Nieuwe koers bepalen fosfaatefficientie_Koeien&Kansen

Nieuws

Het fosfaatdilemma

Gepubliceerd op
14 maart 2018

Geert en Dineke Stevens in Holten hebben de afgelopen drie jaar grote stappen gezet in het verbeteren van de veestapelefficiëntie. Daarbij is de melkproductie gelijk gebleven en zijn de gehaltes gestegen. Nu de fosfaatefficiëntie is gemaximaliseerd is de vraag, hoe kunnen ze binnen hun huidige bedrijfsvoering de P-efficiëntie nog verder continueren of bijsturen.

Door gericht te voeren zijn op dit nieuwe Koeien & Kansen bedrijf mooie resultaten behaald met het vergroten van de stikstof- en fosfaatefficiëntie. De stikstofexcretie van de veestapel is ten opzichte van 2015 verlaagd van 14 kg N per ton melk naar 13,1 in 2017. De fosfaatexcretie is zelfs verlaagd van 5,4 kg fosfaat naar 4,3 kg per ton melk. Deze verlaging van de N excretie heeft ook een gunstig effect op de uitstoot van ammoniakemissie.

BEX

In boerenvaktaal is de BEX-stikstof stapsgewijs in drie jaar van 7% voordeel naar 13% voordeel gestegen. Het BEX-fosfaat voordeel is van 0% naar 21% gestegen. Deze opmerkelijke verbetering is volledig toe te schrijven aan het scherp en gericht voeren van de ruim 100 melkkoeien en de 30 stuks kalveren. De pinken worden opgefokt bij een opfokker.

Bij een nagenoeg gelijk gebleven melkproductie van 8200 kilogram zijn de gehaltes gestegen naar 4,60% vet en 3,70% eiwit . De voerkosten zijn niet noemenswaardig gestegen. Deze productie is gerealiseerd met 14,5% RE (Ruw Eiwit) in het rantsoen, waarbij het P-gehalte ook is verlaagd naar 3,34 g/kg droge stof door te kiezen voor P-arm krachtvoer. Het voerspoor is maximaal ingezet om de excretie van N en P te verlagen tot een niveau die naar allerwaarschijnlijkheid de grenzen vormen van hun bedrijfsvoering.

BEP

Naast een bovengemiddelde efficiëntie van de veestapel is ook de voerproductie op het bedrijf bovengemiddeld. Dit is te zien aan een laag stikstofbodemoveschot van 95 kilogram en een Bedrijfs-Eigen-Fosfaat norm (BEP) van +4%. Met de voederwinning en beweiding wordt jaarlijks 87 kilogram fosfaat geoogst. Met de mest van de efficiënte veestapel wordt binnen de derogatie van 230 kg dierlijke stikstof slechts 77 kilogram fosfaat bemest. De stikstof is zoals op veel melkveebedrijven leidend in de mestafvoer. De maximale melkproductie zonder mestafzet ligt voor de stikstof op 17.600 kilogram melk voor fosfaat op 19.500 kilogram melk.

BES

Om de fosfaatbemesting te laten aansluiten bij de onttrekking moet de N/P-verhouding in de mest worden verlaagd van nu 3 naar 2,6. Dit kan door het N-gehalte in de mest te laten dalen door nog scherper eiwit te voeren. Dit is bijna niet haalbaar bij het huidige niveau van 14,5% RE.

Een andere optie is het fosfaatgehalte in de mest te laten stijgen door minder fosfaatarm te voeren. Minder fosfaatarm voeren is niet in het belang van de sector, die voor behoud van de derogatie onder het afgesproken fosfaatplafond dient te blijven. Het is ook niet in het belang van de familie Stevens, omdat ze als BEP-deelnemer mogelijk in 2019 kunnen opteren voor deelname aan de pilot KringloopWijzer en fosfaatrechten. Deze pilot zou in 2018 starten, maar is door de vermeende I&R fraude afgeblazen.

Een derde optie is opteren voor de BES-pilot, die binnen Koeien & Kansen wordt verkend. Hierin wordt de hoogte van de dierlijke mestgift bepaald aan de hand van de fosfaatonttrekking en de N/P-verhouding in de mest. Bij een fosfaatonttrekking van 87 kilogram en een N/P-verhouding van 3 is een derogatie nodig van 3 maal 87 = 261 kilogram N.

Als laatste optie kan nog worden genoemd; het extra afvoeren van dierlijke mest. Hierdoor ontstaat er aanvoerruimte voor compost of producten als Betacal met een nauwere N/P-verhouding.

Koers bepalen voor 2018

Kortom voldoende denkwerk de komende tijd voor deze nieuwe deelnemers aan het project Koeien & Kansen. De komende weken weegt de familie Stevens de verschillende opties af en bepaalt dan de koers voor 2018.