehouder. Voor diverse bedrijfstypen wordt duidelijk welke sets van maatregelen genomen kunnen worden om een bijdrage te leveren aan de DZK doelen, wat het effect daarvan is op de doelen én het economisch resultaat. Ook wordt op sectorniveau in beeld gebracht wat de impact op nationaal niveau zal zijn over alle bedrijfstypen heen en hoe de ambitie voor de integrale verduurzaming van de melkveesector behaald kan worden.

Verander- en verdienmodel

In dit werkpakket worden mogelijkheden verkend om melkveehouders en hun erfbetreders te motiveren om aan de slag te gaan met de integrale duurzaamheid van het bedrijf, o.a. door in samenwerking met (regionale) overheden mogelijkheden te onderzoeken voor ontwikkelruimte of het wegnemen van barrières die verandering in de weg staan.

Hierbij wordt actuele kennis over potentiele interventies uit de gedragswetenschappen benut en vertaald naar de agrarische praktijk, en verkend wat de eventuele drempels voor verandering zijn (zowel bij de melkveehouder als de erfbetreder) en hoe die te ondervangen zijn. Hierbij wordt een aanpak ontwikkeld die gericht is op het versterken van de intrinsieke motivatie en begrip, zowel bij de ondernemers als de erfbetreders. Daarbij moet er een verdienmodel zijn om werken aan duurzaamheid mogelijk te maken; hiertoe worden mogelijkheden voor nieuwe samenwerkingen verkend, om tot een beter verdienmodel te komen.

Living Labs

In de Living Labs wordt verdiepende kennis uit de werkpakketten “Integrale maatregelen” en “Verander- en verdienmodel” ingezet en gezamenlijk doorontwikkeld in praktijkcasussen. Er zijn in eerste instantie drie Living Labs opgericht:

  1. Home Made eiwit: In dit Living Lab wordt getracht het eiwitmanagement op melkveebedrijven naar een hoger plan te brengen, met als doel 65% eiwit van eigen land. Dat betekent: goed voeren en goed telen! Zie voor meer informatie de projectpagina.
  2. Kruidenrijk grasland: Er zijn twee belangrijke typen kruidenrijk grasland te onderscheiden: extensief en productief kruidenrijk grasland. In dit Living Lab worden in samenwerking met het Louis Bolk Instituut beide typen vergeleken met regulier productiegrasland, om te onderzoeken wat hun bijdrage is aan de biodiversiteit en aan ecosysteemdiensten, welke factoren van belang zijn voor de agrarische productie en wat mogelijke risico’s en kansen zijn voor diergezondheid en melkkwaliteit. Voor meer informatie: Nick van Eekeren.
  3. Verlenging levensduur: Verlenging van de levensduur van melkkoeien werkt in principe voor alle Duurzame Zuivelketen duurzaamheidsthema’s gunstig, inclusief voor het verdienmodel van de melkveehouder. Er is veel over bekend, maar desondanks is er in de praktijk nog weinig vooruitgang in de gemiddelde levensduur van melkvee. Voor een deel spelen externe oorzaken een rol (bijv. de introductie van fosfaatrechten), maar ook andere factoren zoals het ontbreken van een gedeelde visie van ondernemer en erfbetreders. Dit living lab richt zich vooral op de rol van de ondernemer en de erfbetreders en hun onderlinge interactie in het proces om tot verlenging van levensduur te komen. Het gaat dus niet zozeer om technische maatregelen, maar om een verbeterde samenwerking om het doel te behalen.

Monitoring Voortgang

In een wetenschappelijk verantwoorde “sectorrapportage” wordt voor de maatschappij en de PPS partners gemonitord in welke mate de duurzaamheidsdoelen worden gerealiseerd en waar het nodig is om bij te sturen, zowel in de aanpak van het initiatief Duurzame Zuivelketen als bijsturing van het onderzoek binnen deze PPS. In het verleden werd de sectorrapportage jaarlijks gepubliceerd op de website van Duurzame Zuivelketen. In dit werkpakket wordt de opzet qua vorm, inhoud, publicatiefrequentie en communicatiekanaal herzien om een actueel overzicht te krijgen op de vernieuwde duurzaamheidsthema’s en snel te kunnen bijsturen.

De PPS “Toekomstbestendige en verantwoorde zuivelsector: Integrale realisatie duurzaamheidsdoelen 2030 Duurzame Zuivelketen” is een publiek-private samenwerking tussen het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en een consortium van ZuivelNL, Louis Bolk Instituut, Royal Bel Leerdammer, WNF en Rabobank en wordt aangestuurd door de Duurzame Zuivelketen. De PPS valt onder het topsectorbeleid van de overheid, namelijk onder de Topsector Agri & Food.