Minder jongvee vraag om meer aandacht voor kalver-opfok

Nieuws

Minder jongvee vraagt om meer aandacht voor kalver-opfok

Gepubliceerd op
9 maart 2020

In 2018 hielden Koeien & Kansen-ondernemers gemiddeld 5,1 stuks jongvee per 10 melkkoeien aan . Dit betekent een daling van de jongveebezetting van 1,3 stuks per 10 koeien ten opzichte van 2015. Tussen deze bedrijven onderling zitten grote verschillen. Zo besteden aantal bedrijven (een deel van) de jongvee-opfok uit. Aan de Koeien & Kansen deelnemers die zelf het jongvee-opfokken zijn een aantal vragen gesteld over de opfok in het algemeen. Door de afname van jongveebezetting wordt een goede opfok steeds essentiëler.

Minder jongvee is de trend

Op de Koeien & Kansen bedrijven is het aandeel jongvee per 10 stuks melkvee de afgelopen jaren afgenomen. In 2015 lag de gemiddelde jongveebezetting op deze bedrijven op 6,4 stuks per 10 melkkoeien. In 2018 was deze gedaald naar 5,1 stuks jongvee per 10 melkkoeien. Deze dalende trend is ook terug te zien in de cijfers van CBS. In 2018 was dat 6,4 stuks per 10 melkkoeien, terwijl het in 2015 nog 8,2 stuks jongvee per 10 melkkoeien was. Het aantal stuks jongvee ligt lager op de Koeien & Kansen bedrijven dan het landelijke gemiddelde, omdat een tweetal bedrijven het jongvee (gedeeltelijk) uitbesteden. Bij de berekening van de landelijke jongveebezetting zijn totalen (jongvee voor melkveehouderij en aantal melkkoeien) door elkaar gedeeld en is geen rekening gehouden met uitbesteden van de opfok van jongvee bestemd voor de melkveehouderij.

Cijfers Koeien & Kansen in beeld

Figuur 1: Jongvee per 10 melkkoeien op Koeien & Kansen-bedrijven in 2015-2018
Figuur 1: Jongvee per 10 melkkoeien op Koeien & Kansen-bedrijven in 2015-2018

In figuur 1 is niet alleen duidelijk dalende lijn, maar zijn ook grote verschillen te zien tussen de Koeien & Kansen-deelnemers. Zo zijn een aantal bedrijven vanaf 2015 fors minder jongvee is gaan aanhouden. Vooral bedrijf 8, die in 2015 nog meer dan 10 stuks jongvee per 10 koeien aanhield, heeft de jongveebezetting fors verminderd naar iets meer dan 6 stuks jongvee per 10 melkkoeien.

In 2018 hielden 5 Koeien & Kansen-bedrijven nog meer dan 6 stuks jongvee per 10 melkkoeien aan, in 2015 hadden 11 bedrijven nog meer dan 6 stuks jongvee per 10 melkkoeien. Van de bedrijven die in 2018 geen jongvee uitbesteedden hielden 5 bedrijven minder dan 5 stuks jongvee per 10 melkkoeien aan. In 2015 had van de bedrijven die zelf jongvee opfokken alleen bedrijf 3 minder dan 5 stuks jongvee per 10 melkkoeien.

Op een tweetal bedrijven is nauwelijks jongvee aanwezig. Bedrijf 5 besteedt de opfok van kalveren en pinken uit. Op bedrijf 12 is ook fors minder jongvee aanwezig dan gemiddeld: dit bedrijf besteedt de opfok van pinken uit.

Goede opfok extra belangrijk

Uit deze cijfers blijkt dat de jongveebezetting de laatste jaren op veel Koeien & Kansen-bedrijven fors is afgenomen. De noodzaak voor een goede opfok van de kalveren is daarom nog belangrijker, omdat er bij minder jongvee opfokken minder selectiemogelijkheden zijn. Bij een lage jongveebezetting moet ieder opgefokt kalf in goede conditie zijn om door te groeien tot een gezonde drachtige pink. En na het afkalven uitgroeien tot een gezonde en sterke melkkoe. Uit een vragenlijst onder alle Koeien & Kansen-ondernemers blijkt dat de opfok van kalveren voor een belangrijk deel op dezelfde manier aangepakt wordt door de deelnemers. Zo hebben alle bedrijven een aparte afkalfstal en worden alle kalveren tijdens de melkperiode met kunstmelk opgefokt. Toch zijn er ook verschillen op bedrijven waar te nemen. Vooral rondom de geboorte gaan bedrijven verschillend met de kalveren om en ook het rantsoen verschilt tussen de bedrijven sterk.

Welke invloed de kalveropfok en daarmee de ontwikkeling van de dieren, onder andere pens-ontwikkeling heeft, op benutting van voer en uitstoot van broeikasgassen wordt de komende jaren in verschillende projecten verder onderzocht.

Ervaringen Koeien & Kansen-deelnemers met jongvee-opfok

Zelf jongvee opfokken: periode net na afkalven

De meeste Koeien & Kansen-ondernemers fokken hun eigen jongvee voor vervanging zelf op. Er is 1 bedrijf dat de opfok van kalveren en pinken uitbesteedt en 1 bedrijf dat de meeste pinken elders laat opfokken. Op deze bedrijven die zelf de kalveren opfokken is in alle gevallen een aparte afkalfruimte aanwezig, waarin de koeien altijd oog- en geurcontact met andere koeien hebben. Op iets meer dan de helft van de bedrijven wordt het kalf binnen een uur na het afkalven gescheiden van de koe. Op iets minder dan de helft van de bedrijven drinkt het kalf soms wat melk bij de moeder. Op bijna tweederde deel van de bedrijven krijgen de pasgeboren kalveren binnen 2 uur biest. Op de overige bedrijven moeten de kalveren wat langer op de biest wachten. De kalveren krijgen op alle bedrijven meerdere malen per dag biest. In ongeveer 70% van de gevallen krijgen de dieren biest met een speenemmer. Na het afkalven ontsmetten 40% van de Koeien & Kansen-ondernemers de navel met met jodium of een ander ontsmettingsmiddel. De meeste kalveren gaan na het afkalven naar een eenlingbox met stro of soms ook in een iglo met stro. In 85% van de gevallen zijn de hokken natuurlijk geventileerd, in 15% van de gevallen mechanisch. Wanneer het koud is krijgen de kalveren op tweederde van de bedrijven een deken op of mogen ze onder de warmtelamp. Op eenderde van de bedrijven vindt geen bijverwarming plaats.

De melkperiode

Wanneer de kalveren van de biest af zijn (in 80% na minder dan 3 dagen) worden ze op alle bedrijven in een groepshok gehuisvest. Dit is meestal een groepshok met stro, maar in 1 geval gaan de dieren in een groepsiglo met stro. Op ongeveer 60% van de Koeien & Kansen-bedrijven zitten tijdens de melkperiode minder dan 5 kalveren in een groep. Op ongeveer 40% van de bedrijven is de omvang van de groep 5 kalveren of meer. Op alle bedrijven krijgen de kalveren in deze periode kunstmelk. Ze krijgen dus geen koemelk meer na de biestperiode meer. Op ongeveer 70% van de bedrijven krijgen de kalveren 9 weken of langer kunstmelk. Op 30% van de bedrijven verstrekken de ondernemers de kalveren korter dan 9 weken kunstmelk. Op de helft van de Koeien & Kansen-bedrijven wordt de kunstmelk verstrekt met een kalverdrinkautomaat. Op 80% van de bedrijven maken de deelnemers de kunstmelkverstrekking tenminste 1 keer per dag schoongemaakt. Op 20% van de bedrijven gebeurt dit minder frequent. Op tweederde van de Koeien & Kansen-bedrijven krijgen de kalveren binnen twee weken voor het eerst ruwvoer. Dit is meestal hooi, maar soms krijgen ze een ander luzerne of stro. Op 35% van de bedrijven nemen de kalveren al binnen 5 weken substantieel ruwvoer op. Op 30% van de bedrijven duurt het langer dan 8 weken voordat de kalveren een hoeveelheid ruwvoer opnemen die substantieel bijdraagt aan de groei. Naast ruwvoer krijgen de kalveren binnen twee krachtoer op tweederde van de bedrijven. Meestal is dat kalverbrok, maar soms krijgen ze ook kalvermuesli of een ruwvoerbrok waarin krachtvoer- en ruwvoerbestanddelen zijn gecombineerd. Tijdens de melkperiode krijgen de kalveren op 70% van de bedrijven hooi gevoerd, op 20% van de bedrijven zit er ook maïs in het rantsoen en op 30% van de bedrijven zit kuilvoer in het rantsoen. Wanneer de kalveren diarree hebben, krijgen ze op ruim 40% van de bedrijven elektrolyten bijgevoerd. Op geen enkel Koeien & Kansen-bedrijf lopen de kalveren tijdens de melkperiode buiten in de wei.

Na het spenen

Wanneer de kalveren van de kunstmelk af zijn (na het spenen), worden ze op twee van de drie Koeien & Kansen-bedrijven gehuisvest in ligboxen. Een ander deel blijft nog wat langer in strohokken. Op de helft van de bedrijven is de groepsgrootte na spenen 5 kalveren of minder, op de andere helft van de bedrijven is de groepsomvang groter. Na spenen krijgen de kalveren op de helft van de bedrijven geen of weinig hooi (minder dan 20% hooi in het rantsoen) meer. Op 40% van de bedrijven krijgen de dieren meer dan 30% graskuil in het rantsoen. Op 40% van de bedrijven krijgen de kalveren ook na spenen geen maïs in het rantsoen, op 20% van de bedrijven krijgen de kalveren na spenen veel maïs in het rantsoen (meer dan 30%). Naast krachtvoer krijgen de kalveren na het spenen op 20% van de bedrijven mineralen bijgevoerd. De krachtvoergift na het spenen is op de helft van de bedrijven niet meer dan 2 kg per dag. Op de andere helft van de bedrijven krijgen de kalveren het eerste half jaar meer dan 2 kg krachtvoer per dag. Tijdens het eerste half jaar weiden de kalveren op veel bedrijven nog niet: slechts op 20% van de bedrijven komt een deel van de kalveren tot 6 maanden oud soms buiten.