Verhoging bedrijfsbenutting bespaart op voeraankoop

Nieuws

Verhoging bedrijfsbenutting bespaart op voeraankoop

Gepubliceerd op
29 juli 2014

De KringloopWijzer geeft inzicht in de relatie tussen het stikstofoverschot en –benutting op het bedrijf. Hieruit blijkt dat de verlaging van het overschot en een verhoging van de benutting zorgt voor besparing voeraankoop.

Het stikstofoverschot op het bedrijf wordt vaak in verband gebracht met milieueisen voor onder andere  nitraat en ammoniak. De stikstofbenutting is daarbij een afgeleide en zegt iets over hoe efficiënt de productie van melk (en vlees) op melkveebedrijven tot stand is gekomen. Het verband tussen deze twee bedrijfskenmerken is weergegeven in figuur 1. Op basis van ruim 600 ingevulde KringloopWijzers over het jaar 2013 zien we een kromlijnige afname van het stikstofoverschot bij een toename van de benutting. Gemiddeld bedroeg de stikstofbenutting op deze bedrijven 32 procent met een standaardafwijking van 11 procent. De standaardafwijking is een maat voor de spreiding waarbij de 2,5 procent laagste en 2,5 procent hoogste waarden niet zijn meegenomen. Voor een groot aantal van deze bedrijven moet het dus mogelijk zijn om de stikstofbenutting met 5 procent te doen stijgen. Van 27 procent naar het gemiddelde van 32 procent. Wat zijn dan de gevolgen op die bedrijven?

Figuur 1. Het verband tussen het stikstofoverschot en –benutting op het bedrijf.
Figuur 1. Het verband tussen het stikstofoverschot en –benutting op het bedrijf.

Stijging van stikstofbenutting met 5 procent

Op basis van de gevonden relatie uit Figuur 1 daalt dan het stikstofoverschot met 35 kg per ha, als de benutting met 5 procent punten stijgt. Van 275 tot 240 kg N per ha. Als voorbeeld nemen we een bedrijf met 40 ha grond. We gaan er van uit dat de toename van de benutting wordt gerealiseerd bij een gelijke melkproductie. Dus op de bedrijfsbalans blijft de afvoer gelijk. Dit kan dus alleen maar betekenen dat de afname van het stikstofoverschot is gekomen door een afname van de aanvoer van voer. Dit kan alleen doordat de stikstof op het eigen bedrijf via de bedrijfsonderdelen beter benut worden. Bijvoorbeeld door een betere benutting van de veestapel en/of door een betere benutting op de bodem door hogere gewasopbrengsten.

Besparing voeraankoop

Voor het bedrijf met 40 ha grond is 5 procent betere benutting een besparing op de aankoop van 1400 kg stikstof (35 x 40). Dan kan bijvoorbeeld door minder maïs aan te kopen. We gaan uit van een prijs van maïs van 16 eurocent per kg ds. Omgerekend is dat minimaal €10,- per kg stikstof. Bij voeraankoop wordt niet alleen gekeken naar de hoeveelheid stikstof (ruw eiwit), maar ook naar energie (VEM) om zodoende een goed rantsoen samen te stellen. En met maïs wordt er vooral een energiebron aangekocht. We denken dat het mogelijk moet zijn met 85% minder aankoop er nog steeds voldoende energie in het rantsoen komt. Het gaat tenslotte in dit voorbeeld om een 5% betere stikstofbenutting op het bedrijf. Die betere benutting kan bijvoorbeeld gerealiseerd worden door een veestapel die minder energie en stikstof nodig heeft en/of door meer energie van eigen bodem te telen. Voor dit bedrijf is dan de besparing dan ongeveer €12.000 (ca. 105 ton ds). Dat is een flink bedrag!.

Benutting veestapel onder de loep

In de volgende twee artikelen zal de veestapel onder de loep worden genomen. Wat betekent een verbetering van de benutting van de veestapel voor de portemonnee en hoe komt die verbetering tot stand? Vervolgens zoomen we in op de bodem.