Verhoging veestapelbenutting leidt tot besparing op voeraankoop en mestafzet

Nieuws

Verbetering veestapelbenutting leidt tot besparingen

Gepubliceerd op
21 augustus 2014

De KringloopWijzer geeft inzicht in de relatie tussen het stikstofoverschot en –benutting op het bedrijf. Hieruit blijkt dat de verbetering van de bedrijfsbenutting leidt tot een besparing op voeraankoop en mestafzetkosten.

In deel 1 van deze serie over de KringloopWijzer werd duidelijk gemaakt dat door een verhoging van de bedrijfsbenutting de voerkosten dalen. Maar hoe is die verhoging van de bedrijfsbenutting te realiseren? Welke maatregelen moet de ondernemer nemen om dit in de praktijk te realiseren. Om dit inzichtelijk te maken starten we met het verband te laten zien tussen de bedrijfsbenutting, veestapelbenutting en bodembenutting.

Figuur 1. Het verband tussen de stikstofbenutting van het bedrijf, veestapel en bodem.
Figuur 1. Het verband tussen de stikstofbenutting van het bedrijf, veestapel en bodem.

Uit figuur 1 is een sterk verband waar te nemen tussen de benutting van het bedrijf en bodem, maar niet tussen bedrijf en veestapel. De variatie rondom de benutting van de bodem is veel groter dan de variatie rondom de benutting van de veestapel. Het sterke verband tussen bedrijf en bodembenutting betekent dat een verbetering van de benutting op bedrijfsniveau gemakkelijker wordt gerealiseerd door verbetering van de bodemefficiëntie. Het is dus mogelijk om meer voer bij dezelfde input  van het eigen land te realiseren. Een verbetering van de efficiëntie in de veestapel lijkt van minder belang voor een hogere benutting op bedrijfsniveau. Zo kan de indruk ontstaan dat verbeteren van de benutting van de veestapel niet rendabel is. Maar niets is minder waar blijkt uit de figuren 2 en 3.


Figuur 2. Het verband tussen het stikstofbenutting van de veestapel en de stikstofexcretie per ton melk.
Figuur 2. Het verband tussen het stikstofbenutting van de veestapel en de stikstofexcretie per ton melk.

Benutting veestapel en stikstofexcretie

Figuur 2 laat het verband zien tussen de benutting van de veestapel en stikstofexcretie uitgedrukt per ton melk. Dit is het BEX verhaal. Dat wil zeggen dat het verbeteren van de stikstofbenutting in de veestapel leidt tot een lagere stikstofexcretie. Gemiddeld bedroeg op ruim 600 bedrijven de stikstofbenutting van de veestapel 24,5 procent met een standaardafwijking van 2 procentpunten. Het gros van de benuttingswaarden bevindt zich tussen de 22,5 en 26,5 procent. Voor een groot aantal van deze bedrijven moet het dus mogelijk zijn om de stikstofbenutting met 1 procentpunt te doen stijgen. Van 23,5 naar het gemiddelde van 24,5 procent. Wat heeft deze verbetering van (financiële) gevolgen op die bedrijven?

Minder mest afvoeren

Op basis van de gevonden relatie uit Figuur 2 daalt dan de stikstofexcretie per ton melk met 1 kg. Van 17,5 tot 16,5 kg N per ton melk. Als voorbeeld nemen we een  bedrijf met 40 ha grond die  800.000 liter melkt. Dat is 20.000 liter per hectare, wat betekent dat het bedrijf mest moet afvoeren. We gaan er van uit dat de afvoer op basis van stikstof is. Door die 1% betere benutting van de veestapel hoeft er 800 kg stikstof minder met mest te worden afgevoerd. Uitgaande van een stikstofgehalte van 4 kg per ton is dat totaal 200 ton. Bij een afzetprijs van €10,- per ton levert dat een besparing van €2000,- aan mestafzetkosten. Maar mest is niet het enige voordeel. Bij een hogere benutting van de veestapel zal de stikstofopname dalen, waardoor de voerkosten dalen. En dat tonen we aan met het verband wat is weergegeven in figuur 3.

Figuur 3. Het verband tussen het stikstofbenutting van de veestapel en de stikstofvoeropname per ton melk.
Figuur 3. Het verband tussen het stikstofbenutting van de veestapel en de stikstofvoeropname per ton melk.

Lagere opname van voerstikstof

In figuur 3 is het verband tussen de benutting van de veestapel en de stikstofopname van voer weergegeven.  Een verhoging van de benutting leidt tot een lagere opname van voerstikstof. Bij een dezelfde verhoging van de benutting van de veestapel als hierboven daalt de voeropname met 1,1 kilogram N per ton melk. Totaal 880 kilogram stikstof. Die stikstof hoeft dus niet te worden aangekocht met bijvoorbeeld maïs. We gaan er vanuit dat niet de totale hoeveelheid stikstof achterwege kan blijven. Dit vanwege de samenstelling van het rantsoen, waarbij niet alleen stikstof leidend is maar vooral ook energie (VEM). Daarom gaan we uit van 85procent  minder aankoop om zodoende toch te voldoen aan een optimaal rantsoen voor de veestapel. Aan de andere kant is een verbetering van de stikstofbenutting van de veestapel ook mede te realiseren door het verlagen van de totale VEM-behoefte van de veestapel. Uitgaande van 85 procent minder maïsaankoop is dat nog steeds 750 kilogram stikstof die niet met maïs aangekocht hoeft te worden. We nemen aan een stikstofprijs van €10,- per kilogram en dat levert dus een besparing op van €7.500, - bij circa 70 ton droge stof. Dus met een verhoging van 1 procent benutting op de veestapel bespaart dit bedrijf totaal €9.500,- aan kosten.