Meer grasgedrag bij lager eiwit in het rantsoen_ Amazing Grazing

Nieuws

Meer graasgedrag bij lager eiwit in het rantsoen

Gepubliceerd op
22 mei 2018

In beweidingsonderzoek op Dairy Campus van Amazing Grazing is in 2017 gekeken naar de invloed van het eiwitniveau in het rantsoen op het graasgedrag bij twee beweidingssystemen. En wat blijkt? Bij een lager eiwitgehalte in de het totaalrantsoen gaan de koeien langer grazen. Hoewel een hogere versgrasopname niet kon worden vastgesteld, proberen de dieren blijkbaar toch het lagere eiwitaanbod te compenseren.

Krachtvoer sturend

Binnen ‘roterend standweiden’ en ‘stripgrazen’ zijn koeien op drie verschillende eiwitniveau’s gevoerd. Overdag werden de koeien geweid en ’s avonds opgestald met een vaste hoeveelheid snijmaïsbijvoeding. Het eiwitniveau werd gevarieerd via het krachtvoer. Alle koeien kregen 6 kg krachtvoer uit de krachtvoerautomaat. Het krachtvoer verschilde in DVE- en OEB gehalte: laag (L): 100 DVE, -50 OEB/kg; midden (M): 100 DVE +50 OEB; en hoog (H): 140 DVE, +50 OEB.

Net als in vorige jaren waren de koeien uitgerust met sensoren waarmee 24 uur per dag en 7 dagen per week het gedrag werd geregistreerd, waaronder de tijd besteed aan grazen (graastijd), en het aantal stappen.

In de proef in 2017 was de veronderstelling dat een relatief laag eiwitniveau in de bijvoeding koeien zou stimuleren om meer eiwitrijk gras op te nemen. Als dit idee zou kloppen, dan zouden we verwachten dat koeien met een laag eiwitniveau in de bijvoeding ten opzichte van dieren met een hoog eiwitniveau tijdens weidegang, een langere graastijd zouden laten zien.  

Langer grazen bij eiwitarm voeren

In de figuur is het verloop van de gemiddelde graastijd per koe per dag (als % van de tijd in de weide) weergegeven gedurende het weideseizoen voor de drie proefgroepen met verschillende eiwitniveau’s in de bijvoeding. Horizontaal staan de weeknummers (kalenderweken) Het lijkt er wel op dat koeien die het eiwitarme krachtvoer kregen over het algemeen inderdaad een langere graastijd laten zien. In week 21, 30 en 35 is de individuele grasopname gemeten (met de alkaantechniek). In deze weken bleek een klein, niet-betrouwbaar aan te tonen verschil in grasopname tussen de eiwitbehandelingen.

plaat.GIF

Interessant is dat het effect van eiwitniveau op graasgedrag kleiner lijkt te zijn dan in 2016, Toen ook twee eiwitniveau’s met elkaar werden vergeleken. Waarschijnlijk spelen veranderde andere omstandigheden hierbij een rol. Gegevens en data zullen komend jaar verder geanalyseerd worden.