Specifieke bedrijfssituatie in KringloopWijzer

Hieronder is een overzicht te vinden van vragen en antwoorden die een bedrijfsspecifiek landbouwkundig karakter kennen. Het betreft specifieke vragen over het waarom en waar en waarom invullen van vee-, mest- en gewasinformatie.

1. Waar moet ik gestorven kalveren invoeren in de KringloopWijzer?

De dode nuka’s moeten ook meegenomen worden bij afvoer. Bij de dode dieren wordt namelijk ook N en P afgevoerd.

2. Kan ik varkens en akkerbouw ook kwijt in de KringloopWijzer?

Ja, dat kan sinds 1 januari 2015

3. Er zijn vijf weide- en zoogkoeien in de categorie 120 afgevoerd, terwijl er geen dieren aanwezig zijn. Klopt dat?

Ja, dat kan voorkomen. Als er bijvoorbeeld vijf koeien een maand voordat ze afgevoerd worden op categorie 120 gezet zijn, dan zijn is er gemiddeld (5 maanden / 12) 0,42 dier aanwezig. Dit is afgerond nul.

4. Waar moet ik verkoop van maïs op stam of verkoop van een snede gras invoeren?

De verkoop van maïs op stam of gras kun je in het tabblad "overig'' invullen. Dit gaat dan om partijen die je niet in de BEX partij opmeting heb meegenomen. Als het daar wel in opgenomen is dan moet je ze bij aanleg met een negatieve hoeveelheid invullen. Zie ook de informatie onder de i-button in de KringloopWijzer.

5. Waarom moet er in de KringloopWijzer het Ruw-as gehalte ingevuld worden en niet bij BEX?

Via het Ruw as-gehalte van het ruwvoer kan het verteerbaar ruw-eiwitgehalte (vre) ingeschat worden. Hiermee is de totale ammoniakale stikstof (TAN) in de mest te bepalen. Deze TAN is weer de basis voor de ammoniakemissie. Kortom, het ‘ras’ is van belang om de ammoniakemissie te bepalen.

6. Hoe vul ik eigen geteeld ruwvoer dat verkocht is op de juiste manier in?

Als het product geoogst is in het betreffende jaar dan wordt dit als eerste ingevuld bij tabblad 'voorraad aanleg'. Dit getal wordt uitgedrukt in de hoeveelheid kilogrammen drogestof met een min-teken er voor. Daarna moet het ook nog ingevuld worden bij het tabblad 'overig', het onderdeel 'afvoer eigen voedermiddelen'. Let op dat er een vinkje staat bij 'oogst in het huidige jaar'. Hier moet het min-teken er niet voor. Dit lijkt dubbel, maar dit moet wel voor de berekeningen. 

7. Producten zoals uien en bloembollen kunnen niet ingevoerd worden in de KringloopWijzer. Hoe ga ik hiermee om?

De KringloopWijzer kan met een aantal akkerbouwgewassen rekenen. Dit betreft bieten, aardappelen en granen. Uit een inventarisatie van begin 2014 is gebleken dat dit de meest voorkomende akkerbouwgewassen zijn op melkveebedrijven. Uien en bloembollen (nog) niet. Deze gewassen moeten in het tabblad ‘neventakken’  bij ‘overige gewasgroep’ ingevuld worden

8. Hoe kan ik het best compost als strooisel invoeren in de KringloopWijzer?

Compost kan het best in de stroom van vaste mest meegenomen worden. Want uiteindelijk zal compost als strooisel ook onderdeel van mest worden. Dus in het tabblad ‘dierlijke mest’ compost als vaste mest aanvoeren.

9. Ik oogst gras van mijn eigen land en laat daar grasbrok van maken. Dit voer ik weer aan het vee. Hoe verwerk ik dit in de KringloopWijzer?

Grasbrok van eigen land moet bij ‘aanleg kuilgras’ ingevoerd worden. Dit is immers een product dat van het eigen grasland komt en telt op deze manier mee met de opbrengst van het eigen land.

De huidige partijmetingen zijn onbetrouwbaar voor het vaststellen van de voeropname en excretie van de veestapel. Daarom wordt in de BEX uitgegaan van de VEM behoefte van de veestapel en wordt de ruwvoer opname berekend.

Vanuit de fosfaatexcretie wordt de fosfaatopname berekend. Van deze fosfaatopname is bekend hoeveel naar het bedrijf wordt aangevoerd. De overige fosfaatopname komt dan van het eigen land en is dus de fosfaatproductie. Met de bekende P-gehalten in de gewassen kan dan de ds-opbrengst van het eigen land worden berekend.

Als verondersteld wordt dat de partij- en voorraadmetingen correct zijn kan er toch vanuit de excretie en voeropname een verschil ontstaan, omdat in de BEX berekening van de VEM behoefte wordt uitgegaan. Het verschil is dan de VEM die niet benut is voor de melkproductie.


10. Hoe vul ik eigen geteeld ruwvoer dat verkocht is op de juiste manier in?

Als het product geoogst is in het betreffende jaar dan wordt dit als eerste ingevuld bij tabblad 'voorraad aanleg'. Dit getal wordt uitgedrukt in de hoeveelheid kilogrammen drogestof met een min-teken er voor. Daarna moet het ook nog ingevuld worden bij het tabblad 'overig', het onderdeel 'afvoer eigen voedermiddelen'. Let op dat er een vinkje staat bij 'oogst in het huidige jaar'. Hier moet het min-teken er niet voor. Dit lijkt dubbel, maar dit moet wel voor de berekeningen. 

11. Onder welke grond valt löss in de KringloopWijzer?

Dit valt onder zandgrond. Voor een goede indicatie van grondwatertrappen is löss het beste te bestempelen als 50% droog en 50% neutraal.  

12. In het voorjaar zaai ik gras samen met erwten in. Na de oogst van de erwten in juli houd ik grasland over. Dat oogst ik dan nog tweemaal. Hoe ga ik hiermee om in de KringloopWijzer?

De KringloopWijzer werkt met één gewas per jaar op een perceel. De KringloopWijzer maakt dus in de arealen geen splitsing in hoofdgewas en voor- en nateelten. Bij de teelt van erwten/gras, zijn de erwten het hoofdgewas. De opbrengst hiervan bij overig te staan omdat het geen gras of snijmaisopbrengst is. Het gras na de erwten wordt gezien als opbrengst van het grasareaal. De (eventuele) bemesting van het gras na de erwten en de erwten zelf worden ingevoerd als bemesting van de erwten (overige gewas). De bemesting wordt dan het overig gewas wordt dan overschat, de bemesting van het gras onderschat en de grasopbrengst van het grasland overschat. Op bedrijfsniveau klopt alles wel.

13. Hoe rekent de KringloopWijzer met beheersgrond? De tekst op het tabblad ‘bedrijf’ suggereert dat beheersland volledig wordt meegeteld bij het bedrijf en dat er een verdeling in fosfaatklassen bijhoort.

Ook beheersland moet meegenomen worden in de verdeling van fosfaatklassen, tenminste, als je voor beheersgrond ‘mestruimte’ krijgt. Krijg je geen mestruimte, dan is het advies om die beheersgrond niet mee te nemen voor je bedrijfsvoering in de KringloopWijzer. Let dan wel op de ‘afvoer van mest naar beheersland’ en ‘aanvoer van voer van beheersland’. Is er wel mestruimte op die percelen, maar geen analyse, dan valt dat land in de fosfaatcategorie ‘hoog’.

14. Voordat ik maïs zaai, oogst ik nog een snede gras van het betreffende perceel. Hoe verwerk ik dat in de KringloopWijzer?

De KringloopWijzer werkt met één gewas per jaar op een perceel. De KringloopWijzer maakt dus in de arealen geen splitsing in hoofdgewas en voor- en nateelten. Bij maïsteelt na een snede gras is het perceel in dat jaar maïs. Het gras dat vooraf wordt geoogst wordt gezien als grasopbrengst van het areaal grasland. Het is niet mogelijk om die opbrengst apart te berekenen. De bemesting van het gras voor de maïs en de maïs zelf worden ingevoerd als bemesting van de maïs. De maïsbemesting wordt dan overschat, de bemesting van gras onderschat en de grasopbrengst van het grasland overschat. Op bedrijfsniveau klopt alles wel.

15. Kan ik bonenmeel van tuinbonen het beste de code ‘overig’ of ‘veldbonen’ meegeven, of maakt dat niet uit? Hetzelfde geldt voor erwtenstro en koolzaadstro, is ‘overig’ beter dan één van de andere stro-soorten?

Bonenmeel van aangekochte tuinbonen kun je het beste als ‘veldbonen’  invoeren. Erwten- en koolzaadstro is het beste in te voeren als bonenstro. Mogelijk dat in de toekomst het systeem wordt uitgebreid met een uitgerbreidere lijst met producten.

16. Ik heb een mestvergister. Kan ik dit ook opnemen in de KringloopWijzer?

Momenteel houdt de KringloopWijzer nog geen rekening met mestvergisting, mineralenconcentraten en mestscheiding. De KringloopWijzer kan het effect hiervan dan ook niet als resultaat weergeven.