Nieuws

Aandacht voor drijfmest rijenbemesting en bodemstructuur

Gepubliceerd op
21 april 2015

Het aantal loonwerkers en veehouders dat drijfmest in de rij toepast neemt toe. Deze vrij innovatieve methode roept nog de nodige vragen op in de praktijk. Het Ruwvoerplatform heeft een notitie opgesteld met aandachtspunten rondom drijfmest rijenbemesting en bodemstructuur.

Toepassing van drijfmest rijenbemesting wordt steeds interessanter. Het belang van een maximale benutting van N en P uit mest is toegenomen doordat minder drijfmest beschikbaar is. Bovendien is fosfaatkunstmest op bedrijven met derogatie verboden.  Zoals met alle innovaties, zal ook de nodige ervaring opgedaan moeten worden met drijfmest rijenbemesting. Waar kan het goed toegepast worden? Onder welke omstandigheden is drijfmestrijenbemesting minder gunstig? Met welke uitvoeringsaspecten moet rekening gehouden worden? Allemaal vragen waar steeds meer loonwerkers en veehouders in de komende tijd ervaring mee op zullen doen. In deze notitie zijn enkele aanwijzingen te vinden over drijfmest rijenbemesting en bodemstructuur.

Drijfmestrijenbemesting op natte grond met geringe draagkracht

Sommige percelen zijn eigenlijk vrij nat voor maïs. Zeker als er water op het land staat is het beter om te wachten met bewerken van het land.  Dergelijke percelen leveren een extra risico op bij toepassing van drijfmest in de rij. Een verschil met onderploegen van mest of volvelds injecteren voor ploegen is dat je bij drijfmestrijenbemesting na de laatste bodembewerking nog met een mesttank over het land gaat. Door het berijden zal de bodem iets ingedrukt worden. Op natte, slappe grond kan dat de groeiomstandigheden van de maïs schaden. Het is daarna lastig om de bodem weer los te krijgen. Het is goed om in de situatie rekening te houden met de volgende punten:  

  1. Op  percelen met een matige draagkracht is het beter van drijfmestrijenbemesting af te zien.
  2. Een latere toepassing zorgt ervoor dat de bodem beter opgedroogd en daardoor steviger is.
  3. Verminder de druk op de bodem door aanwending van mest met de sleepslang.
  4. Doe eerst ervaring op met een paar percelen (de meest geschikte percelen) en bekijk hoe dat bevalt
  5. Geduld bij de planning van activiteiten. De bodem moet er klaar voor zijn.
  6. Doorbreek verdichte rijsporen na het injecteren met een vaste tand of ganzevoet (in dezelfde werkgang)

Drijfmestrijenbemesting op droge losse grond

Natte grond geeft insporing maar (te) droge grond ook. Als er tussen het ploegen en het aanwenden van de drijfmest veel tijd zit (meer dan een week), kan de bovenlaag flink opdrogen en kun je een probleem krijgen met het berijden. De grond is dan te los en dat geeft spoorvorming. Dit is te voorkomen door een paar dagen voor de mestaanwending te ploegen met een vorenpakker. Je haalt dan vochtige grond naar boven die prima te berijden is. Werk wel met een vorenpakker die voldoende zwaar is en niet alleen de toplaag aandrukt maar ook de laag daaronder tot 15 centimeter.