Nieuws

Innovatiemiddag groot succes

Gepubliceerd op
28 februari 2014

De praktijknetwerken ‘Boerende Koeien’ en “Harde Kluiten” hebben samen met ZLTO een innovatiemiddag georganiseerd. Deze middag werden 100 deelnemers verwelkomd op het bedrijf van de familie van de Coolwijk, De Cas Melkvee in Macharen. Diverse innovaties binnen de melkveehouderij passeerden de revue.

Familie van de Coolwijk liet zich inspireren door diverse bedrijfsbezoeken tot in Engeland toe. Joost van de Coolwijk presenteerde deze middag zijn bedrijf en legde aan het publiek uit welke keuzes hij heeft gemaakt bij de nieuwbouw van zijn stal en wat de gevolgen van de investeringen zijn voor people, planet en profit.

Lees meer

In 2012 is de nieuwe stal gebouwd, een stal met 180 plaatsen. Van de Coolwijk heeft tijdens zijn studies stage gelopen in Canada en Australia en de ideeën die hij daar heeft opgedaan zijn tot uiting gekomen in de nieuwe stal. Zo is een 50 stands-buitenmelker geplaatst met een oplopende wachtruimte. Met deze melkstal melkt de veehouder zo’n 190 koeien per uur. De carrousel heeft automatische koeherkenning en automatische afname. Ook is de hoogte van de vloer waar de melkstellen worden aangesloten, instelbaar. Hierdoor kan de melker op gewenste hoogte staan. Verder heeft de melker alle koegegevens tot zijn beschikking op een computer. De computer staat op de plek waar de melkstellen worden aangesloten. Joost van de Coolwijk:” het grote voordeel van deze melkstal is de grote capaciteit. In de oude melkstal, een 2x5 visgraat, molk ik 10 uur per dag. Dat is nu teruggebracht naar 3 uur. Een hele verbetering!”

Verder heeft de stal diepstrooiselboxen gevuld met zand en een dichte vloer. De mest wordt gescheiden in dunne en dikke fractie. Tevens wordt het zand uit de mest gescheiden en hergebruikt. Zand in de boxen is erg goed voor het welzijn van de koeien. Daar staat tegenover dat de schuiven en pompen wel harder slijten. De dikke fractie wordt afgezet, de dunne fractie wordt gebruikt op eigen land. In de toekomst wil de ambitieuze ondernemer uit Macharen de bestaande stal nog spiegelen. Er zal dan gemolken gaan worden in groepen van 200 koeien, de wachtruimte heeft plaats voor 250 koeien.

Europees mestbeleid

Peter Brouwers, portefeuillehouder milieu bij ZLTO gaf zijn visie op het Europees mestbeleid. Thema’s zoals het vijfde actieprogramma, derogatie en mestverwerking kwamen aan bod.

Lees meer

Peter Brouwers: “ZLTO krijgt nogal eens het verwijt of de vraag: ‘Wat doen jullie nou eigenlijk?’ De kerntaak van de ZLTO is om de Nederlandse melkveehouderij goed neer te zetten bij de burgers maar vooral ook bij de politiek, nationaal en Europees. ZLTO pleit voor meer bedrijfsspecifiek beleid. Zo heeft ZLTO duidelijk aangegeven het voorstel van de overheid om 20% te korten op de gebruiksnormen in Zuidelijk zand en löss onacceptabel te vinden. In plaats daarvan wordt op elk bedrijf naar de prestaties gekeken met behulp van de kringloopwijzer. ZLTO wil naar een kunstmestvrije melkveehouderij.

Als men nuchter tegen het mestprobleem aankijkt is mestverwerking nodig. Tevens worden hiermee de dierrechten afgehouden. De verwerkte mest moet worden afgezet in het buitenland. Er zijn twee systemen: MVO (mestverwerkingsovereenkomst, dit is verwerking van eigen mest) en VVO (vervangende verwerkingsovereenkomst, verwerking van de mest voor een ander).”

Bodemvruchtbaarheid en bodemstructuur

Arnoud Bink, adviseur rundvee bij DLV gaf aan hoe bemesting en grondbewerking geoptimaliseerd kunnen worden. De resultaten van het praktijknetwerk “harde kluiten”dragen bij aan bodemvruchtbaarheid en bodemstructuur. 

Lees meer

Arnoud Bink:”Dunne fractie lijkt nog veel op RDM. Maar dunne fractie werkt veel sneller. RDM heeft een lange nawerking. De dikke fractie past goed op zware kleigrond, mits er geen structuurbederf plaatsvindt met het aanwenden. Belangrijk is om mestmonsters te nemen. Samen met de grondonderzoeken kan een goed bemestingsplan worden gemaakt. Daarnaast ligt er in mest een hoop geld in nutriënten opgeslagen. Het is goed om er dan iets vanaf te weten. Rijenbemesting met organische mest bij maïs is een goede optie om de maïsopbrengst te verhogen. Hierbij moet scherp bemest worden en moet de mest kort bij de plant liggen. De werking van de mineralen gaat fors omhoog vergeleken met normaal bemesten. De manier van grondbewerking van een maïsperceel kan ook veel verschil geven in opbrengst. Een niet kerende grondbewerking is een goede optie bij bemesting in het voorjaar. De bouwvoor moet voldoende los zijn, het zaaibed van maïs is hetzelfde als een zaaibed voor bieten.”

Voerefficiëntie in relatie tot broeikasgassen

Naast het belichten van de bodem en het gewas werd het vee deze middag ook niet vergeten. Er was aandacht voor rantsoenen en voerefficiëntie.

Lees meer

Het verhogen van voerefficiëntie (VE) helpt bij het verhogen van de benutting van de mineralen, maar ook bij het verminderen van emissie van broeikasgassen aldus Ton Derks, adviseur rundvee bij DLV. “Een gemiddelde VE van de melkkoeien is zo,n 1,4. Een eerste maatregel voor een goede VE is goede kwaliteit ruwvoer met een hoge VEM en zonder broei. Ook beweiding is positief voor de vermindering van emissie. Verder is een goede vruchtbare en gezonde veestapel belangrijk. Dit zorgt voor het  realiseren van een hogere melkproductie per koe. Een maatregel om de methaanemissie te verlagen is meer melk per koe. Hiermee gaat de methaanproductie per liter naar beneden. Verder is minder jongvee een goede maatregel om de methaanemissie te verlagen. Gras met veel structuur is slecht voor de methaanemissie. Maïs en vooral maïs met veel bestendig zetmeel is daarentegen goed voor het verminderen van de methaanemissie. Evenals meer krachtvoer en een hoger vetgehalte in het rantsoen. Het voordeel voor de melkveehouder bij het tegengaan van methaanemissie en het verhogen van de voerefficiëntie is dat dit geld oplevert”. Verder adviseert hij het gebruik van BEX en de kringloopwijzer bij het samenstellen van het rantsoen om na te gaan of de mineralenstroom op je bedrijf in balans is.

Kortom het was een middag waarbij leveranciers, banken, accountants, waterschappen, wetenschappers, dierenartsen en adviseurs maar vooral agrariërs zich hebben laten inspireren om te innoveren.