Wat kun je doen met je rantsoen? - Waarheen met ammoniak op Veen

Nieuws

Invloed van rantsoen op de mest

Gepubliceerd op
27 juni 2016

De deelgroep ‘mest’ van het praktijknetwerk 'Waarheen met ammoniak op veen' heeft zich verdiept in de KringloopWijzercijfers waarbij de focus lag op het thema voeding. Hoe kun je met je rantsoen invloed uitoefenen op de mest die uit je koeien komt?

Een belangrijke vraag aan agrariërs in het veenweidegebied is: Waarom voer je maïs aan je koeien als je het zelf niet kunt telen en het aan moet kopen? Maïs aankopen, terwijl je zelf ruwvoer in de vorm van gras genoeg hebt, is nooit gunstig. Kom je daarentegen ruwvoer tekort dan kan het aankopen van maïs een optie zijn. Met de hoge energiewaarden en het lage eiwit kan mais het rantsoen met weidegras of kuilgras beter in balans brengen. Zeker als het weide- en kuilgras een (te) hoog ruw eiwitgehalte kennen. Maïs benut de overtollige OEB goed waardoor N-efficiëntie van het rantsoen hoger wordt en de ammoniakemissie minder. Zelf maïs verbouwen is op veel veengronden geen optie. Je kunt dan alleen proberen gras te oogsten bij een wat lager ruw eiwitgehalte. Op sommige veengronden kan maïs geteeld worden. Het telen van maïs via strokenfreesteelt is dan waarschijnlijk de beste optie om bodemdaling tegen te gaan. 

Alternatieven voor maïsaankoop 

Wat zijn goede alternatieven voor de aankoop van maïs? Dat zijn producten die meer passen bij het rantsoen qua fosforgehaltes. Deze producten leiden tot een betere eiwitbenutting. Dit kan uiteindelijk leiden tot een lagere uitstoot van ammoniak. Alle energierijke (bij-)producten en krachtvoeders die je aanvoert ter vermindering van je huidige krachtvoeraandeel werken gunstig in de KringloopWijzer. Ze hebben een hoge VEM en laag RE en laag P. Ze zorgen ervoor dat een overmaat van RE uit het (kuil)gras beter wordt benut en de melkproductie en de N en P efficiëntie omhoog gaan. De VEM/N en VEM/P verhouding van die producten moet leidend zijn bij de aankoop.

Let op: VEM-gehalte bij aankoop maïs 

Als je maïs koopt, let dan goed op dat het VEM gehalte, zetmeelgehalte hoog genoeg en fosforgehalte laag genoeg is. Ideale gehaltes liggen rond de 980 VEM, 400 gr zetmeel en een P-gehalte van 2 gram per kilogram droge stof. De veestapel heeft totaal een x-aantal VEM nodig om aan onderhoud en melkproductie te kunnen voldoen. Door mengvoerleveranciers wordt in praktijkt eerst krachtvoer ingerekend. Vervolgens wordt dat aangevuld met bijproducten en maïs en het geheel wordt 'dicht' gerekend met gras. De VEM wordt dus steeds opgeteld, en bij elk product loopt daar RE en P mee in de rekenmodule. Dus wanneer je een maiskuil met 940 VEM hebt, heb je daar meer van nodig om aan de VEM behoefte te komen dan bij 980 VEM en loopt er dus ook meer N en P mee in de berekening. Daarnaast is een hogere VEM in maïs ook gunstig voor de voeding van de melkkoeien, mits grof genoeg gehakseld en dus benutbaar voor de koeien.

Neem altijd een monsters van de maïs die geleverd is om te vergelijken of het wel de maïs is die je op papier hebt aangekocht. In de volgende bijeenkomst van het netwerk ligt de nadruk op het sturen met krachtvoerachtigen in het rantsoen.