Nieuws

Koeien & Kansen-bedrijven onder de loep met KringloopWijzer (4/5): Bedrijfsspecifieke fosfaatgebruiksnorm dient doel beter

Gepubliceerd op
11 september 2012

Vanaf 2015 wordt de fosfaatnorm gelijk aan de onttrekking door het gewas: evenwichtsbemesting. Deze ‘evenwichtsnorm’ is gebaseerd op een gemiddelde gewasonttrekking in Nederland.

Daar wrikt de schoen, want in de praktijk is de variatie in onttrekking namelijk groot. Vooral bedrijven met een hoge fosfaatonttrekking zijn met de nieuwe norm in het nadeel. Zij moeten minder bemesten dan nodig is voor een echte evenwichtsbemesting, wat dus leidt tot negatief bodemoverschot. Bovendien moeten ze meer mest afzetten. Berekeningen met de KringloopWijzer voor Koeien & Kansen-bedrijven laten de gevolgen zien van bemesten volgens de fosfaatgebruiksnorm.

In voorgaande berichten zijn de overschotten en de benutting van stikstof en fosfaat in de bedrijfskringloop op het bedrijf gepresenteerd. In de toekomst moet de gemiddelde benutting van fosfaat in de bodem 100% bedragen. Met andere woorden, evenveel toedienen dan dat het gewas onttrekt. De toediening is, rekening houdend met de fosfaattoestand van de bodem, generiek gewas-specifiek bepaald. Het houdt dus geen rekening met bedrijfsspecifieke omstandigheden. Vooruitlopend op deze nieuwe normen hebben Koeien & Kansen-bedrijven ontheffing gekregen om te bemesten volgens de werkelijke onttrekking. In 2011 bedroeg de gemiddelde fosfaatonttrekking op de Koeien & Kansen-bedrijven 86 kg/ha met een benutting van 94% (Figuur 1). Deze cijfers zijn een gewogen gemiddelde van alle geteelde gewassen op een bedrijf. In de meeste gevallen is dit een combinatie van gras en snijmaïs. De variatie in fosfaatonttrekking tussen de bedrijven is groot en loopt van 64 tot 122 kg/ha. Enkele uitzonderingen daargelaten, zien we dat fosfaatbenutting licht stijgt naarmate de onttrekking toeneemt. Bedrijven met een benutting van boven de 100% onttrekken meer uit de bodem dan dat ze bemesten. Ze teren in op de bodemvoorraad van fosfaat.
Figuur 1 Fosfaatonttrekking (kg/ha; in paars) en fosfaatbenutting (%; in oranje balkje) van de bodem in 2011 op Koeien & Kansen-bedrijven.
Figuur 1 Fosfaatonttrekking (kg/ha; in paars) en fosfaatbenutting (%; in oranje balkje) van de bodem in 2011 op Koeien & Kansen-bedrijven.

Voordeel specifiek of generiek?

Stel nu eens voor dat deze bedrijven bemest zouden hebben volgens de fosfaatgebruiksnorm 2015 (evenwichtsbemesting). Gemiddeld zou de fosfaatbemesting (bedrijfsniveau) op de Koeien & Kansen-bedrijven dan 8 kg per ha lager zijn geweest (Figuur 2). Maar ook hierbij zijn de verschillen tussen de bedrijven groot. Twee bedrijven zouden voordeel hebben gehad met de generieke (bedrijfs)norm. Die onttrekken dus minder dan de generieke norm. Zeven bedrijven zouden minder hebben mogen bemesten, waarvan drie zelfs meer dan 20 kg fosfaat per ha. Afhankelijk van de bedrijfssituatie (intensiteit) zou dit ook grote gevolgen kunnen hebben voor de hoeveelheid mestafzet. Voor de zeven overige bedrijven zou het niet veel hebben uitgemaakt: generiek of bedrijfsspecifiek.

Figuur 2 Aanvoer van meststoffen (drijfmest, weidemest en kunstmest; kg/ha) naar de bodem in 2011 op Koeien & Kansen-bedrijven in werkelijkheid (bedrijfsspecifiek) en zoals die zou zijn geweest volgens de generieke fosfaatgebruiksnormen 2015 (generiek). De nummers komen overeen met de nummers in Figuur 1.
Figuur 2 Aanvoer van meststoffen (drijfmest, weidemest en kunstmest; kg/ha) naar de bodem in 2011 op Koeien & Kansen-bedrijven in werkelijkheid (bedrijfsspecifiek) en zoals die zou zijn geweest volgens de generieke fosfaatgebruiksnormen 2015 (generiek). De nummers komen overeen met de nummers in Figuur 1.

Afwijkende fosfaatbemesting beïnvloedt bodemoverschot

Meer of minder fosfaat mogen bemesten, heeft gevolgen voor de opbrengst (onttrekking) en het bodemoverschot. De gevolgen voor de opbrengst verwachten we vooral op meer lange termijn. Bij structureel minder bemesten dan de behoefte (onttrekking) zal eerst het fosforgehalte in het gewas dalen en pas daarna de droge-stofopbrengst. Voor nu gaan we er even vanuit dat de onttrekking gelijk blijft ondanks een verschillend bemestingsniveau. Een verschil in bemesting heeft daardoor dus wel invloed op het bodemoverschot (Figuur 3). Uitgaande van gelijke onttrekkingen, zou het bemesten volgens de generieke norm tot hoge uitschieters in fosfaatbodemoverschot kunnen leiden. Hoger dan volgens een bedrijfsspecifieke bemesting. Uitschieters tot meer dan 35 kg fosfaat per ha boven het generieke evenwicht kunnen dan voorkomen.

Ondanks bedrijfsspecifiek bemesten zijn hier ook uitschieters van rond de 20 kg fosfaat per ha rondom het evenwicht mogelijk als gevolg van bijvoorbeeld weersomstandigheden, maar ook als gevolg van een snede meer of minder oogsten. Voor 2011 zou het fosfaatbodemoverschot tussen bemesten volgens de nieuwe generieke norm en bedrijfsspecifiek norm respectievelijk -4 en +4 kg per ha bedragen.

Figuur 3 Fosfaatoverschot (kg/ha) van de bodem in 2011 op Koeien & Kansen-bedrijven volgens de werkelijkheid (bedrijfsspecifiek) en zoals die zou zijn geweest als bemest zou zijn volgens de fosfaatgebruiksnorm 2015 (generiek). De nummers komen overeen met de nummers in Figuur 1.
Figuur 3 Fosfaatoverschot (kg/ha) van de bodem in 2011 op Koeien & Kansen-bedrijven volgens de werkelijkheid (bedrijfsspecifiek) en zoals die zou zijn geweest als bemest zou zijn volgens de fosfaatgebruiksnorm 2015 (generiek). De nummers komen overeen met de nummers in Figuur 1.

Dit was het vierde deel van resultaten uit de KringloopWijzer. We zagen dat tussen de bedrijven de verschillen groot kunnen zijn. Maar waardoor die verschillen werden veroorzaakt, was niet altijd even duidelijk. In het laatste deel uit de serie doen we een poging om die verklaringen te vinden bij een paar specifieke bedrijven.

Meer info bij Jouke Oenema