Lagere gehaltes fosfaat in beginvoorraden

Nieuws

Lagere gehaltes fosfaat in beginvoorraden ruwvoer

Gepubliceerd op
18 april 2016

De fosforgehaltes in de ruwvoervoorraden eind 2015 zijn lager dan begin 2015. Door de lagere temperaturen in 2015 heeft het aangelegde ruwvoer een lager fosforgehalte per KVEM dan in 2014. Dit kwam naar voren op een netwerkbijeenkomst van het praktijknetwerk 'Wijzer met de kringloop' en ‘Voer voor minder ammoniak’ waarbij DLV Rundvee Advies een analyse maakte van 300 kringloopwijzers.

Bedrijven die dit jaar meer fosfor in de beginvoorraad hebben dan vorig jaar lopen meer risico op een lager BEX voordeel voor 2016. Door goed te blijven sturen op de P-benutting van het rantsoen kan het verlies van BEX voordeel voorkomen worden. In figuur 1 en 2 is weergegeven hoe het fosforgehalte in gras en maïs gemiddeld is geweest op de 300 onderzochte kringloopwijzers en de spreiding hierbij.

Knipseltjes.JPG

De beginvoorraad kuilgras van 2016 is gemiddeld ruim 0,32 gram P/kVEM lager dan de beginvoorraad in 2015. De snijmais kuilen zijn gemiddeld 0,15 gram P/kVEM lager. De fosforgehaltes van de beginvoorraad in 2016 zijn echter niet voor elke veehouder lager dan in 2015. De fosforgehaltes in het kuilgras en snijmais zijn dit jaar voor respectievelijk 15% en 25% van de melkveehouders hoger dan vorig jaar. Het maaimoment en de aankoop van het ruwvoer zijn mogelijke oorzaken van de hogere fosforgehaltes.

Rantsoensamenstelling

Het fosforgehalte in het rantsoen is afhankelijk van de samenstelling en gehaltes van de voersoorten. De mogelijkheden en beperkingen om op het fosforgehalte in het rantsoen te sturen zijn per bedrijf verschillend. Door zowel de mogelijkheden als beperkingen in beeld te brengen kan er gerichter worden gezocht naar maatregelen die zorgen voor een lager fosforgehalte in het rantsoen. In figuur 3 zijn de gemiddelde rantsoensamenstellingen weergegeven in relatie tot de behaalde BEX voordelen voor fosfaat. Het aandeel gras neemt af terwijl het aandeel maïs toeneemt naarmate het BEX voordeel stijgt. Het aandeel krachtvoer blijft stabiel en het aandeel bijproducten laat een lichte stijging zien.

Figuur 3: Gemiddelde rantsoensamenstellingen bij behaalde BEX voordelen van fosfaat  in 2015 voor stikstof. Tevens is het ureumgehalte van het tankmelkonderzoek weergegeven.
Figuur 3: Gemiddelde rantsoensamenstellingen bij behaalde BEX voordelen van fosfaat in 2015 voor stikstof. Tevens is het ureumgehalte van het tankmelkonderzoek weergegeven.

Verband met ureum gehalte

In figuur 3 is tevens te zien dat bedrijven met een hoog BEX voordeel voor fosfaat ook een lager ureumgehalte realiseren.  De deelnemers in het praktijknetwerk willen meer inzicht hebben in het verband tussen de verschillende onderdelen van de bedrijfsvoering waar ze op kunnen en willen sturen. Bedrijven met een laag ureumgehalte hebben gemiddeld een lager ruw eiwitgehalte in het rantsoen. Uit de analyses blijkt steeds vaker dat bedrijven die goed scoren op de BEX voor stikstof en fosfaat, dit ook doen op ureum.

Fosforgehalte voersoorten

Figuur 4: Spreiding P/kVEM van verschillende voersoorten
Figuur 4: Spreiding P/kVEM van verschillende voersoorten

In figuur 4 is de spreiding van de fosfor gehaltes per kVEM van de verschillende voersoorten  en het rantsoen weergegeven. Duidelijk is dat krachtvoer, gevolgd door kuilgras en vers gras, de meest ongunstige fosforgehalte per kVEM heeft van alle voersoorten. Snijmais en bepaalde bijproducten hebben de meest gunstige fosforgehaltes per kVEM en hebben dus een positief effect op het BEX voordeel. De grootste spreiding in de gehaltes is te zien bij de bijproducten, waarbij bijproducten ook de meest gunstige fosforgehaltes kan halen.