CVB actualiseert aminozuren in ruwvoeders

Nieuws

CVB actualiseert aminozuren in ruwvoeders

Gepubliceerd op
12 februari 2020

De gehalten aan aminozuren in gras- en maïskuil in de CVB-tabel worden op basis van nieuw onderzoek geactualiseerd.

Het aminozurenprofiel van gras- en maïskuilen (uitgedrukt in gram per 100 gram ruw eiwit) is niet of nauwelijks gerelateerd aan andere kuilkenmerken zoals het ruwe celstof gehalte voor graskuilen en het droge stof of zetmeelgehalte bij maïskuilen, zo blijkt uit recent onderzoek van ILVO.

Leen Vandaele, Johan De Boever en Dorien Van Wesemael onderzochten in 2019 twaalf grassilages en tien maïssilages. Het aminozurenprofiel van deze gras- en maïskuilen kwam vrij goed overeen met de aminozurenprofielen die tot nu toe beschikbaar waren in de CVB-tabel.

De onderzoekers van ILVO keken ook naar de beschikbaarheid van de aminozuren op darmniveau. De hoeveelheid darmverteerbaar aminozuur wordt berekend door de hoeveelheid darmverteerbaar pensbestendig aminozuur (dvBAZ) op te tellen bij de hoeveelheid darmverteerbaar microbieel gevormd aminozuur (dvMAZ) en hiervan af te trekken de hoeveelheid darmverteerbaar metabool fecaal aminozuur (dvMFAZ). Uit deze berekening blijkt dat ongeveer driekwart van de darmverteerbare aminozuren in gras- en maïskuil hun oorsprong vindt in het microbiële deel. Omdat microbieel eiwit vooral gestimuleerd wordt door de hoeveelheid fermenteerbare organische stof in de pens, blijft het cruciaal om te streven naar kwaliteitsvolle ruwvoeders (hoge verteerbaarheid) voor de productie van “ruwvoedermelk” tegen lage kosten en voor goede dierprestaties.

De analyseresultaten van de door ILVO onderzochte kuilen worden toegevoegd aan de dataset in de CVB-tabel.