Minder jongvee gunstig effect op fosfaatproductie

Nieuws

Minder jongvee voorkomt extra mestverwerking en grondaankoop

Gepubliceerd op
14 december 2015

Koeien & Kansen-bedrijf Pijnenborg-van Kempen verkent scenario’s om extra mestverwerking en grondaankoop te voorkomen. Onlangs zijn er twee melkrobots aangeschaft. Het doel is vervolgens om 115 koeien te melken. Met het realiseren van een BEX-winst van 8 procent en substantieel minder jongvee probeert deze maatschap extra mestverwerking en extra grond (via de AMvB) te voorkomen in 2017.

In de afgelopen maanden is er een begin gemaakt met het automatisch melken. Hiermee is in augustus gestart. Om extra gebruik te maken van de belastingvoordelen via KIA is dit jaar één melkrobot gekocht en één geleased. Deze robot koopt Pijnenborg In Ysselsteyn volgende jaar aan.
De koeien produceerden de afgelopen jaren gemiddeld 9.000 kilogram melk. Jaarlijks werd er tussen de 950 ton en 1000 ton geproduceerd op bedrijfsniveau. De maatschap hield gemiddel tussen de 80 tot 90 procent jongvee aan. Na het verdwijnen van het melkquotum gaan deze ondernemers zich volledig richten op meer melk per koe.

Niet meer vee

De stalcapaciteit en de NB vergunning laten op dit bedrijf geen grote stijging toe in aantallen vee. De doelstelling voor 2017 wordt maximaal 115 melkkoeien en een jongveebezetting van 60 procent. Een productiestijging van 9.000 naar 10.000 kilogram melk per koe moet goed mogelijk zijn. Er wordt ongeveer 35 hectare direct gebruikt voor de voedervoorziening, terwijl hij nog eens 15 hectare rouleert met akkerbouwers.
In 2016 worden er maar 35 kalveren opgezet en dan loopt de grote hoeveelheid qua jongveebezetting er in 2017 uit. De 60 procent jongvee moet dan gerealiseerd zijn.

Fosfaatoverschot daalt, geen extra grond nodig

In bijgevoegde grafiek is te zien dat er met een BEX-voordeel van globaal 8 procent geen extra grond nodig is in 2016 en 2017. Voorheen lag het BEX voordeel tussen de 10 en 15 procent. Er is wel rekening gehouden met een lagere norm in de plaatsingsruimte, maar nog niet met een hogere bemestingsnorm via de aangetoonde hogere gewasproductie met de BEP. Die ligt in de praktijk hoger dan de nu gebruikte plaatsingsruimte.
Opvallend is dat ondanks de hogere melkproductie in 2017 ten opzichte van 2016 er toch weer minder fosfaat geproduceerd wordt. De productie van fosfaat van het jongvee wordt vaak onderschat.
De werkelijke fosfaatproductie ligt dan ook nog onder de productie van 2014.
Pijnenborg gaat er dan ook vanuit dat op deze manier er geen extra kosten nodig zijn in het kader van de grondgebondenheid en eventuele 'fosfaatrechten'.
Het aandeel jongvee gaat in 2016 nu definitief omlaag.

Pijnenborg - Kempen

Figuur 1. Ontwikkeling van het Fosfaatoverschot van het Koeien & Kansen-bedrijf Pijnenborg-van Kempen (onderverdeeld in melkveefosfaatreferentie (MFR) en melkveefosfaatoverschot (MFO)) voor de jaren 2013 t/m 2017, waarbij in de jaren 2016 en 2017 begroot is met scenario’s van 8% BEX-winst, meer melk per koe en minder jongvee (2016: 7.4 st jvee/10 mk en 9500 kg melk / koe; 2017: 6.1 st jvee/10 mk en 10.000 kg melk / koe). In 2017 blijkt het fosfaatoverschot zelfs iets lager dan de melkfeefosfaatreferentie (MFR).