Water bij mest voor lagere ammoniakemissie op veen- Waarheen met ammoniak op Veen

Nieuws

Meer water bij mest voor lagere ammoniakemissie op veen

Gepubliceerd op
24 november 2016

Meer water bij de mest, meer energie en minder eiwit in het rantsoen, zijn de twee belangrijkste maatregelen om ammoniak te reduceren. Meer energie en minder eiwit zorgt voor minder (primaire) productie van N en daarmee minder NH3. Meer water bij de mest zorgt voor lagere emissie van aanwezige NH3 bij opslag en aanwending. Zo vatten deelnemers van het praktijknetwerk 'Waarheen ammoniak op het Veen', groep 'Grotere bedrijven', het traject van afgelopen twee jaar samen.

Aan de hand van ingevulde KringloopWijzers van een grote groep weidende melkveebedrijven is een analyse besproken in dit praktijknetwerk Hieruit blijkt dat tot 1000 uur weidegang er geen verband is tussen weidegang en mineralenbenutting/excretie per ton melk. Eigenlijk doen weidebedrijven het zelfs wat beter. Ook boven de 1000 uur blijkt het management veel belangrijker dan het wel of niet weiden en aantal uren weidegang. Voor deelnemers was dit nieuw en erg nuttig, omdat deze bovengemiddeld grote bedrijven vaak nadenken welke mate van weidegang het beste bij hun bedrijf past.

Juiste rantsoen samenstellen

Voor de uitkomst van de KringloopWijzer is het van groot belang wat voor kuilen je aanlegt. En wat je vervolgens als gemiddeld rantsoen gaat voeren. Grofweg zijn de vuistregels voor een goede efficiëntie als resultaat van KringloopWijzer, 160 gram ruw eiwit gemiddeld in het rantsoen en niet boven de 4 gram P per kilogram droge stof. Dat is vooral een kwestie van goede kuilen aanleggen en een goede rantsoensamenstelling maken. Scherper voeren met een gemiddeld ruw eiwit rond of onder de 160 gram per kilogram droge stof is uiteindelijk ook goed om minder excretie en lagere kans op NH3 emissie te realiseren per ton melk. Zo versterken beide uitkomsten elkaar.

Goede kuilen met weinig ruw as

Vaak wordt gesproken over goede kuilen als basis voor een goed resultaat in de KringloopWijzer. Daarmee wordt vooral de voederwaarde (VEM) bedoeld. Deze groep heeft geleerd dat het vooral gaat om verhouding VEM/Ruw eiwit. Als die hoger is (meer energie/minder eiwit) dan werkt dat vaak gunstig. Uit vergelijkingen binnen de groep bleek dat vooral ook ruw as gehalte een bijzonder grote rol speelt in het resultaat van de KringloopWijzer. Dat had voor de start van het netwerk niet iedereen zo in beeld. Voor de grotere bedrijven, met vaak ook wat grotere machines en meer ‘personeel’ een absolute aanrader als actiepunt.

Meer water bij de mest

Water bij de mest is voor de meeste bedrijven het middel om bij het uitrijden winst te boeken en een hogere benutting van de mest te halen. De cijfers van proeven en onderzoek zijn meerdere malen besproken in het praktijknetwerk. Een aantal deelnemers heeft ook ervaring opgedaan met deze praktische maatregel. Nagenoeg alle bedrijven van dit netwerk gebruiken ‘baggeren’ als aanvullende maatregel om de mest ‘in te regenen’ in de zomer. Bijzonder effectief voor de benutting van de mest als het droog is, en ook om het gras zelf aan de groei te houden.

Ervaringen deelnemers

De deelnemers vatten deelname aan het driejarige praktijknetwerk 'Waarheen met ammoniak op veen' als volgt samen:

  • Leerzaam traject, waarbij het lezen van de cijfers in een KringloopWijzer rapport best lastig is en wat echt vraagt om herhaling en oefening!
  • We voelen ons nu toch wat meer thuis in de cijfers achter de KringloopWijzer, waardoor we meer gevoel en grip hebben gekregen op de materie.
  • We hebben geleerd waar de ‘knoppen’ zitten waar we aan kunnen draaien om de resultaten binnen de KringloopWijzer (en ons bedrijfsresultaat) te verbeteren.
  • NH3 reductie is eigenlijk gewoon een afgeleide van N-benutting en netjes werken op je bedrijf.