Vizier op mest en grond op biologische melkveebedrijf  _ Koeien & Kansen

Nieuws

Vizier op mest en grond op biologisch melkveebedrijf

Gepubliceerd op
20 december 2016

Koeien & Kansen veehouders Cees Sikkenga en Jitske Bleker lopen als biologische melkveehouders tegen een aantal grenzen aan. Zo kunnen ze in 2016 niet hun volledig geproduceerde mest plaatsen op hun bedrijf. Ze hebben te maken met de regels van SKAL, waarbij het gebruik uit dierlijke mest niet groter mag zijn dan 170 kilogram N per hectare. Het komende jaar, 2017, kent voor deze ondernemers nog de nodige onduidelijkheid rondom het fosfaatrechtenstelsel, wel of geen generieke korting en/of grondgebondenheid.

De maatschap Sikkenga-Bleker houdt 200 melkkoeien en heeft hierbij de beschikking over een kleine 150 hectare landbouwgrond op zware zeeklei in het Groningse Bedum. Ondanks de extensieve bedrijfsvoering moeten deze ondernemers dit jaar mest afvoeren. De mestproductie ligt voor 2016 iets hoger dan de afgelopen jaren. Deze mest kan niet volledig op eigen bedrijf geplaatst worden, aangezien ze te maken hebben met een plaatsingsruimte van 170 kilogram N per hectare binnen hun biologische bedrijfsvoering. Een gedeelte van deze mest hebben ze al kunnen afzetten in het groeiseizoen. "Het is lastig op dit moment om de laatste mest af te plaatsen, ook al is deze biologisch. De gemaakte afspraken blijken in de praktijk variabel te zijn, zodat we de mest uiteindelijk nog niet kwijt zijn", licht de ondernemer toe.

2017 een jaar met hindernissen

Voor het komend jaar liggen er nog verschillende vraagstukken op tafel. Hoe gaat het nieuwe fosfaatrechtenstelsel eruit zien en wat voor consequenties heeft dat voor de sector? Vindt er wel of geen korting plaats en voor welke bedrijven? De keuze lijkt op grondgebondenheid te vallen, zodat korting op de hoeveelheid fosfaat van 2 juli 2015 waarschijnlijk niet aan de orde is. Daarnaast speelt de vraag nog of derogatie behouden kan worden. Derogatie speelt minder op dit bedrijf, aangezien deze ondernemers al jaren geen derogatie hebben aangevraagd. Ook het wel of niet kunnen benutten van de zogenaamde latente ruimte is een punt van aandacht.

Vizier op de toekomst

Ondanks alle onduidelijkheid voor het jaar 2017 zijn deze ondernemers van mening dat de tijd hen zal leren hoe het daadwerkelijk gaat uitpakken voor hun biologische bedrijfsvoering. ‘’Hierbij gaan we uit van een stuk solidariteit en rechtvaardigheid’’, merkt Sikkenga op. ‘’Voor 2018 is het in ieder geval duidelijk dat er geen generieke korting is voor biologische bedrijven’’, voegt hij er tot slot aan toe.