Denken vanuit de bodem - Waarheen met ammoniak op Veen

Nieuws

Denken vanuit de bodem

Gepubliceerd op
23 januari 2017

De leden van de groep ‘mest’ van het praktijknetwerk ‘Waarheen met ammoniak op veen’ hebben in de laatste bijeenkomst aandacht besteed aan het optimaliseren van ruwvoer in relatie tot bodem en (kunst)mest. Pieter Riemersma van Van Iperen gaf zijn visie over dit onderwerp en ging in op de belangrijkste schakels; bodem, bemesting, inkuilmanagement en de koe.

Deze groep melkveehouders is vanaf 2014 actief binnen de deelgroep ‘mest’ in het praktijknetwerk. Ze zijn gestart om duidelijk te krijgen wat ammoniak is en hoe zij de uitstoot hiervan kunnen beperken. Met  behulp van cijfers uit de KringloopWijzer zijn ze hiermee aan de slag gegaan. Op basis van deze cijfers hebben ze gekeken waar ze zelf invloed op kunnen hebben binnen hun bedrijfsvoering om de uitstoot van ammoniak te beperken. Het betreft maatregelen op het gebied van bodem, stal en voer.

Optimalisatie ruwvoer

Piet Riemersma was te gast om door te praten over de optimalisatie van ruwvoer in relatie tot bodem en (kunst)mest?
Deze bevlogen specialist is gestart als voeradviseur. ‘’Ik verbaasde mij telkens weer over de lage voerkosten op sommige bedrijven. Na onderzoek kwam ik er al snel achter dat kwaliteit van ruwvoer daar een belangrijke rol in speelde’’, legde hij uit. Dit was voor hem een belangrijke reden om zijn focus van voeding en rantsoen te verleggen naar bodem en bemesting. Hoe produceer je als ondernemer goed ruwvoer? En wat zijn hier belangrijke schakels in? Volgens Riemersma draait het om bodem, bemesting, gewas, inkuilmanagement en natuurlijk om de koe zelf.

Aandachtpunten

Laat je als ondernemer niet te veel afleiden door wat adviseurs zeggen, vakbladen schrijven en wat de buurman doet. Volg je eigen plan, waarbij je rekening houdt met je eigen bedrijfssituatie en uitgaat van de volgende aandachtspunten:

  • Denk vanuit de bodem
  • Buig mee met de natuur, grijp niet te veel in.
  • Zorg dat je je pH in de bodem voor elkaar hebt. (op zand 5/5.5, klei 6 en op veen >4.8)

Deze aandachtspunten zijn besproken tijdens deze bijeenkomst. In de praktijk steken ondernemers juist veel tijd in details. ‘Moeten we nu wel of niet vloeibare meststoffen gebruiken?’ Rekening houdend met bovenstaande  is het helemaal niet van belang of je kunstmest vloeibaar is of het uit een korrel bestaat. Kijk juist goed wat er op jouw bedrijf het beste past. Het is belangrijker serieus rekening te houden met het moment van toedienen bij de juiste weersomstandigheden en welk soort Stikstof (N) het bevat.

Bevindingen vanuit het netwerk

De leden van het netwerk kwamen gezamenlijk tot de conclusie dat zij meer na de bodem moeten gaan luisteren en kijken en namen de volgende aandachtspunten mee naar huis::

  • Geen nitraatmeststoffen in het voorjaar. Dit gegeven werd bevestigd door expert Pieter Riemersma
  • Let op inkuilmanagement. Zorg bijvoorbeeld dat je mestopslag ver van je ruwvoeropslag ligt in verband met besmetting.
  • Let op welk kunstmestsoort je gebruikt.
  • Er valt nog veel te leren over de bodem. Deze leden zijn nog lang niet uitgeleerd. Op naar Proeftuin Veenweide.