Het beïnvloeden van de NH3 emissie, kan dat?

Nieuws

Het beïnvloeden van de ammoniakemissie

Gepubliceerd op
26 november 2015

Eén van de vragen die het praktijknetwerk 'Ammoniakreductie op Veen' zichzelf stelt is: waar kunnen veehouders zelf ingrijpen om de NH3-emissie te verminderen? Herman van Schooten van Wageningen UR, kon de deelnemers een flink aantal voorbeelden geven om via rantsoen, stalvloer en kelder tot een lagere emissie te komen.

Het praktijknetwerk 'Ammoniak reductie op Veen' werkt met een vijftal focusgroepen om de ammoniakreductie van alle kanten goed aan te vliegen. De focus groep 'mest' is gestart met kijken naar het grotere geheel door zich te richten op de kringloopcijfers, en presentaties over wat mest nu eigenlijk is en wat je kunt doen aan ammoniakreductie. Want dat is een vraag die steeds terugkomt binnen onze groep, waar kunnen wij zelf ingrijpen om de NH3 emissie te verminderen. Herman van Schooten van Wageningen UR heeft een duidelijke uitleg gegeven wat NH3 emissie nu eigenlijk is en stapsgewijs de route langsgelopen die NH3 aflegt.

Ontstaan ammoniakemissie

NH3-emissie ontstaat wanneer de ureumstikstof in de urine in aanraking komt met mest. Er ontstaat dan ammoniumstikstof (NH4-N) die kan vervluchtigen als NH3. Beperken van NH3-emissie kan dus beginnen bij de bron door het verminderen van de hoeveelheid ureumstikstof via de urine. Dit kan via het aantal dieren en via het RE-gehalte of RE-benutting van het rantsoen.

Optimale benutting van voer

Het eerste  punt spreekt waarschijnlijk voor zich. Het RE gehalte in het rantsoen ligt iets ingewikkelder. Het is natuurlijk zo dat wat je er niet instopt, er ook niet uit komt. Maar het is wel belangrijk daar een goede balans in te vinden, want de koe moet natuurlijk wel goed melk blijven geven! Daarnaast is het ook goed om te kijken of het eiwit wat een koe binnenkrijgt wel goed benut wordt. Als het goed benut wordt, dan wordt het gebruikt voor melk en groei, maar wat niet benut wordt, vind je als N terug in de urine van de koe.

Effectieve maatregelen

Concreet zouden veehouders de volgende managementmaatregelen kunnen nemen:

  • Lager RE-gehalte rantsoen (melkvee en/of jongvee)
  • Betere eiwitbenutting
  • Minder jongvee
  • Jongvee uitbesteden (geldt op bedrijfsniveau, want dit is het probleem verplaatsen)
  • Duurzamere koe

Daarnaast is het interessant om te kijken waar de emissie het hoogst is, in de stal of daarbuiten. Bij beweiden heb je geen vermenging van  urine en mest, dus minder ammoniak emissie! Meer beweiden heeft dus ook een positief effect. Maar ook als de koeien op stal staan is er reductie mogelijk. Bij stalemissie is er onderscheid tussen vloeremissie en kelderemissie. De emissie is eigenlijk een natuurkundig proces en hangt onder andere af van concentratie aan ammoniumstikstof in de mest, temperatuur, luchtsnelheid en zuurgraad.

Vloeremissiebeperkende maatregelen

Om de vloeremissie te beperken zijn de volgende maatregelen mogelijk:

  • Emissiearme vloer (snelle afvoer urine)
  • Water sproeien over de roosters (Voldoende water nodig, ca. 35-40 l per koe per dag)
  • Dakisolatie (lagere temperatuur)
  • Ventilatie aanpassen (lucht snelheid verminderen bij veel wind)
  • Verlaging zuurgraad urine via voeding (op dit moment alleen praktisch toepasbaar bij varkens)

Toevoegen van ureaseremmers 

Binnen het project Proeftuin Natura 2000 Overijssel is gekeken naar het toevoegen van ureaseremmers aan de mest als kansrijke maatregel. Onderzoek door WUR op Dairy Campus lieten hoopvolle reductiepercentages zien. Omdat er echter nog onvoldoende bekend is over veiligheidsrisico’s bij toepassing van het product in de stal is het als praktisch toepasbaar middel voorlopig in de wacht gezet.

Om de kelderemissie te beperken zijn de volgende maatregelen mogelijk:

  • Afsluiten / dichte vloer/ verkleinen emitterend oppervlak
  • Aanzuren (anorganisch zuren, organische zuren, biologisch aanzuren)
  • Verdunnen
  • Kelderlucht afzuigen
  • Minder luchtcirculatie in de put

Er is dus zeker wel reductie van de NH3 emissie te behalen gedurende het proces. Keuzes hangen af van kosten ten opzichte van stikstofwinst en verzilverbaarheid voor bedrijfsontwikkeling. Managementmaatregelen als minder jongvee en minder eiwit voeren zijn in de praktijk al snel interessant. En dan hebben we nog niet eens naar het mestaanwenden gekeken! Daar gaan we in een volgende artikel zeker op terug komen.