Nieuws

Roterend-Standweiden is zo gek nog niet

Gepubliceerd op
21 juni 2013

Melkveehouder Kees de Jong uit Hoogblokland uit het praktijknetwerk Dynamisch beweiden, weer of geen weer past het zogenaamde roterend standweiden toe. Zijn 80 koeien lopen op 4 percelen, 2 dagen per perceel en zo rouleert hij in periodes over alle weidepercelen. De koeien vreten de bijgroei op, het geeft rust voor de koppel en de veehouder. Wel is het van belang het juiste moment van inscharen te kiezen.

Het praktijknetwerk 'Dynamisch beweiden, weer of geen weer' doet zijn naam wel eer aan. Ook 2013 is weer heel bijzonder qua groeiomstandigheden, vooral te koud en veelal te droog. Hoe speel je hier als veehouder nu op in? Elk voorjaar is het weer een sport om de beweiding tijdig te starten. Maar hoe doe je dat dan? Risico’s waarbij de beweiding vast loopt door te veel of te weinig grasaanbod liggen veelal op de loer. En dat geeft bij menig ondernemer spanning en bij de melkkoeien een onregelmatig voeraanbod met onregelmatige productie tot gevolg.

Deelnemer Kees de Jong uit Hoogblokland heeft hier een, voor hem, ideale modus in gevonden. Kees past een zogenaamd roterend-standweide-systeem toe. Ofwel een variant in het Standweiden systeem. Het roterend-standweide-systeen is een systeem waarbij de koeien afwisselend op 4 percelen lopen en bij Kees per 2 dagen van perceel wisselen. Na 8 dagen heeft hij een rondje gemaakt en begint weer opnieuw op het eerste perceel. Doel is dat de bijgroei van het gras net zo verloopt als de dagelijkse behoefte aan vers gras. Vooraf is dit vrij goed te bepalen als je weet hoeveel dieren er naar buiten gaan en hoeveel uur er geweid gaat worden. Gemiddeld wordt er dan ca. 1 kg droge stof per uur opgenomen. De ervaring leert dat bij nacalculatie dit ook goed uitkomt.

Hoeveel oppervlak per koe?

Hoe weet je dan hoeveel oppervlakte je nodig hebt? Uitgaande van 80 koeien met 8 uur weidegang per dag en bijvoeding met 7 à 8 kg ds uit ruwvoer kun je er van uit gaan dat de koeien buiten 8 kg droge stof netto opnemen. Bij 80 dieren heb je dan een behoefte van ca. 560 kg ds per dag. Inclusief beweidingsverliezen, variërend van 10 à 20 % (weersafhankelijk) is bruto behoefte per dag ca. 650 kg droge stof. De bijgroei moet dan minimaal gelijk zijn per dag op deze kavel om niet door het gras heen te raken. Bij een gemiddelde (gestoorde) bijgroei van 50 à 65 kg per ha per dag heb je dan ca. 12 ha nodig verdeeld over 4 (of 5) percelen.

Maar dit systeem kent ook valkuilen, namelijk te vroeg starten of te laat starten met beweiden. Ben je te vroeg, dan is gras bijgroei te krap en wordt de weide te leeg. Ben je te laat, dan is grasgroei groter dan de behoefte van het vee en groei je onder het gras waardoor vitaliteit en kwaliteit van verse gras onder druk komt te staan. Ofwel, op juiste moment de juiste keuze maken is sterk van belang. Door regelmatig een “Farm Walk” te doen houd je goed in beeld wat er in de betreffende percelen gebeurt en kun je er ook op inspelen. “Deze periode geeft mij altijd rust” is een uitspraak van de veehouder. Ik hoef niet na te denken naar welk perceel ik morgen met de koeien ga. Ben ik eenmaal gestart met weiden, dan hou ik dat gemiddeld 40 à 50 dagen vol op deze percelen. Daarna kan ik naar het etgroen.”

Ook dit voorjaar heeft het Kees veel rust gegeven terwijl veel van zijn collega’s zaten te worstelen met aanbieden van kwalitatief goed weidegras. Kent dit systeem dan geen nadelen? Jazeker wel. Doordat je wat jonger inschaart (bij 10 à 11 cm grasaanbod) mis je wat van de maximale grasgroei. Doordat de dieren over veel ruimte beschikken (rust) vallen de verliezen mogelijk mee ten opzichte van wat men denkt. In loop van tijd ontstaan er wel de nodige bossen welke vaak in de aar schieten. Om de grasmat dan kwalitatief goed te houden is het wel belangrijk om na het weiden de percelen zo snel mogelijk te maaien/ontbossen zodat de verhouting van het gewas niet doorzet. Ofwel een frisse start voor een volgende maaisnede en indien nodig een volgende weideronde.

Het systeem functioneert ook goed als je dagelijks wisselt van perceel. Op momenten dat grasaanbod wat afwijkt van behoefte, dan kun je hier met bijvoeding goed op inspelen. Of in het vroege voorjaar tijdelijk een extra perceel er bij te nemen als grasaanbod te krap dreigt te worden.

Past dit dan alleen in het voorjaar? Kees gaat het nu ook in de zomerperiode toepassen en uit proberen. Maar in voor- en najaar bevalt het hem opperbest.
Een systeem waarbij de koeien erg tevreden zijn en de ondernemer zeer zeker ook.
Klik hier door naar het beweidingspaspoort van Kees de Jong

Meer informatie

Netwerkbegeleiders Bert Philipsen of Sjon de Leeuw 

Beweidingspaspoort van Kees de Jongen