Nieuws

Veel stikstof- en fosfaatwinst met BEX

Gepubliceerd op
24 april 2012

Over de afgelopen drie jaren haalden de Koeien & Kansen-veehouders met de BEX gemiddeld zo’n 10% lagere stikstofexcretie bij hun veestapel dan de forfaitaire norm en ruim 15% lager fosfaatexcretie.

Hoewel de meeste Koeien & Kansen boeren mest moeten afvoeren, scheelt dit toch behoorlijk in de mestafzetkosten. Gemiddeld over 2009-2011 was de mestafzet 375 kuub per bedrijf lager, met een variatie van 0 tot 1300 kuub. Dit is bijna 40% van de totale mestafzet. Met de BEX krijgen de veehouders bovendien veel zicht op de voeding van zijn veestapel. Het gemiddelde ruw-eiwitgehalte van de rantsoenen lag in de afgelopen drie jaren rond de 155 g per kg droge stof en het gemiddeld P-gehalte net boven de 3,6.

De 16 Koeien & Kansen-bedrijven leverden de afgelopen drie jaren gemiddeld iets meer dan 1.000.000 kg melk per bedrijf. Per ha was de melkproductie ruim boven de 19.000 kg. De gemiddelde melkproductie op de bedrijven is ca. 8500 per koe per jaar. Het ureumgehalte in de melk ligt gemiddeld net boven de 20. De krachtvoergift bedroeg in de afgelopen drie jaren bijna 23,5 kg per 100 kg melk. 70% Van de bedrijven weidde de koeien. De stikstofexcretie via BEX was gemiddeld per bedrijf de afgelopen drie jaren zo’n 10% lager dan de forfaitaire norm (figuur 1). Hoewel de variatie groot is, hebben de vrijwel alle bedrijven een voordeel. Het fosfaatvoordeel was gemiddeld nog groter, ruim 15% gemiddeld over de laatste drie jaren (figuur 2). Ook hier is de variatie groot. We zien dat alle bedrijven in 2011 een voordeel hebben oplopend tot boven de 30%.

Afwijking (%) stikstofexcretie volgens BEX t.o.v. de forfaitaire norm van de Koeien & Kansen-bedrijven en De Marke over de jaren 2009, 2010 een 2011.
Afwijking (%) stikstofexcretie volgens BEX t.o.v. de forfaitaire norm van de Koeien & Kansen-bedrijven en De Marke over de jaren 2009, 2010 een 2011.
Figuur 2 Afwijking (%) fosfaatexcretie volgens BEX t.o.v. de forfaitaire norm van de Koeien & Kansen-bedrijven en De Marke over de jaren 2009, 2010 een 2011.
Figuur 2 Afwijking (%) fosfaatexcretie volgens BEX t.o.v. de forfaitaire norm van de Koeien & Kansen-bedrijven en De Marke over de jaren 2009, 2010 een 2011.

Omdat de bedrijven gemiddeld vrij intensief zijn, bespaart de BEX flink op mestafzetkosten. Gemiddeld over de afgelopen drie jaren is bijna 40 % minder mestafvoer nodig dan volgens de forfaitaire norm. Tegen € 10 per kuub voor mestafzet, leidde bedrijfsspecifiek werken per bedrijf gemiddeld in de afgelopen drie jaren € 3750 besparing voor mestafzetkosten.

Dit is nog los van het verbeterde voermanagement. Want via BEX krijgen de veehouders ook meer informatie over de voeding van de veestapel. Met deze informatie zijn maatregelen te nemen om nauwkeuriger te voeren en dus ook nog te besparen op voerkosten.

Figuur 3 laat zien dat de gemiddelde rantsoenen van de gehele veestapel van de Koeien & Kansen-veehouders in de afgelopen drie jaren gemiddeld niet erg gewijzigd zijn. Het aandeel weidegras is lager dan 10%, het aandeel maïs ligt gemiddeld boven de 25% en het aandeel graskuil ligt rond de 35%. Het ruw-eiwitgehalte en het fosforgehalte van de gemiddelde rantsoenen (tabel 1), zijn voldoende voor een goede melkproductie. Ze vertonen geen grote overmaat, zodat de verliezen beperkt blijven.


Figuur 3 Gemiddeld rantsoen voor de gehele veestapel van de Koeien & Kansen-bedrijven in 2009, 2010 en 2011.
Figuur 3 Gemiddeld rantsoen voor de gehele veestapel van de Koeien & Kansen-bedrijven in 2009, 2010 en 2011.
Tabel 1 Rantsoenkenmerken van de gemiddelde rantsoenen van de Koeien & Kansen-bedrijven in 2009, 2010 en 2011.
2009 2010 2011
RE-gehalte rantsoen (g/kg droge stof) 154 154 155
RE / kVEM rantsoen 160 159 162
RE-gehalte graskuil (g/kg droge stof) 165 169 166
P-gehalte rantsoen (g/kg droge stof) 3,8 3,6 3,6
P / kVEM rantsoen 3,9 3,7 3,7
P-gehalte krachtvoer (g/kg droge stof) 4,7 4,9 4,8
P-dekking (%) 121 116 115