Nieuws

Werkingscoëfficiënt bij scheiden mest voor boxstrooisel

Gepubliceerd op
20 juli 2012

In de afgelopen periode heeft het netwerk 'Mestscheiding, kans voor bedding en bemesting' vragen gekregen hoe om te gaan met de werkingscoëfficiënt van de dierlijke mest bij mestscheiding voor gebruik van de dikke fractie als boxstrooisel in de stal.

Bij mestscheiding in een dikke en dunne fractie ten behoeve van de mestafzet moet met andere werkingscoëfficiënten gewerkt worden. Voor de dunne fractie geldt in dat geval een werkingscoëfficiënt van 80% voor de stikstof. Bij drijfmest is dit 60%. Op bedrijven die dikke fractie in de boxen gebruiken betekent dit dat de mestscheiding leidt tot een hogere werkingscoëfficiënt van de dunne fractie en daardoor een kleinere kunstmest gebruiksruimte.

De praktijk is dat vaak de dunne fractie wordt teruggepompt in de mestopslag, waar uiteindelijk ook weer de dikke fractie in komt via de box. Daardoor mengen de fracties weer met elkaar en ontstaat weer drijfmest. Volgens de theorie zou daardoor voor de hele partij drijfmest in de kelder ineens met de hoge werkingscoëfficiënt gerekend moeten worden! Wel zou gerekend mogen worden met een lagere werkingscoëfficiënt. Dit zou dan aannemelijk gemaakt moeten worden met een berekening van de hoeveelheden dikke fractie, dunne fractie en drijfmest. Kortom, erg onvoordelig en lastig uit te leggen bij controles.

Om duidelijkheid te krijgen hoe hier praktisch gezien mee om moet worden gegaan in het bemestingsplan is deze casus voorgelegd aan het Ministerie van EL&I.

Het resultaat van het overleg is dat wanneer de mest gescheiden is om de dikke fractie te gebruiken als strooisel in de boxen en uiteindelijk de dunne en dikke fractie weer bij elkaar komen in de mestopslag er gerekend mag worden met de werkingscoëfficiënt van de normale drijfmest.

Bij de beoordeling van de bemestingsplannen staat Dienst Regelingen toe dat gebruik gemaakt wordt van de normale werkingscoëfficiënt van drijfmest. De voorwaarde is wel dat alle dikke fractie wordt gebruikt als boxstrooisel. Er wordt dus geen dikke fractie van het bedrijf afgevoerd of direct aangewend. Het uitgangspunt is ook dat die dunne fractie weer teruggaat in de reguliere mestopslag.