Kansen met ureumcijfers op koeniveau

Nieuws

Kansen met ureumcijfers op koeniveau

Gepubliceerd op
12 januari 2015

In het praktijknetwerk 'Voer voor minder ammoniak' zoeken de deelnemers naar mogelijkheden om de ammoniakemissie te verlagen bij de voeding. Hierbij is gekeken naar de huidige eiwitbenutting op de bedrijven op basis van de BEX berekeningen uit de KringloopWijzer. Aanvullend zijn ook de ureumcijfers van de individuele dieren geanalyseerd. Al deze informatie is nuttig om tot een betere stikstofbenutting te komen.

In het afgelopen half jaar heeft DLV Rundvee Advies de kringloopcijfers van de deelnemers geanalyseerd om een beter inzicht te krijgen in de stikstofbenutting bij de voeding. De resultaten hiervan zijn heel verschillend. Als aanvulling op de resultaten van de BEX uit de KringloopWijzer is ook gekeken naar de informatie van de ureumcijfers uit de MPR gegevens. De ureumcijfers zijn op koeniveau gemeten en weergegeven op de MPR analyse en gemakkelijk te koppelen. De resultaten van de metingen zijn gebaseerd op meerdere proefmelkingen over het jaar.

Eiwit- en fosfaatbenutting omhoog

In de bijeenkomsten is eerst gekeken naar het ruweiwitgehalte in het rantsoen, dat in het jaar 2013 is gerealiseerd. Hiervoor zijn de resultaten uit de opgestelde KringloopWijzers gebruikt. Hieruit bleek dat op dit onderdeel de meeste bedrijven al tussen de 15 en 16 procent ruw eiwit in het rantsoen hebben. Door een flinke winst op eiwit- en fosfaatbenutting te realiseren, behalen zij al een flink BEX voor deel op hun bedrijf. Verder valt het op dat de verschillen tussen de bedrijven minder groot zijn worden.

Ureumcijfers melkcontrole verder analyseren

De cijfers uit de melkcontrole geven informatie over de benutting van het eiwit op koeniveau. In de MPR uitslagen zijn ureumcijfers beschikbaar voor verschillende groepen: ingedeeld naar lactatiestadia, maar ook naar leeftijd. De analyse van de cijfers van een groot aantal bedrijven over meerdere periodes geeft verschillen te zien in de ureumcijfers over de lactatieperioden. De eerste reactie uit het netwerk bij de bespreking van de cijfers is dat de resultaten van de individuele ureum cijfers nog weinig of niet gebruikt worden om te sturen in de rantsoenen. Daarnaast is er gezocht naar mogelijke verklaringen voor het verschil in ureumgetallen per lactatiestadium in combinatie met de periode waarin het gemeten is. Dit geeft in theorie veel mogelijkheden om beter te sturen door de rantsoenen af te stemmen op de behoefte van de dieren. Ureumcijfers van de bedrijven op koeniveau laten het volgende zien:

  • Grote verschillen in ureumcijfers tussen de bedrijven, maar ook tussen dieren.
  • In de periode van 120-200 dagen na afkalven is het gemiddeld ureum gehalte hoger dan bij begin en einde van de lactatieperiode. 
  • In perioden met beweiding geeft het ureum getal afhankelijk van het gewas soms flinke uitschieters.

Inzicht in de benutting van eiwit van de veestapel geeft ook aan dat een langere levensduur gunstig  is. Omdat veel veehouders nu geneigd zijn te sturen op koppelmanagement, is er te weinig aandacht voor oudere dieren in de groep. De deelnemers willen in de groep meer inzicht in het efficiĆ«nt managen van de melkveestapel. Voorop staan praktische en uitvoerbare maatregelen die passen bij het eigen bedrijf.

Ureumgetal verlagen door opstellen maatregelenlijst

De komende periode gaan de deelnemers in hun groep kijken welke maatregelen bijdragen aan een laag ureumgetal. Daarbij betrekt het netwerk ook de kennis van hun mengvoeradviseur en wordt samengewerkt met Forfarmers Hendrix en Agruniek-Rijnvallei. Samen gaan ze kijken naar de mogelijkheden om beter te sturen in de rantsoenen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de expertise vanuit Schothorst Feed Research. De deelnemers in de groepen gaan bij de bespreking van de resultaten een tiplijst opstellen van praktische maatregelen om de eiwitbenutting te verbeteren en de ammoniak emissie te verlagen. Daarmee willen ze hun inzicht vergroten in de mogelijkheden om door een betere stikstofbenutting en lager ureumgehalte ontwikkelruimte te krijgen voor het bedrijf en te besparen op voerkosten.