Handleiding GPS rijenbemesting

Nieuws

Praktijknetwerk maakt handleiding GPS rijenbemesting in maïs

Gepubliceerd op
25 mei 2013

Het praktijknetwerk Maïstelen met GPS op zand heeft haar bevindingen met drijfmest als rijenbemesting bij mais met behulp van de GPS techniek, samengevat in een gratis teelthandleiding.

De drogestofopbrengsten van de (Drentse) demovelden in 2012 van gangbaar bemeste (40 ton drijfmest volvelds) en met GPS-rijenbemesting (35 ton) bemeste percelen waren vergelijkbaar rond 17,5 ton ds/ha. Wanneer er 40 ton drijfmest bij GPS-rijenbemesting werd toegepast, kwam de drogestofopbrengst op 18 ton uit. De deelnemers zijn daarmee enthousiast over de resultaten van de rijenbemesting en de toepassing met GPS.

De netwerkdeelnemers zien als belangrijk voordeel van de rijenbemesting met dierlijke mest dat de kunstmestgift achterwege kan blijven. De maïs kan dan een goede start maken. Voor de juiste bemesting benutten ze meer de mogelijkheden van toevoegen van mineralenconcentraten, vloeibare meststoffen (kali), spuiwater etc. Ook qua bewerkingskosten is bij goede omstandigheden het financieel aantrekkelijk om voor deze werkwijze te kiezen. De kosten van de hoofdgrondbewerking zijn lager, terwijl de kosten van mestaanwending toenemen.

De deelnemers willen de komende periode meer aandacht besteden aan:

Onkruiddruk
De onkruiddruk is hoger doordat de hoofdgrondbewerking wordt uitgesteld tot het najaar of niet meer plaats zal vinden. Dit is een punt van aandacht. De ervaring is dat onkruiddrukbeheersing of –verlaging te bewerkstelligen is door de groenbemester tijdig te bewerken in het voorjaar. Ook in dit systeem willen we een lage milieubelasting houden met het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Vraag daarbij is of eenmaal een goede bespuiting nodig is om een schoon perceel te krijgen, zodat in volgende jaren een minimaal gebruik mogelijk is, of dat er gekozen wordt om genoegen te nemen met een zekere onkruiddruk.
De deelnemers zijn geïnteresseerd in de mogelijkheden van een oppervlakkige teeltbedbereiding na de mestaanwending en voor het zaaien. In het onderzoek is hier ervaring mee opgedaan.

Bladvlekkenziekte
Bladvlekkenziekte kwam afgelopen jaar weer voor op enkele percelen. Tijdens de bijeenkomst kwam naar voren dat het onderploegen van de gewasresten van maïs niet het gewenste resultaat oplevert. De sporen komen over het jaar erop weer boven na een tweede maal ploegen. Bladvlekkenziekte kan het beste bestreden worden door de maïs te spuiten bij een vroege signalering van een mogelijke besmetting.

Insporing en bodemverdichting
Vanwege hevige regenbuien op verschillende tijdstippen in de oogstperiode is insporing opgetreden. De groep vroeg zich af wanneer het beste deze insporing ongedaan gemaakt kan worden. Als beste oplossing hiervoor wordt gezien een bewerking met een grondwoeler (drietand cultivator) in een droge herfst- of voorjaarsperiode, als de draagkracht van de bodem dit toelaat. De grond moet daarna wel de kans krijgen om in te zakken. Om bodemverdichting in het voorjaar te voorkomen wordt gewerkt met een lage bandenspanning en verdeling van de druk (hondengang, uitschuifbare assen). Nieuw is de toepassing met sleepslangaanvoer en GPS met een aangepaste zodebemester voor rijenbemesting waar dit voorjaar mee gewerkt gaat worden om te zien of met dit systeem voldoende mest is aan te wenden.

Groenbemester
De opkomst van groenbemester kent een wisselend beeld. Percelen waarvan de maïs vroeg geoogst is, werden tijdig ingezaaid met groenbemester. Op die percelen is de groenbemester c.q. vanggewas goed opgekomen en was bodembedekkend. Dit beeld is wisselend in de praktijk. Daarom wil een merendeel van de groep experimenteren met onderzaai van bijvoorbeeld Italiaans raaigras. Dit geeft een beter “vangvermogen” dan een vanggewas die pas gezaaid wordt na de maïsoogst.

Meer informatie bij netwerkbegeleiders Bert Snel of Albert-Jan Bos.