Nieuws

Winst door op tijd te insemineren

Gepubliceerd op
24 januari 2012

Eén van de grootste kostenposten op een melkveebedrijf is de opfok van jongvee, met recente schattingen van €1400 tot €1800 per opgefokte vaars. Een kortere opfokperiode verlaagt de opfokkosten.

Afkalven op 24 maanden blijkt goed mogelijk, maar in de praktijk gebeurt dit gemiddeld pas rond de 26 maanden. Binnen het project 'Jongveeopfok: faalkosten en winstkansen' is er gekeken naar de relatie tussen de afkalfleeftijd van vaarzen (ALVA) en allerlei managementfactoren. Uit de analyse blijkt dat alleen door het eerder insemineren van voldoende ontwikkelde pinken de ALVA daalt. Veehouders bepalen vooral op basis van leeftijd het inseminatiemoment van pinken. Omdat het de ervaring is dat niet alle pinken gelijk ontwikkeld zijn, is er winst te behalen door het individueel bepalen van het inseminatiemoment.

Op basis van bestaande kennis blijkt de opfok van een goede vaars in 24 maanden haalbaar te zijn. Maar in de praktijk ligt de gemiddelde afkalfleeftijd bij vaarzen (ALVA) rond de 26 maanden. Dit geeft aan dat het merendeel van de bedrijven de streefleeftijd van 24 maanden niet haalt. Op veel bedrijven is dus een lagere afkalfleeftijd mogelijk en daarmee besparing van kosten. Een lagere ALVA kan bereikt worden door pinken eerder te insemineren. Het is echter ook te verwachten dat allerlei managementfactoren de ALVA beïnvloeden en dat hierdoor het verlagen van de ALVA moeilijker is.

Binnen het project ‘Jongveeopfok: faalkosten en winstkansen’ is er gekeken naar de relatie tussen ALVA en allerlei managementfactoren, zoals de huisvesting, voeding en gezondheid. Dit is gebaseerd op informatie van 86 Nederlandse melkveebedrijven uit het westen van de provincie Utrecht. Deze bedrijven hadden gemiddeld 73 melkkoeien met 44 stuks jongvee, en een gemiddelde ALVA van 25 maanden.

De resultaten laten zien dat het geven van antibiotica melk aan kalveren en een lagere hoeveelheid verstrekte melk per dag een negatieve invloed hebben op de ALVA. Alle andere managementfactoren, zoals type huisvesting, gebruik vaccinaties en speenleeftijd hadden geen invloed op de ALVA.

Ook werd de veehouders gevraagd hoe ze het inseminatiemoment van pinken bepalen. De meeste veehouders doen dit op basis van leeftijd (starten met insemineren op een vaste leeftijd). De ALVA wordt dus voor een zeer groot gedeelte bepaald door het inseminatiemoment dat de veehouder kiest. Managementfactoren hebben nauwelijks invloed. Alleen eerder insemineren van voldoende ontwikkelde pinken verlaagt de ALVA. Dit betekent dat alleen de veehouder zelf de ALVA kan veranderen.

Het project ‘Jongveeopfok: faalkosten en winstkansen’ wordt gefinancierd door het Productschap Zuivel en uitgevoerd door een samenwerkingsverband van DLV, WUR Livestock Research, WUR Leerstoelgroep Bedrijfseconomie en de UU Faculteit Diergeneeskunde.