Gips op veengrond leidt tot lagere grasproductie

Nieuws

Gips op veengrond leidt tot lagere grasproductie

Gepubliceerd op
24 mei 2016

Op steeds meer verschillende grondsoorten wordt gips als meststof geadviseerd om de calciumbezetting te verhogen zonder de pH te beïnvloeden. Uit vergelijkend onderzoek op veengrond blijkt echter dat gips tot een lagere grasproductie leidt dan kalk. Bij het toedienen van kalk stijgt de pH-waarde en neemt de mineralisatie toe, wat resulteert in een hogere productie.

Op veengrond is er een positief verband gevonden tussen de Ca/Mg-verhouding en het stikstofleverend vermogen van de bodem. Onderzoekers van het Louis Bolk Instituut hebben in verschillende proeven met calcium- en magnesiummeststoffen onderzocht of dit verband oorzakelijk is, ofwel: kan met verschillende calcium- en magnesiummeststoffen het stikstofleverend vermogen van de grond worden gestuurd?

Verschillende calcium- en magnesiummeststoffen

Uit het onderzoek blijkt dat de stikstoflevering en grasproductie niet zozeer met de Ca/Mg verhouding samenhangen, maar vooral met verhoging van de pH, calciumbezetting en het effect op mineralisatie. Bij de inzet van kalk (CaCO3), was er een duidelijke relatie tussen de stijging van de pH, de activiteit van het bodemleven en de mineralisatie. Het uiteindelijke effect was een hogere grasopbrengst (+400 kg droge stof per hectare), maar ook een lager organisch stofgehalte. Bij gips (CaSO4), eveneens een calciumhoudende meststof, leidde dit echter tot een lichte verlaging van de pH, vertraging van de bodemlevenactiviteit en een lagere grasproductie (-600 kilogram droge stof per hectare). “Voor de veehouder betekent dit dat bekalken altijd met beleid moet gebeuren, omdat het samengaat met versnelde bodemdaling”, concludeert onderzoeker Joachim Deru.

Brochure

In de proef zijn ook de effecten van magnesiet (MgCO3) en kieseriet (MgSO4) als magnesiumhoudende meststoffen onderzocht. Meer resultaten staan beschreven in de nieuwste brochure van het Louis Bolk Instituut ‘Bodemkwaliteit op veengrond - Effecten van drie maatregelen op een rij. In de juni-editie van V-focus is een artikel gewijs aan dit onderzoek:

Uitvoering en financiering

Het onderzoek is op verzoek van ANV De Utrechtse Venen gestart, en uitgevoerd door Louis Bolk Instituut en Veenweiden Innovatiecentrum. Het is onderdeel van het project “Bodemindicatoren voor duurzaam bodemgebruik in de veenweiden, Fase II: Testen van praktijkmaatregelen” dat gefinancierd is door SKB, Provincies Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht, Ministerie van I&M, ZuivelNL, LTO Noord Fondsen en Stowa.