Effect van samenwerking tussen melkveehouderij en akkerbouw

Nieuws

Effect van samenwerking tussen melkveehouderij en akkerbouw

Gepubliceerd op
18 december 2018

In Koeien & Kansen werken diverse deelnemers samen met akkerbouwers. Zo heeft Johan Dekker in Zeewolde een samenwerking voor tulpenbollenteelt en Rijk Baltus in Middenmeer eentje voor aardappelteelt. Maar welk effect heeft deze samenwerking op de bodemkwaliteit en het organische-stofgehalte in de bodem?

In de laatste nieuwsbrief van Koeien & Kansen in een artikel aandacht voor de samenwerking tussen melkveehouders en akkerbouwers. Door Colin Dekker, de zoon van Koeien & Kansen-deelnemers Johan en Carla Dekker is het effect van samenwerking met akkerbouw doorgelicht. Hij is student aan Aeres Hogeschool in Dronten en heeft hier onderzoek naar gedaan. Uit zijn analyse blijkt dat het opnemen van de tulpen in het teeltplan het bodemoverschot van stikstof iets doet toenemen ten opzichte van een situatie zonder de tulpen (referentie 7 jaar blijvend gras). De aanvoer van Effectieve Organische Stof (EOS) is bij rotatie met tulpen ruim 10% lager dan bij blijvend gras. Dit wil overigens niet zeggen dat de EOS-aanvoer daarmee meteen kritisch laag is. In de analyse wijst Colin Dekker erop dat het scheuren van grasland in het najaar een risicovolle activiteit is. Hij adviseert: roteer, maar scheur met mate. Hij baseert dit op de verwachting dat het organische-stofgehalte in de bodem lager zal zijn bij rotatie met tulpen, dan bij alleen grasland. Toch wijst de langjarige reeks bodemanalyses van het bedrijf Dekker nog niet op een afname van het organische-stofgehalte.

Bij Rijk Baltus is sprake van een intensieve vruchtwisseling van twee jaar gras met maïs en pootaardappelen. De bodem wordt dus regelmatig bewerkt en de verhouding van akkerbouw en gras in de vruchtwisseling is hoger dan op veel andere bedrijven. Vanwege de akkerbouwhistorie voor de vestiging van het melkveebedrijf met gras, verwachten we een toename van het bodemorganische-stofgehalte. Toch is deze toename op basis van langjarige bodemanalyses niet waarneembaar. Mogelijk gaat het zo langzaam dat dit pas op langere termijn waarneembaar is. Ook kan het zijn dat de toename in de graslandfase telkens weer terugvalt in de akkerbouwfase met maïs en aardappel. Overigens teelt Rijk de maïs als directzaai in de doodgespoten graszode. Daarbij wordt de maïs gezaaid in 5 cm brede gefreesde strookjes. Dit is een relatief milde, niet kerende grondbewerking die bij zou moeten dragen aan behoud van het bodemorganische- stofgehalte.

Meer informatie

Meer informatie rondom deze resultaten en verdichting en vochtvoorziening bodem zijn te lezen in het artikel: ‘Effect van samenwerking met akkerbouw doorgelicht'' in de laatste nieuwsbrief, nummer 49, december 2018. Hier vindt u nog meer nieuws uit het project Koeien & Kansen over onder andere droogte 2018, het meten van methaanemissie meten en meer.

Wilt u ook deze nieuwsbrief ontvangen? Stuur dan een mailtje naar koeienenkansen.pv@wur.nl en meld u aan.