Nieuws

Praktijknetwerk Ruwvoeropbrengst in Zicht van start

Gepubliceerd op
1 augustus 2013

Welk gewas reageert het dankbaarst op de verstrekte mineralen? De deelnemers van het praktijknetwerk Ruwvoeropbrengst in Zicht verdiepen zich in de gewasopbrengst van hun percelen. Vier melkveehouders met hun loonwerkers gaan grasopbrengstbepalingen doen van hun maaisnedes.

PNW Ruwvoeropbrengst in Zicht

“In het eerste jaar van het drie jarige netwerk willen we de grasopbrengst in kaart brengen. Enerzijds via GPS metingen op de hakselaar, maar ook via weegcellen op het erf ter calibratie”, aldus Inge van Schie projectleider vanuit DLV. In het praktijknetwerk nemen in totaal negen melkveehouders deel, vier loonwerkers en twee hakselaardealers.

Herman Krebbers van DLV Plant verzorgd de technische begeleiding van dit netwerk. “De deelnemende loonwerkers beschikken over opbrengstapparatuur op hun hakselaars, maar in de praktijk blijft externe metingen ter calibratie nodig”, vult Krebbers aan. De opbrengst wordt in de hakselaarbek bepaald door de afstand tussen de invoerrollen. Daarnaast beschikken veel hakselaars ook over een sensor in de pijp die via NIR (Near-InfraRed) metingen onder andere droge stof bepalingen doen. “Calibratie is nodig omdat de manier van harken invloed heeft op metingen tussen de invoerrollen. Hoe gelijkmatiger alle wiersen op het land liggen, des te nauwkeuriger de hakselaar dit kan meten. Daarnaast blijkt bij een suikerrijk gras de sensor in de pijp ook dicht slibt, waardoor de droge stof bepaling achterwege blijft”, vervolgt Krebbers.

Meten is weten

Niet alleen worden gegevens rondom gewasopbrengst verzameld, maar ook bemestingsgegevens worden nauwkeurig bijgehouden. “De deelnemers nemen voor het uitrijden van iedere snede een mestmonster, houden bij hoeveel mest er op de weegpercelen is uitgereden, er wordt één dag voor maaien een versgras monster genomen, de gewasopbrengst wordt tijdens het kuilen bepaald, en naderhand worden kuilmonsters en een bodemmonster genomen. Op deze wijze denken wij voor het eerste jaar een goed beeld te krijgen wat er op de percelen bemest wordt en hoeveel opbrengst er daadwerkelijk afgehaald wordt”, licht projectleider van Schie toe.

Op dit moment worden bij vier melkveehouders opbrengstmetingen gedaan. Iedere melkveehouder heeft drie maaipercelen aangewezen waarbij opbrengst en bemesting nauwkeurig wordt bijgehouden. Van de andere percelen wordt alleen de opbrengstmetingen gedaan.