Nieuws

Van schraal naar normaal

Gepubliceerd op
3 maart 2014

Kringloop Academie Flevoland ondersteunt de Flevolandse melkveehouders met de toepassing van de kringloopwijzer bij het verbeteren van de voerproductie en vee-efficiëntie. Tijdens de themadag “Van Schraal naar Normaal” op 27 februari werden de eerste resultaten gepresenteerd.

De melkveehouderij in Flevoland is door deelbouw en grondruil verweven met de akkerbouw in de regio, waardoor de kringloop de bedrijfsgrenzen overschrijdt en van jaar tot jaar betrekking heeft op een wisselend grondoppervlak. Deze wisselbouw is in de pootgoedteeltregio’s van Flevoland zeer intensief. In de extensieve wisselbouwgebieden beperkt het zich tot verhuur voor tulpen. De eerste resultaten zijn grotendeels afkomstig van bedrijven met een extensieve wisselbouw.

De berekende voerproductie met de kringloopwijzer lag op 12.800 kg droge stof gras(kuil) per hectare met 940 VEM en 165 RE in 2013. De snijmaisopbrengst op 19.200 kg droge stof met 987 VEM en 68 RE. Gemiddeld is er 14.100 kg droge stof geproduceerd per hectare voedergewas.

Fosfaatonttrekking hoger dan forfaitaire norm

Rode lijn is forfaitaire norm
Rode lijn is forfaitaire norm

De fosfaatonttrekking (BEP) met de oogst van de voedergewassen kwam gemiddeld uit op 96 kg per hectare (zie grafiek). Dit is 10% hoger dan de forfaitaire norm. Wanneer deze extra onttrekking met dierlijke mest zou kunnen worden opgevuld, zou op bedrijfsniveau de mestafvoer met 539 kg fosfaat kunnen worden verlaagd. Tellen we hier het BEX-fosfaat-voordeel bij van 707 kg (9%), dan is de totale besparing 1.246 kg fosfaat. Dit betekent halvering van de mestafzet van 1.600 naar 800 ton en een belangrijke stap naar een normaal bemestingsniveau.

Minder fosfaat onttrokken

Deze eerste resultaten van 2013 waren in vergelijking met de uitkomst van 20 kringloopwijzers van 2012 duidelijk lager. Toen lag de fosfaatonttrekking op 108 kg. Deze daling kan worden verklaard door ten eerste het mindere groeiseizoen, ten tweede de opvallend lagere fosfaatgehaltes in zowel gras als mais op een aantal melkveebedrijven en ten derde het aandeel bermen in het voerareaal.

De komende maanden worden de resultaten van de melkveebedrijven met een intensieve vruchtwisseling geanalyseerd door studenten van CAH-Vilentum.