Nieuws

Graslandbemesting: maak werk van stikstofbenutting

Gepubliceerd op
23 september 2022

Door mest zorgvuldig en netjes toe te dienen kunnen veehouders en loonwerkers de ammoniakemissie verminderen en daarmee de stikstofbenutting verbeteren. Hoge kunstmestprijzen, lagere bemestingsnormen en strengere ammoniakregelgeving maken het urgent hier meer aandacht aan te geven. Aan de horizon gloren innovatieve technieken voor precisielandbouw en ‘zero emission’. Maar ook als deze technologieën op de markt zijn, is het belangrijk bestaande bemestingstechnieken zo goed mogelijk toe te passen. Met deze tips gaat dat lukken.

Bemesting in de praktijk

Grasland goed bemesten is makkelijker gezegd dan gedaan. In de praktijk zien we vaak dat – onder druk van capaciteit, kosten, beschikbaar trekkervermogen of slecht onderhouden materieel – de graslandbemesting onzorgvuldig wordt uitgevoerd. Denk aan mest die over de sleufjes stroomt of tussen het gras blijft hangen en mee omhoog groeit, waardoor mestresten het weidegras onsmakelijk maken of bij voederwinning in de kuil terecht komen. Daarnaast kan onzorgvuldig werken de zode beschadigen en bijdragen aan verdroging. Ook dit jaar was dit op veel percelen zichtbaar.

Bemesting op veengrond. Links onnauwkeurig werk: de meststroken zijn te breed en liggen op het gras, waardoor de mest het gras besmeurt en er veel emissie optreedt.  Op de foto rechts ligt de mest onder het gras op de grond. Hierdoor blijft het gras schoon, is er minder contact met de lucht en zal de emissie laag zijn.
Bemesting op veengrond. Links onnauwkeurig werk: de meststroken zijn te breed en liggen op het gras, waardoor de mest het gras besmeurt en er veel emissie optreedt. Op de foto rechts ligt de mest onder het gras op de grond. Hierdoor blijft het gras schoon, is er minder contact met de lucht en zal de emissie laag zijn.

Gevolgen onzorgvuldige bemesting

Het effect van onzorgvuldige bemesting is aanzienlijk. In de eerste plaats komen de meststoffen (N, P, K) niet waar ze nodig zijn: bij de wortels van het gras. Dat levert een lagere gewasopbrengst en/of een lager ruw eiwit op. Brede meststroken op het gras verstikken bovendien het gras eronder, waardoor de opbrengst daalt. Minder eiwit van eigen land dus. De stikstof vervliegt vervolgens als ammoniak in de lucht, wat weer nadelig is voor omliggende natuur.

Weidekoeien nemen ook minder gras op als dit besmeurd is met mest, met meer bijvoeding of een lagere melkgift als gevolg. Hetzelfde gebeurt met een graskuil die nog mestresten bevat. De kuil is lastiger te conserveren en de koeien laten de minder smakelijke grasdelen aan het voerhek liggen.

Handel naar omstandigheden

Maar hoe pak je het dan goed aan? De belangrijkste les daarbij is om te handelen naar de omstandigheden. Wat voor soort drijfmest heb je in de put, onder welke omstandigheden rij je deze uit, op welke grondsoort en met welke bemestingstechniek?

Op zandgrond ben je verplicht de mest ín de grond te brengen. Daarbij is het bij zodebemesting belangrijk de sleufjes voldoende diep te maken om alle mest in de sleufjes te brengen, zonder het gras langs de sleufjes te besmeuren met mest. Maak strakke randen; rafelige randen houden mest vast wat meer emissie geeft. Heb je hele dunne mest, dan hoef je niet heel diep te snijden, want je wilt voorkomen dat de sleuf open blijft staan. Snij dus niet dieper dan nodig is, maar wel diep genoeg zodat de mest mooi in de sleufjes past. Stel de druk, de mestgift en de stand van de kouter hierop af. Stap na de eerste strook eens van de trekker om te zien wat het resultaat is en stel indien nodig bij.

Bemesting op zandgrond. Links besmeurt de mest het gras wat de kwaliteit van het gras negatief beïnvloedt en meer emissie geeft. Rechts zijn de sleuven diep genoeg ingesneden en zit de mest netjes in de grond.
Bemesting op zandgrond. Links besmeurt de mest het gras wat de kwaliteit van het gras negatief beïnvloedt en meer emissie geeft. Rechts zijn de sleuven diep genoeg ingesneden en zit de mest netjes in de grond.

Mest verdunnen

Verdun de mest als deze te dik is. Dit zorgt ervoor dat de mest sneller de grond in trekt, wat de emissie vermindert. De mest is tevens makkelijker te verpompen. Tijdens de demo op de zandgronden van Agro Innovatiecentrum De Marke (Hengelo, GLD) bleek dat verdunde mest (1 deel water op 2 delen mest) met goed afgestelde apparatuur bij een gift van 40 m3/ha (totaal) netjes in de sleufjes in de grond past, zonder grasbesmeuring.

Snijden op kleigrond?

Op kleigrond heb je de keuze tussen óp of ín de grond aanbrengen. Veehouders zijn vaak bang dat diepere sleuven schade geven aan de graszode. Het is uiteraard van belang om hierop te letten. Het nadeel van slechtere grasopname bij beweiding of veel mestresten in de kuil is meestal schadelijker. Daarom is op kleigrond het juiste moment van bemesting (optimale weersomstandigheden) en de vochtigheid van de bodem erg belangrijk. Speel daar met passende apparatuur op in en werk bijvoorbeeld in het voorjaar met een zodenbemester en later in het jaar met een sleufkouter of sleepvoet. Rij de mest bij voorkeur uit bij koel, regenachtig en windstil weer.

Demo’s Bemest op z’n Best

Gedurende het jaar geven we diverse praktijkdemo’s van bemesting en delen we onze kennis en tips rondom een goede bemesting met zo min mogelijk ammoniakemissie. Hou deze website en onze socials in de gaten voor nieuwe data in 2023.