Wat de koe niet vreet, schijt ze niet

Nieuws

Wat de koe niet vreet, schijt ze niet

Gepubliceerd op
12 juni 2015

Bij het verminderen van de ammoniakemissie zijn het vooral de stal en de manier van mest aanwenden die aandacht krijgen. Het praktijknetwerk 'Waarheen met ammoniak op veen' verdiepte zich ook in de koe, ze staat tenslotte aan het begin van de keten. En wat er niet aan eiwit ingaat, levert ook geen overmatige ammoniakemissie.

Als het over ammoniak gaat, denken we tegenwoordig vooral aan vergunningen en de PAS. Verder ook wel aan gecompliceerde  stalsystemen en geavanceerde mestaanwending. En dat allemaal om dit schadelijke goedje uit de lucht te houden. Het is ook wel logisch dat het over de stal en aanwending gaat, want opslag en aanwending is voor 90% verantwoordelijk voor de uitstoot van ammoniak op het melkveebedrijf!

Ontstaan van ammoniak

Bij ammoniakemissie denk je niet snel aan de koe, want die kan het moeilijk allemaal ophouden. Wel is het interessant om te weten hoe ammoniak ontstaat. Zowel in de mest als in de urine zit stikstof (N). In de mest is het organisch gebonden, in de urine zit het als ammoniakale stikstof. De ammoniakale stikstof in de urine wordt alleen omgezet in ammoniak als het in aanraking komt met de mest.

Mest in de ligboxenstal

Wat doen we in een doorsnee ligboxenstal? We doen de mest en urine in één put, roeren er nog eens flink in en spreiden het dan uit over het land. En daar gaat de ammoniak, op zoek naar een stukje natuur dat toevallig geen stikstof mag hebben. Gelukkig wordt er hard aan gewerkt, zowel bij het opslaan van de mest als bij het uitrijden om het vrijkomen van ammoniak tegen te gaan.

Koe in de kringloop

De koe mag echter niet vergeten worden. Ook al is ze maar voor een klein deel verantwoordelijk voor de emissie, ze staat wel aan het begin van de kringloop! Elke molecuul stikstof die ze niet opvreet, kan ook geen ammoniak worden. Daarmee kan de koe wel degelijk haar steentje bijdragen. En wat voor de boer zo mooi is: elke molecuul stikstof die de koe niet opvreet, hoeft hij ook niet te betalen.

Tijdens de studiegroepbijeenkomst over de veestapel gaf dit genoeg stof om over te praten en ook genoeg motivatie om zo min mogelijk overbodig eiwit te voeren. De volgende keer gaan we onderzoeken of het nog uitmaakt welke eiwitten de koe binnenkrijgt en wat we daarmee kunnen bereiken in het terugdringen van ammoniak.