Nieuws

Vergelijken met BEX en BEA inspireert

Gepubliceerd op
13 juli 2012

Minder ammoniakemissie via voeding is goed mogelijk. Dit is niets nieuws, maar hoe groot is die invloed en hoe stuur je dat? Proeftuin Natura 2000 Overijssel ging hiermee aan de slag voor de melkveehouders uit de pilotgroep. De melkveehouders en hun adviseurs vulden hiervoor de BEX en BEA van hun bedrijf voor het jaar 2011 in. De variatie tussen de zes bedrijven is fors. De hoogste emissie in 2011 blijkt 4,57 kg NH3 per ton melk en de laagste 2,25. Het effect van voeding is groot, ruim 25 procent ammoniakreductie blijkt mogelijk.

Via BEX en BEA is het effect van het rantsoen op een melkveebedrijf goed in beeld te brengen, evenals de totale ammoniakemissie. Door de zes melkveebedrijven uit de pilotgroep met elkaar te vergelijken, zien we verschillen tussen bedrijven (zie onderstaande grafiek). Het verschil tussen de hoogste en de laagste ammoniakemissie is bijna 50 procent. Dit komt onder andere door verschil in omstandigheden. Voeding, bouwplan, intensiteit en grondsoort spelen hierbij een belangrijke rol.

In het rantsoen helpen eiwitarme producten (bijvoorbeeld snijmaïs, perspulp of eiwitarme brok) bij verlaging van de emissie. Daarnaast leidt maïsteelt tot een lagere emissie bij uitrijden, omdat bij mestinjectie op bouwland minder ammoniak vrijkomt dan bij zodebemesten op grasland. Daarnaast is op ‘slappe’ veengrond echt goede emissiearme toediening met zodebemesten nauwelijks mogelijk. Een sleufkouter lijkt het best toepasbare systeem. Zodebemesten via sleepslangen wordt wel geprobeerd, maar is lang niet altijd succesvol.

Intensieve melkveehouderijbedrijven zullen iets makkelijker een lage emissie bereiken, want daar is vaak voeraankoop en mestafvoer aan de orde. Mestafvoer zorgt ervoor dat ook een deel van de ammoniakemissie wordt ‘afgevoerd’ en bij voeraankoop zullen intensieve melkveebedrijven eerder eiwitarme producten (als snijmaïs) aanvoeren.

Sturen via voeding

In de vergelijking constateerden we dat de melkveehouders in de pilotgroep al best scherp voerden met een gemiddeld ruweiwitgehalte in het rantsoen van 158 g/kg ds. Tijdens de pilotbijeenkomst van 6 juli zijn de getallen besproken. De melkveehouders waren verbaasd over hoe één pilotveehouder met minder dan 140 gram ruw eiwit toe kan. In het totale rantsoen van zijn veestapel was het aandeel snijmaïs van zo’n 40 procent vrij hoog, maar het ruweiwitgehalte van al het krachtvoer was toch behoorlijk laag (166 g/kg). De verschillen tussen de bedrijven inspireert de melkveehouders om hier nader naar te kijken, mede omdat het verlagen van ammoniakemissie via management ook kosten kan besparen. Zo snijdt het mes aan twee kanten.