Fosfaat kopen of jongvee opfok uitbesteden

Nieuws

Fosfaat kopen of jongvee opfok uitbesteden

Gepubliceerd op
14 juli 2015

De brief van 2 juli aan de Tweede Kamer over de invoering van productiebegrenzende maatregelen in de vorm van fosfaatrechten leidt tot de nodige discussie in de sector. Ondanks het ontbreken van exacte details over de invulling hiervan worden in de praktijk al inschattingen gemaakt. Koeien & Kansen veehouders Johan en Carla Dekker hebben de berichtgeving nauwlettend gevolgd om tijdig in te kunnen spelen op de wijzigingen.

Johan en Carla Dekker melken nu 160 koeien op 45 hectare vruchtbare kleigrond in Zeewolde. Dit komt neer op een intensiteit van 30.000 kg melk per hectare. De in 2010 gebouwde stal biedt ruimte voor 250 melkkoeien. De gefaseerde groei zal verantwoord moeten worden gerealiseerd. De AMvB grondgebonden groei gaat vanaf januari 2016 bepalen hoeveel extra grond voor de groei noodzakelijk is. Daarnaast is op 2 juli duidelijk geworden dat ook fosfaatrechten moeten worden gekocht voor de extra fosfaatproductie ten opzichte van 2014.

Fosfaat aankopen of jongvee uit besteden

Wanneer Johan in 2016 250 koeien wil melken met bijbehorend jongvee, gebaseerd op een scherp vervangingspercentage van 25 procent dan is de toename van de fosfaatproductie 2.050 kilogram. Dit is inclusief een BEX-voordeel van 5 procent. Deze fosfaatgroei is nagenoeg gelijk aan de fosfaatproductie van de 130 stuks jongvee. Dekker kan nu de afweging maken of hij gaat fosfaat aankopen of hij besteedt het jongvee uit. Wanneer de jongveeopfok wordt uitbesteed, vindt er geen groei in fosfaatproductie plaats ten opzichte van het jaar 2014. De AMvB die groei voor een deel grondgebonden gaat reguleren, is dan niet van toepassing. Wanneer het jongvee op het bedrijf blijft en er fosfaatrechten gekocht gaan worden is er wel een toename van de fosfaatproductie van 2.050 kilogram. Vijftig procent van de fosfaatgroei mag door Johan worden verwerkt, omdat het fosfaatoverschot boven de 50 kilogram per hectare ligt. Voor de andere 50 procent is extra grond nodig.

Ontwikkelruimte verdienen door KringloopWijzer 

De staatssecretaris vermeldt in haar brief van 2 juli jl. aan de kamer, dat melkveehouders ontwikkelruimte kunnen verdienen, door gebruik te maken van de KringloopWijzer. Met de huidige legitimatie van de Kringloopwijzer kan alleen ontwikkelruimte worden verkregen, wanneer aantoonbaar minder fosfaat door de veestapel wordt geproduceerd, door een hogere fosfaatefficiëntie dan de normatieve. Een hoge fosfaatefficiëntie bij de grond, door een bovengemiddelde gewasproductie wordt nog niet op grote schaal beloond. Hiermee experimenteren 100 melkveehouders die zich hebben aangemeld voor de pilot van fosfaatevenwichtsbemestings (BEP).

Hoge fosfaatefficiëntie

De fosfaatefficiëntie van de grond is bij de familie Dekker hoog door de productie van uitsluitend gras op de vruchtbare bodem. Gemiddeld was de fosfaatefficiëntie van de bodem in de jaren 2012, 2013 en 2014 135 procent. Dat wil zeggen dat er in de afgelopen drie jaren gemiddeld 14.789 kilogram droge stof uit gras is geoogst, waarbij gemiddeld 128 kilogram fosfaat per hectare per jaar aan de bodem is onttrokken. Dit rechtvaardigt de Bedrijfseigen fosfaatnorm (BEP) van +33 kilogram boven de forfaitaire bemestingsnorm van 95 kilogram..  

AMvB rekent niet met extra plaatsingsruimte

Helaas is het (nog) niet mogelijk om bij de AMvB met de extra plaatsingsruimte rekening te houden. Maar als dat wel het geval zou zijn dan is op het totale bedrijfsareaal van 45 hectare: 45*33 kg  = 1.485 kilogram fosfaat extra te plaatsen. Dit is ruim voldoende voor de 1.025 kg (50% van 2.050 kg fosfaatgroei) die volgens de AMvB grondgebonden moet worden verantwoord. Als zowel de fosfaatefficiëntie van de veestapel als de bodem onderdeel is van de AMvB, kan het jongvee op het bedrijf blijven en zonder uitbreiding van grond.

Evenwichtsbemesting

Dan kunnen we met recht spreken van een verantwoorde groei. Want voor het behoud van de bodemvruchtbaarheid is fosfaatevenwichtsbemesting gewenst. Geen overbemesting, maar ook geen onderbemesting.