Stikstofbemesting bij inzaai van grasland

Nieuws

Stikstofbemesting bij inzaai van grasland

Gepubliceerd op
12 augustus 2020

Het zaaien van een nieuw grasland vindt vooral in de nazomer/herfst plaats. Daarbij kan het gaan om graslandvernieuwing of inzaai van gras na een bouwlandperiode. Elke situatie vraag om een specifieke stikstofbemesting bij de inzaai van het nieuwe gras, waarbij uitgegaan wordt van de Adviesbasis grasland en voedergewassen.

Herinzaai (gras na gras)

Scheuren van gras voor graslandvernieuwing mag op zand- en lössgrond tot 31 augustus en op klei- en veengrond tot 15 september. Op zand- en lössgrond gelden voor scheuren in de periode 1 juni tot 31 augustus wel extra voorwaarden zoals een meldingsplicht en een 50 kilogram stikstof per hectare lagere gebruiksnorm. Meer informatie hierover is te vinden op de site van RVO.nl.

Bij inzaai vanaf half tot eind augustus is het niet nodig om een stikstofbemesting te geven. Er vindt meestal ook geen oogst meer plaats. De ondergewerkte zode zorgt voor voldoende stikstof voor de groei van het jonge gras.

In het eerste productiejaar kunnen conform het bemestingsadvies de normale adviezen voor grasland bemesting worden toegepast.

Inzaai na bouwland

In het bemestingsadvies van CBGV wordt bij inzaai na bouwland in de nazomer een N-bemesting van 25 kilogram N per hectare geadviseerd. Het huidige advies zegt niets over het effect van het voorgaande bouwlandgewas. Indien er een gewas heeft gestaan dat relatief veel stikstof in de bodem achterlaat, zoals snijmais of aardappelen, is een bemesting doorgaans niet nodig. Dit wordt bevestigd door praktijkervaringen uit (lopende) projecten rond gezamenlijk grondgebruik tussen melkvee- en akkerbouwbedrijven. Na mais op zand- en lössgrond is bemesting sowieso niet toegestaan, vanwege de verplichting een vanggewas te zaaien en die functie heeft het nieuwe gras dan. Na gewassen die weinig stikstof nalaten, zoals graan, is een beperkte bemesting wel aan te bevelen. Het bemestingsadvies geeft aan om na 15 augustus hiervoor geen dierlijke mest meer te gebruiken, aangezien deze minder goed wordt benut. Daarnaast wordt door de lage stikstofbehoefte met dierlijke mest al snel te veel gegeven.

In het eerste productiejaar is het advies bij zowel de eerste als de tweede snede 25 kilogram N per hectare extra (totaal 50 kg N per ha) te geven bovenop het normale advies op basis van het stikstofleverend vermogen (NLV). Zie tabel 2-39 uit het adviesbasis. Deze is stikstof is onder andere nodig voor de opbouw van de nieuwe zode. Daarnaast kan de NLV na bouwland lager zijn, waardoor ook het normale advies hoger is. Neem hiervoor een monster vlak voor de inzaai.

De gebruiksnorm voor grasland houdt geen rekening met de extra N-behoefte van grasland na bouwland. Indien er sprake is van wisselbouw kan hiervoor de stikstof worden gebruikt die kan worden bespaard bij het bouwlandgewas na scheuren.

 

Capture.JPG