Bodemkwaliteit, mest, water, stikstof, ammoniak en klimaat

Nieuws

Bodemkwaliteit, mest, water, stikstof, ammoniak en klimaat

Gepubliceerd op
16 oktober 2019

Koeien en Kansen-deelnemer Adrian van Houbraken in Bergeijk neemt deel aan de BES pilot en dat levert in zijn bedrijfssituatie een positief resultaat op. Binnen de BES-pilot mag hij, op basis van een gemiddelde over drie jaar, de bodem een fosfaatbemesting geven die past bij de onttrekking van het gewas. Hiermee komt extra stikstof uit dierlijke mest op het land.. Daar staat tegenover dat hij minder kunstmest mag gebruiken. Dit principe is gebaseerd op evenwichtsbemesting. Een mooie basis dat past binnen de kringlooplandbouw.

Op dit moment is er veel onduidelijkheid binnen de sector, maar ook in de maatschappij rondom de begrippen bodemkwaliteit, mest, water, stikstof, ammoniak en klimaat. Ook Houbraken loopt hier net als zijn collega’s tegenaan binnen zijn bedrijfsvoering. Vanuit het melkveebedrijf gezien is mest geen afvalproduct, maar een waardevol product waar voedergewassen van groeien. De groei van de gewassen, zoals gras en mais, zorgen voor een (tijdelijke) vastlegging van CO2. Dit is goed voor het klimaat. De aanwezige N en P in de mest zijn groeistoffen voor de plant die weer voedingsstoffen voor de dieren zijn in de vorm van energie en eiwit. Komt deze niet uit de eigen dierlijke mest, dan wordt meestal  kunstmest gebruikt.  Voor de productie van kunstmest wordt veel energie gebruikt (CO2 uitstoot) en ook het transport draagt bij aan stikstofemissie en broeikasgasemissie.

Naast stikstof en fosfaat is de organische stof een ander belangrijk onderdeel in de drijfmest. Dit is in de bodem nodig om voedingstoffen vast te houden om zo stikstofuitspoeling te voorkomen,  voor de nitraatrichtlijn), maar ook om water vast te houden om de plant langer te voorzien van het noodzakelijke water.

Evenwichtsbemesting stap in de goede richting

Dit hele proces maakt onderdeel uit van verschillende kringlopen die door regels en wetgeving de nodige tegenstrijdigheden kennen, is de ervaring van Adrian Houbraken. Toch laat hij zien door deelname aan Koeien & Kansen en de BES pilot dat er veel mogelijk is in de praktijk op het gebied bijvoorbeeld evenwichtsbemesting. Hij is één van de deelnemers van de BES-pilot. BES staat voor BedrijfsEigen Stikstofbemesting met dierlijke mest. Dit betekent dat hij op basis van een rollend 3 jarig gemiddelde de fosfaatbemesting mag geven die het gewas ook onttrekt aan de bodem. Daarmee brengt hij echter ook meer stikstof uit drijfmest op zijn grond dan de generieke gebruiksnorm voor dierlijke stikstof. In 2019 was dat ongeveer 320 kg N ten opzichte van 230 kg voor reguliere derogatiebedrijven op de Zuidelijke zandgronden.

Hiervoor heeft hij wel stikstof uit kunstmest moeten inleveren. Deze hoeveelheid is afhankelijk van de prestatie van de afgelopen jaren. Als de gewasopbrengst hoog was, hoeft minder kunstmest ingeleverd te worden dan bij een lage opbrengst. De veehouder ervaart dit in totaliteit als een goede ruil.

Aandachtspunten binnen bedrijfsvoering bij BES

Met het bedrijfsspecifiek stikstof bemesten (via dierlijke mest en kunstmest: BES) realiseert veehouder Houbraken positieve effecten voor water, stikstof, bodem, mest en klimaat. Natuurlijk gelden punten van aandacht binnen de bedrijfsvoering in het kader van deze BES pilot. Goed management wordt beloond door de mogelijkheid meer eigen mest in te zetten. Dit moet echter wel gebaseerd zijn op een rollend 3-jarig gemiddelde vanuit de KringloopWijzer. Door meer organische mest te verstrekken blijft zowel bemestingstoestand als het organische stofgehalte beter op peil. Door een verbetering van het organische stofgehalte neemt ook het bodemleven toe in de bodem.

Denk daarbij niet alleen binnen de wettelijke kaders van N en P, maar ook K, Mg en sporenelementen. Bovendien verzuurt de drijfmest de bodem niet, terwijl dat bij veel kunstmestsoorten wel het geval is. Extra drijfmest kan daarentegen wel meer uitstoot van ammoniak veroorzaken. Dit is een belangrijk aandachtspunt binnen de huidige PAS problematiek. Het blijft belangrijk om bewust om te gaan met drijfmest. Blijf kritisch bij het toedienen. Dus niet onder een brandende zon bij 35 graden mest uitrijden, maar juist bij regenachtig en bewolkt weer. Verdun de mest met water bij het uitrijden. Probeer daarnaast te melken met een laag ureumgehalte en te letten op de eiwitvoeding. Enkele eenvoudige maatregelen om NH3 emissie bij meer gebruik van drijfmest te voorkomen.

Al met al ervaart Houbraken dat de kennis uit deze BES pilot de verbindende oplossing kan zijn voor de praktijk (de melkveehouders) en de politiek. Uiteraard moet deze werkwijze wel goed en gecontroleerd uitgevoerd worden. Maar dat mag volgens de Koeien & Kansen deelnemer geen probleem zijn.