Nieuws

Praktijknetwerk presenteert resultaten

Gepubliceerd op
10 mei 2012

Afgelopen twee jaar heeft het praktijknetwerk Duurzame Voeding Melkveehouderij gegevens verzameld, gesprekken gevoerd met elkaar, met andere studiegroepen en met organisaties die binnen de melkveehouderijsector actief zijn. In juni zal het netwerk tijdens een open dag de resultaten presenteren, hierbij vast een kort overzicht en reacties van deelnemers.

Het doel van de deelnemers was antwoorden te vinden op de vragen welke ruwvoeders aangekocht zouden moeten worden? Welke krachtvoeders? In welke verhouding deze het beste kunnen worden gevoerd en met welk voersysteem? Deze zoektocht was ingegeven vanwege het feit dat nagenoeg alle bedrijven van het netwerk bezig waren met ontwikkelingsplannen in het zicht van 2015.

Door de ontwikkeling dreigt binnen de meeste melkveebedrijven een voertekort, met gevolgen voor kostprijs van de melk vanwege hogere voerkosten en de problematiek rondom mestaanwending c.q. mestafvoer.

Aanvankelijk was de ambitie om een eensluidend antwoord op deze vragen te verkrijgen. Na intervisie met Bert Philipsen is daarvan afgestapt. Een van de conclusies is nl. dat er meer wegen naar Rome leiden om het probleem van voertekort op te lossen. Veel hangt af van de visie, missie van de ondernemer en van de uitgangspunten van de onderneming. Gebleken is dat een redelijk aandeel van de bedrijven zelfvoorzienend wil blijven. Daarvoor gelden andere oplossingen dan voor bedrijven die zich meer richten op de voermarkt. Een van de resultaten van het onderzoek dat het praktijknetwerk heeft opgeleverd is het feit dat voerefficiëntie een belangrijk gegeven wordt op weg naar 2015 en het tijdvak daarna. Daarbij heeft het netwerk opgeleverd dat een goede voerefficiëntie niet alleen met extra krachtvoeders te realiseren is, maar ook met een groot aandeel aan ruwvoer in het rantsoen, met een gering deel aan krachtvoeders. Het praktijknetwerk heeft ook opgeleverd dat de kengetallen voersaldo en kostprijs per kg ds aan voer, waarvan de inkoopindex een onderdeel vormt, bijdragen aan ontwikkelingsruimte.

Ervaringen van enkele deelnemers:

Willie Peters, 39 jaar oud heeft een melkveebedrijf met 85 koeien en 60 stuks jongvee. Hij melkt met 2 robots en is bezig met de bouw van een nieuwe stal. Over ongeveer 2 jaar moet hij ruimte kunnen bieden aan 120 koeien. Willie runt zijn bedrijf op gevoel. “Ik manage niet op cijfers maar op de stal,” zoals hij het zelf zegt. Rondom zijn bedrijf heeft hij 35 ha grasland en 10 ha maïs liggen. Dit gebruikt hij voor zo’n goed mogelijke ruwvoer samenstelling. “Soms koop ik wat maïs bij naar behoefte, maar mijn streven is ruwvoer te telen met een zo hoog mogelijke kwaliteit en tegen een zo laag mogelijke prijs. En ik moet zeggen, dat lukt me aardig.”

“Iedereen hield middels het ‘Cowdashboard’ de belangrijkste kengetallen zoals voerefficiëntie, voersaldo en inkoopindex bij,” vertelt Marcel van Helvoirt. Marcel heeft samen met zijn tweelingbroer René met 280 koeien en 150 stuks jongvee het grootste bedrijf van de groep. “Wij hebben bewust voor een voermengwagen gekozen en werken al jaren met bijproducten. Wat ik vooral van het netwerk heb opgestoken is dat je je vooral moet focussen op je sterke punten. Willie is bijvoorbeeld erg goed in het realiseren van een kwalitatief goed ruwvoer tegen zo laag mogelijke kosten. Wij werken al jaren met bijproducten en zijn weer sterk in het bereiken van een zo sterk mogelijke samenstelling en zo goedkoop mogelijk inkopen. De kwaliteit van het ruwvoer blijft echter de basis en die moet gewoon goed zijn Vaak sta je er als ondernemer alleen voor met je ideeën. Door samen te werken met specialisten als Arvalis, ABAB, DMS, Campina/Friesland, LIBA, andere studieclubs, DAP Ell en enkele voerleveranciers in de sessies, verbreed je je eigen horizon. Soms is het goed de bevestiging te krijgen van een ander dat hij het ook zo zou doen. Of om te zien bij een ander hoe het ook kan. En dan voor jezelf te beslissen wat jouw weg naar Rome moet gaan worden.”