Melkveehouders zien meerwaarde in fokwaarde ureum

Nieuws

Melkveehouders zien meerwaarde in fokwaarde ureum

Gepubliceerd op
27 januari 2017

In de afgelopen periode heeft DLV Advies de fokwaarden voor ureum van de koeien binnen het praktijknetwerk "Voer voor minder ammoniak" geanalyseerd. Hieruit blijkt dat de verdeling over de fokwaarden per bedrijf verschillend is. Ook de fokwaarden van koefamilies en dochtergroepen van stieren op de bedrijven laat duidelijk de invloed van erfelijkheid zien. Veehouders zien kansen bij stierkeuze en in beperkte mate bij selectie.

Verdeling fokwaarde ureum

De verdeling van de fokwaarden voor ureum is weergegeven van de melkkoeien van de 9 deelnemende bedrijven in het praktijknetwerk 'Voer voor minder ammoniak. De fokwaarde 0 komt overeen met koeien uit 2010, die een gemiddeld ureumgehalte van 20 hebben.

Fig:  Procentuele verdeling van de melkkoeien over de fokwaarde ureum van 1200 melkkoeien
Fig: Procentuele verdeling van de melkkoeien over de fokwaarde ureum van 1200 melkkoeien

In de grafiek is te zien dat bij de fokwaarde ureum de waarden  het meest tussen -1 tot +2  liggen met uitschieters naar -4  resp. +5.  Daaruit blijkt dat 30% van de melkkoeien een negatieve fokwaarde heeft, hetgeen positief is voor ureumverlaging.

De gemiddelde fokwaarde voor ureum is ook per bedrijf berekend. Deze varieerde van -0,04 tot 0,41. Gemiddeld was dit 0,26 over de bedrijven. De resultaten zijn per bedrijf besproken. Voor de verklaring is onder andere gekeken naar de spreiding en het gebruik van de stieren op het bedrijf. De eerste reactie is daarbij geweest dat de fokwaarden van de stieren die de deelnemers hebben gebruikt op hun bedrijven niet bekend zijn.
Ook de fokwaarden van ureum voor stieren variƫren. In de gepubliceerde lijst van december 2016 varieert dit van -5 tot +8 voor stieren.
De berekende waarden van de koeien worden nu nog niet gedeeld met de veehouders. De deelnemers in het project hebben deze informatie in het kader van het praktijknetwerk wel ontvangen.
Verdere analyse heeft plaatsgevonden naar de verschillen tussen de koeien. Dit is besproken met CRV, die  de fokwaarden voor de deelnemers heeft aangeleverd.

Invloed van koefamilies en dochtergroepen

In de analyse is ook gekeken naar de invloed van koefamilies. Daarbij is op basis van de namen van de dieren geselecteerd. De ene koefamilie scoort lager in fokwaarden dan de ander. Het varieert gemiddeld van -1 tot +1. Het voorkomen daarvan is ook per bedrijf verschillend. Opvallend is dat de deelnemers het gebruik van het aantal stieren met een hogere fokwaarde herkennen in de bloedlijnen. Een verdere analyse is nodig of de fokwaarde ook iets kan toevoegen voor de gebruikswaarde van de koeien op het gebied van productie.

Een andere vergelijking die is gemaakt, is de fokwaarde van dochtergroepen op de bedrijven. Ook hier is eenzelfde trend waar te nemen.

Praktische toepassing in de bedrijfsvoering

De deelnemers in het praktijknetwerk hechten waarde aan het beschikbaar hebben van de fokwaarde voor ureum van de stieren die ze gebruiken voor de aanwas in hun veestapel. Hier zien ze een meerwaarde in bij het selecteren van stieren. Voor de selectie in hun veestapel op koeien met een hoge en lage fokwaarde geven ze aan dat ze er hun goede gebruikskoeien niet op gaan selecteren bij de uitstoot.  Wel zien ze mogelijkheden bij de keuze van de koeien die ze willen gebruiken voor fokken in de veestapel.

De meerwaarde voor ureumverlaging wordt wel gezien, maar er moet meer financieel voordeel te halen zijn, wil dit een grotere betekenis gaan krijgen. Daarom wordt ook gezocht naar verband tussen de fokwaarde voor ureum en eiwitbenutting uit het rantsoen.