Meting naar verhoogde H2S-concentraties uit mest

Nieuws

Metingen naar verhoogde H2S-concentraties uit melkveemest

Gepubliceerd op
17 januari 2017

Op een melkveebedrijf in ZW-Friesland zijn jaarrond metingen uitgevoerd naar het vrijkomen van waterstofsulfide (H2S) uit mest. Bij het mest mixen steeg de H2S-concentratie sterk als de mest goed gemixt kon worden. Tijdens het verpompen van de mest kwam in bijna de helft van de gevallen de H2S-concentratie boven de 10 ppm uit. Als er geen mest werd gemixt of overgepompt bleek dat op 3,0% van de meetdagen de H2S-concentratie tijdelijk boven de 10 ppm uitkwam.

Het vrijkomen van giftige mestgassen zoals waterstofsulfide (H2S) en blauwzuurgas (HCN) tijdens het opslaan, mixen en overpompen van mest is schadelijk voor mens en dier en is dodelijk bij hoge concentraties. De eerste effecten op het menselijk lichaam beginnen merkbaar te worden bij H2S-concentraties boven de 10 ppm. Voor zover bekend zijn nog nooit langdurige metingen gedaan naar de concentraties van mestgassen in melkveestallen. Daarom is in een mestkelder van een melkveestal jaarrond gemeten naar het voorkomen van verhoogde H2S-concentraties, ter indicatie van het optreden van (potentieel) gevaarlijke situaties door giftige mestgassen. Daarnaast is een quick-scan uitgevoerd naar gepubliceerde onderzoeksresultaten over het vrijkomen van waterstofsulfide uit mest in melkveestallen.

Resultaten praktijkmetingen

De toename in de H2S-concentratie tijdens het mixen bleek afhankelijk te zijn of de mest wel of niet goed gemixt kon worden. Als er een korst op de mest aanwezig was die tijdens het mixen niet goed opgemengd werd met de mest, steeg de H2S-concentratie niet zo sterk als dat de korst wel goed kon worden opgemengd of als er geen korst aanwezig was. Na afloop van het mixen nam de H2S-concentratie niet snel af, maar had een afwisselend patroon met stijgingen en dalingen waardoor na het stoppen van het mixen nog een bepaalde tijd verhoogde H2S-concentraties werden gemeten. Tijdens het verpompen van mest naar een mesttank, vrachtwagen of overpompen bleek in 46% van de gevallen de H2S-concentratie boven de 10 ppm uit te komen. En tijdens de periode dat er geen mest werd gemixt of overgepompt kwam op 3,0% van de meetdagen de H2S-concentratie boven de 10 ppm uit. In totaal kwam het op 7,8% van de meetdagen voor dat de H2S-concentratie een bepaalde tijd boven de 10 ppm H2S uitkwam.

Resultaten Quick-scan

De resultaten uit het literatuuronderzoek lieten zien dat de H2S-concentratie direct na aanvang van het mixen zeer sterk stijgt en (zeer) snel leidt tot een piekwaarde. Piekconcentraties van meer dan 150 ppm H2S kwamen veelvuldig voor en vormen een direct gevaar voor mens en dier. Het kwam regelmatig voor dat de H2S-concentraties gedurende langere tijd (15 minuten) boven de 10 ppm H2S lagen. De H2S-concentratie bleek daarnaast sterk te variëren zelfs wanneer de operationele condities en handelswijze gelijk waren. Verder zijn er indicaties dat rantsoenen met hogere zwavelgehalten tot hogere H2S-concentraties leiden en dat lagere mixsnelheden tot lagere H2S-concentraties leiden.

De onderzoeksresultaten staan uitgebreid beschreven in het rapport: ‘Mestgassen uit melkveemest: jaarrond metingen van H2S-concentraties’.