Vanaf 2005 voert het ministerie van LNV stapsgewijs de hervorming van het Europese landbouwbeleid in. Boeren krijgen geen premie meer voor maïs, ooien, zoogkoeien en stieren, maar een toeslag per bedrijf. Dit vloeit voort uit het nieuwe Europese landbouwbeleid, dat als kern heeft dat steun aan de boeren niet langer is gekoppeld aan de productie. Het maakt niet meer uit of er nog zoogkoeien worden gehouden of maïs wordt geteeld. Het ministerie van LNV gaat de toeslag uitdrukken in een toeslagrecht per ha, waarvan de hoogte per bedrijf verschilt. Voor het bepalen van de hoogte van de toeslag wordt naar de jaren 2000, 2001 en 2002 gekeken. Vastgesteld wordt hoeveel hectare grond het bedrijf in gebruik had en hoeveel grondpremie en dierpremie de boer in die jaren ontving. Het gaat om grond waarvoor premie is aangevraagd, bijvoorbeeld maïspremie, en grond die is opgegeven als voederareaal. Alle grond die in die jaren ten minste 10 maanden per jaar in gebruik is geweest, telt mee. Dus ook grond op basis van een grondgebruikersverklaring. Het toeslagrecht per hectare wordt berekend door de premies te delen door de oppervlaktes in de referentieperiode. Om toeslagrechten te krijgen, moet de veehouder nog over ten minste 80% van de oppervlakte in de referentiejaren beschikken.
De melkpremie wordt als een van de laatste premies ontkoppeld. Wel krijgen de melkveehouders al een vergoeding per kg melk als compensatie voor verlaging van de interventieprijzen van boter en mager melkpoeder. In 2007 wordt de ontkoppeling doorgevoerd. De vergoeding per kg melk wordt dan onderdeel van het toeslagrecht per ha. Het quotum (inclusief leasemelk) dat een veehouder op 31 maart 2007 op zijn naam heeft staan is bepalend voor de hoogte van de vergoeding. Ook de jaren voor 2007 ontvangen melkveehouders al een vergoeding per kg melk. De melkpremie per 1000 kg melkquotum bedraagt 8.15 euro in 2004, 16.31 euro in 2005 en 24.49 euro in 2006 en later. Daarnaast krijgt ieder lidstaat extra betalingen (de nationale enveloppe). Het betreft een extra betaling per 1000 kg melkquotum van 3.66 euro in 2004, circa 7.32 euro in 2005 en circa 10.98 euro in 2006 en later.
De maïspremie en graanpremie worden in 2006 ontkoppeld en worden dan onderdeel van het toeslagrecht per ha. De standaard vergoedingen per ha zijn 420 euro voor maïs (Cross Compliance), 315 euro voor maïs (geen Cross Compliance), 446 euro voor granen (kleigebieden) en 310 euro voor granen (overige gebieden). De vergoeding per ha kan in het programma worden gewijzigd bij het invoer scherm.
De slachtpremies van 80 euro per rund blijft tot en met 2009 gekoppeld. Wel wordt per 2006 de zogenaamde nationale enveloppe voor rundvlees ontkoppeld. Dit bedrag van 34 euro per geslacht rund wordt onderdeel van het toeslagrecht per ha.
De dierpremies worden per 2006 ontkoppeld en vormen dan een onderdeel van het toeslagrecht per ha. De vergoedingen bedragen voor de zoogkoeien 210 euro en voor de stieren 200 euro. De ooienpremie bedraagt 21 euro. Uit de nationale enveloppe voor de ooienpremie komt daar een bedrag van 1.22 euro per premiewaardige ooi bij.
Dit rekenprogramma is ontworpen door het Praktijkonderzoek van de Animal Sciences Group in het kader van onderzoeksprogramma 414.2 "netwerken in de veehouderij" dat gefinancierd wordt door LNV. Aan de uitkomsten van het rekenprogramma kunnen geen rechten ontleend worden. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met projectleider Michel de Haan.
|
© Verantwoorde Veehouderij -
Wageningen UR. Laatst bijgewerkt:
03-08-2011 23:30. Mail vragen en opmerkingen over de Website Verantwoorde Veehouderij naar: webmaster.asg@wur.nl |
![]() |