Tijdig managen op fosfaat belangrijk

Nieuws

Tijdig managen op fosfaatproductie belangrijk

Gepubliceerd op
14 april 2015

Door de hogere fosfaatgehalten in het geoogste ruwvoer uit 2014 stijgt de gemiddelde fosfaatexcretie met 10 procent. Dit zou bij de lagere gebruiksnormen voor fosfaat in 2015 betekenen dat 48 procent van de bedrijven die mest moeten afvoeren dit moet op basis van teveel fosfaat. Dat was vorig jaar nog 4 procent.

Voor het PraktijkNetwerk ‘Wijzer met Kringloop’ analyseerde DLV Rundvee Advies heeft de cijfers voor het Praktijknetwerk geanalyseerd. Hogere bodemtemperaturen gedurende het langeregroeiseizoen (vroeg voorjaar en langere groei in de herfst) in combinatie metvoldoende vocht zorgden voor een hogere mineralisatie in de bodem en benuttingvan de mest.

Helft van de veehouders moet mest afvoeren

Het netwerk heeft vervolgens een prognose opgesteld voor komend seizoen voor deze 300 melkveehouders. Daaruit blijkt dat van deze 300 melkveehouders 48 procent mest moet afvoeren op basis van fosfaat in 2015, terwijl dit in 2014 maar vier procent was. Dit komt door de hogere fosfaatgehalten in het ruwvoer maar ook door de aanscherping van de plaatsingsruimte met 5 kilogram voor fosfaat per hectare gemiddeld. Wanneer er verder geen wijzigingen in het rantsoen zijn in 2015 ten opzichte van 2014 betekent dit voor de melkveehouders dat in 2015 flink meer mest moet worden afgevoerd en verwerkt.

Kritisch kijken naar huidige rantsoen

Figuur 1 Relatie BEX voordeel - P-gehalte rantsoen (Bron: DLV)
Figuur 1 Relatie BEX voordeel - P-gehalte rantsoen (Bron: DLV)

Belangrijk is om op korte termijn het huidige rantsoen nog eens kritisch te bekijken met name op de fosfaatgehalten per KVEM. Uit figuur 1 blijkt dat een BEX-voordeel op fosfaat wordt gehaald vanaf 4,3 g/KVEM. Het basisrantsoen is al veel fosfaatrijker dan in 2014, dit hoeft dus niet worden aangevoerd via krachtvoer en aangekocht ruwvoer. Door hier tijdig op te sturen door middel van fosfaatarmer krachtvoer of bijproducten kan de fosfaatproductie van de veestapel nog omlaag worden gebracht. Dit voorkomt problemen op het eind van het jaar wanneer blijkt dat er toch te weinig mest afgevoerd of verwerkt is.