Fokken en voern op ureum

Nieuws

Fokken en voeren op ureum

Gepubliceerd op
30 november 2016

Het ureumgehalten in de tankmelk varieert sterk tussen de verschillende melkveebedrijven. Dat blijkt uit een proef onder deelnemers aan het praktijknetwerk 'Voeren voor minder ammoniak'. Deze verschillen zijn deels te verklaren door erfelijke verschillen en de samenstelling van het rantsoen.

Ureum verlagen door rantsoenaanpassingen

Het ruw eiwitniveau en keuze van de bestanddelen in het rantsoen hebben invloed op het ureumgehalte in de melk. Meer sturing op stikstofbenutting in het rantsoen levert een positieve bijdrage aan het verlagen van het ureumgehalte. Sinds 2015 mogen bedrijven met een gemiddeld tankmelkureumgehalte van 19 of lager in de drie voorgaande jaren rekenen met een 10 procent lagere ammoniakemissie voor hun bedrijf. Van deze regeling maken weinig bedrijven gebruik in de praktijk. De ervaring binnen het praktijknetwerk leert dat veel melkveehouders dit doel nog niet nastreven. Deze maatregelen hebben zij nog niet nodig voor hun huidige bedrijfsontwikkeling.

Fokken op ureumgehalten

De melkveehouders in het praktijknetwerk hebben ook gekeken naar de erfelijke aanleg voor het ureumgehalte in de melk. Daarvoor is door een adviseur van DLV Advies gebruik gemaakt van een onderzoek dat een aantal jaren geleden heeft plaats gevonden. De erfelijkheidsgraad van ureum in de melk is 30 procent. Dat betekent dat 30 procent van de verschillen in ureum te verklaren is door verschillen in genetische aanleg. De overige 70 procent wordt verklaard door externe omstandigheden, zoals voeding en het seizoen. In de berekening van de fokwaarden is de erfelijke aanleg van de vader en moeder van de koe meegenomen en de werkelijke prestaties, gemeten in de MPR, na correctie van jaar en managementinvloeden.

Fokwaarden ureum eenmalig berekend

De erfelijkheid voor het ureumgehalte wordt voor 60 procent doorgegeven aan de volgende generatie. Belangrijk daarbij is dat het ureumgehalte niet gecorreleerd is aan de gehaltes in de melk en de productie van het dier.
CRV heeft op verzoek van het praktijknetwerk voor ongeveer 2000 melkkoeien van de deelnemers de fokwaarden voor ureum eenmalig berekend.
De berekende fokwaarden voor het ureumgehalte van de koeien variëren daarbij tussen -4 en +5 ten opzichte van de basis van 20. Voor de basis in deze berekening voor de fokwaarde ureum is uitgegaan van de populatie koeien uit het jaar 2010 genomen. 

Toepassing van fokwaarde ureumgehalte

De deelnemers aan het praktijknetwerk kijken nu samen verder naar de toepassingsmogelijkheden van de ureumfokwaarden voor de fokkerij in combinatie met selectie en rantsoenberekening. Als eerste is er nu aandacht voor de verschillen tussen de koeien op het bedrijf, verschillen tussen de bedrijven onderling en het stiergebruik.