Nieuws

Stem bemesting af op de situatie

Gepubliceerd op
22 mei 2023

Bijna heel Nederland heeft nu de eerste snede in de kuil. Naarmate het oogmoment later was, nam de opbrengst toe maar nam het eiwitgehalte af. Op veel bedrijven is er meer geoogst dan ervoor bemest was. Door voldoende vocht en warmte in de bodem is de mineralisatie goed op ganggekomen. Een juist afgestemde drijfmest- en kunstmestgift is nu zeker wenselijk.

Veel veehouders hebben hun eerste snede bemest voor een opbrengst voor 3000 - 3500 kilo droge stof. Zeker op de bedrijven waar later is ingekuild door de natte weersomstandigheden, is veel meer geoogst. De opbrengst kan wel oplopen tussen de 4 en 5 ton droge stof per hectare. Dit geeft een grotere onttrekking aan nutriënten vanuit de bodem. Daarnaast zijn er mogelijk ook nutriënten uitgespoeld door de zware buien en veel neerslag dit voorjaar. Vooral stikstof, zwavel en kali zijn hier gevoelig voor.

Pas bemesting aan op jouw situatie

De tweede snede is dan voor een groot deel afhankelijk van de bemesting die na de eerste snede gegeven wordt. Dit is dit jaar extra afhankelijk van het tijdstip dat je geoogst hebt. Heb jij dit jaar de eerste snede pas laat kunnen oogsten dan is het wenselijk om juist een eiwitrijkere tweede snede te winnen. Het gras wat nu gaat groeien zal ook vrij snel de eerste aren gaan vormen, dus vroeg maaien is ook daarvoor gewenst. Hiervoor is het nodig te bemesten voor een lichtere snede van 2 – 2,5 ton droge stof. Dit bevordert tegelijkertijd het herstel van de graszode. Dien de kunstmest zo snel mogelijk toe en wacht met de drijfmest als zode weer wat groen kleurt en het liefst in of na regenbui. Soms moet je gewoon even wachten, zodat de hergroei optimaal op gang kan komen. Dit is essentieel voor de totale droge stofopbrengst over het seizoen. Overweeg om de bemesting van dierlijke mest zelfs uit te stellen tot na de 2e snede!

Stikstof

De tweede snede is dus voor een groot deel afhankelijk van de bemesting die na de eerste snede gegeven gaat worden. Nalevering van de bemesting begin dit jaar is dus niet zo groot! Wanneer er veel meer stikstof (eiwit) is geoogst dan waarvoor de eerste snede is bemest, dient de bemesting daar op afgestemd te worden. Geef dan 5 kg N/ha extra per ton die je meer hebt gemaaid. Dit is ongeveer een kwart van de te veel of te weinig gegeven stikstof in de eerste snede. Reken hier in detail uit: Bemesting Advies (CBGV)

Zwavel

Let ook op de zwavelvoorziening, vooral op de zandgronden. Door de hoge opbrengsten van de eerste snede en de vele regenval is er veel zwavel uitgespoeld. Heb jij in de eerste snede geen zwavel bemest, dan kan je dat alsnog doen. Bijv. 15-20 kg S/ha geven in de tweede snede. Raadpleeg daarvoor uw grondonderzoek.

Kali

Overweegt u dierlijke mest voor de tweede snede, houdt dan de gift beperkt om niet teveel kali te geven. Gebruikt u sleepslangen, voeg dan water toe, liefst 1 deel water op 2-3 delen mest.

Dierlijke mest - maaisnede

Geef dierlijke mest liever niet voor een weidesnede, maar voor een maaisnede. Geef de percelen bestemd voor weiden alleen een kleine gift kunstmest van 50 – 100 kg, ofwel 10-30 kg zuivere N.

    Over de KringloopWijzer

    De KringloopWijzer geeft de melkveehouder inzicht in zijn milieu- en klimaatprestaties op zijn bedrijf, waardoor hij/zij nog beter kan sturen op de benutting van mineralen. De rekenregels van deze tool zijn wetenschappelijk onderbouwd en de ontwikkeling ervan wordt gefinancierd door het ministerie van LNV en ZuivelNL. Het beheer van de Centrale Database van de KringloopWijzer ligt bij ZuivelNL