Bewuster kijken levert winst op binnen bedrijfsvoering - Waarheen met ammoniak op Veen

Nieuws

Bewuster kijken levert winst op binnen bedrijfsvoering

Gepubliceerd op
8 september 2016

Deelnemers aan de subgroep Bemesting van het praktijknetwerk ‘’Waarheen met ammoniakreductie op veen’’ maken na anderhalf jaar de balans op. Ze hebben kritischer leren kijken naar hun eigen bedrijfsvoering. Zo kwamen zij er achter dat bewuster omgaan met meststoffen geld op kan leveren. Ook hebben ze geleerd dat ze met veel minder eiwit in het rantsoen toe konden. Dit zijn slechts twee concrete ervaringen uit dit praktijknetwerk.

Aandacht voor optimale bemesting

Eén van de deelnemende veehouders aan dit netwerk legt uit waarom hij deelneemt. Hij geeft aan dat hij graag optimaal gebruik wil leren maken van zijn meststoffen. Deze veehouder melkt 60 melkkoeien op 35 hectare veengronden. De koeien gaan naar buiten en krijgen een rantsoen van gras en maïs. ‘’Ik wilde graag meer gras van het land halen, waarbij ik de aanwezige mest zo optimaal zou benutten’’, licht hij toe. Om dit te realiseren is hij zijn koeien zwaarder gaan inscharen bij beweiding, daardoor stijgt de benutting van dezelfde hoeveelheid mest. Hierdoor wordt het eiwitgehalte in het gras lager en is er daardoor minder kans op ammoniakemissie. Hij is ook bewuster om gegaan met zijn kunstmeststoffen. Bovendien is deze ondernemer ook meer rekening gaan houden met het tijdstip van toedienen en de weersomstandigheden. 

Intensief bedrijf zoekt naar milieuwinst

Een andere deelnemer is een intensieve melkveehoudster. Zij houdt op 41 hectare 140 melkkoeien. Haar motivatie om deel te nemen was duidelijk: ‘’Als intensief bedrijf willen we graag weten waar winst te behalen is op gebied van ammoniak. Wat leveren ammoniakreducerende maatregelen voor ons bedrijf op, zowel milieutechnisch als economisch’’. Afgelopen1,5 jaar hebben we vooral geleerd welke maatregelen we kunnen toepassen om ammoniakreductie te realiseren. ‘’We hebben ons vooral gefocust op ammoniak in relatie met voeding’’, zegt deze deelneemster aan het netwerk. Met een lager gehalte in de voeding, produceer je mest met minder N (TAN) en daardoor is de kans op vervluchtiging ofwel verlies kleiner. Wat je niet produceert, kan tijdens de aanwending dus ook niet verloren gaan. ‘’Wij hebben geconstateerd dat we teveel ruweiwit voeren’’, gaat ze verder. Dat is volgens ons niet alleen slecht voor het milieu, maar ook niet gunstig voor onze portemonnee. ‘’Het was vrij eenvoudige om hierop te sturen en dat hebben we dus gedaan’’.