Nieuws

Perspectief om te blijven bemesten met sleepslang op natte zandgrond

Gepubliceerd op
2 april 2012

Eind 2011 heeft het praktijknetwerk Alternatief Sleufvoetenmachine op zandgrond haar werkzaamheden afgerond. Verschillende systemen zijn bekeken om zonder structuurschade mest al vroeg in het voorjaar aan te wenden. Een overzicht van aanleiding, conclusies en resultaten. Vanaf 1 januari 2012 moet de drijfmest direct in de grond gebracht worden. De sleufjes mogen niet breder zijn dan 5 centimeter en de afstand tussen de kouters moet minimaal 15 centimeter zijn. Er mag geen overlap van bemesting plaats vinden. Boven watervoerende of droge greppels mag niet bemest worden. De bemesters moeten beschikken over afsluitende secties en bij heffen op de kopakker dienen alle afsluiters dicht te zijn.

De ondernemer is zelf verantwoordelijk dat de mest op de juiste manier volgens wet- en regelgeving in de grond komt. Medewerkers van de nieuwe VWA (AID) beoordelen altijd het uitgevoerde werk en niet de machine, omdat de man op de trekker belangrijk is voor de kwaliteit van het uitrijden van de mest. Alles valt en staat uiteindelijk met de manier van toedienen, het tijdstip, de weersomstandigheden, de juiste afstemming tussen machine, de grootte van de mestgift en een chauffeur met ervaring en een ondernemer met geduld. Tijdens natte omstandigheden een weekje later bemesten is vaak de beste optie. Aanleiding voor de start van het netwerk in 2009 was een goed alternatief te vinden voor de sleepvoetenmachine met sleepslang op natte zandgrond. Om de mest in de grond te brengen is meer druk op de machine nodig en het vraagt meer trekkracht. Door de mest in de grond te brengen realiseert de ondernemer bovendien een hoger werkingspercentage van stikstof. Hierdoor snijdt het mes aan twee kanten, namelijk minder emissie en een hogere werkingscoëfficiënt.

De groep melkveehouders heeft samen met een loonwerker van het praktijknetwerk in Noord Nederland graspercelen op natte zandgronden, ter voorkoming van insporing, gebruik maakt van sleepslangenaanvoer in combinatie met sleufkouter of sleepvoetmachine. Deze werkwijze is goed voor een grote capaciteit tegen een lage prijs. Bovendien kan men vroeger het land op.

De netwerkleden wilden gezamenlijk werken aan het ontwikkelen van een systeem dat tegen een acceptabele kostprijs op de natte voorjaarsgronden op zand mest kan aanwenden. Een systeem dat voldoet aan alle wensen van de deelnemers en bovendien past binnen de wet- en regelgeving. Het netwerk heeft in 2010 gekeken naar machines die een lagere bodemdruk geven om daarmee structuurschade te voorkomen. Uiteindelijk zijn in het netwerk verschillende machines getest. Alle systemen kennen voor- en nadelen, maar externe factoren zijn vaak bepalend voor het uiteindelijke resultaat. Uit de verschillende demonstraties blijkt, dat bij toedienen van drijfmest in de grond uiteindelijk netjes werken het verschil maakt.

Machines in de praktijk

Een van de grootste knelpunten was het daadwerkelijk in de grond brengen van de mest. Te hoge giften zorgen ervoor dat de mest uit de mestgootjes stroomde. Wanneer er meer dan 30 tot 35 m3 per hectare bemest wordt, moeten de mestgootjes dieper zijn dan die 5 tot 6 centimeter, die de sleufkouters trekken. De zodenbemester is in staat meer kuubs per hectare in de grond te brengen.

Afsluitbare secties en start-stop systemen

Alle bemesters zijn uitgerust met afsluitbare secties. Dat betekent dat een deel afgesloten kan worden, zodat er geen mest terecht komt in nabijgelegen greppels. Of het voorkomt juist dat stroken dubbel bemest of juist niet bemest worden. Percelen die schuin toelopen kunnen nauwkeuriger bemest worden.

Ook zijn alle bemesters uitgerust met het start-stop systemen. Met een druk op de knop door de chauffeur van de bemester valt het toerental van de trekker die de mestpomp bij de stal aandrijft terug. Hierdoor kunnen de afsluiters van de bemester dicht en voorkomt de chauffeur dat de mest uit de pijpen loopt op de kopakkers. Vanuit de wetgeving is sinds dit jaar het afsluiten van de bemester bij heffen op de kopakker een vereiste. Als alternatief voor het start-stop systeem voorzien machinebouwers bemesters meer en meer van buffertanks, zodat op de kopakker de bemesters met slangenaanvoer gewoon door kunnen pompen. Dit is bovendien positief voor de levensduur van de aanvoerslangen die bij het gebruik van een start-stop systeem hard sluiten door de grote drukvariaties.

Testen van aandrijfsystemen

Het netwerk heeft de afgelopen periode ook naar de verschillen aandrijfsystemen gekeken. Hierbij is gekeken naar een trike, zelfrijder, rupstrekker en de machine in hondengang. Hondengang betekent dat bij een vierwielig voertuig de voorwielen in een ander spoor lopen. Het wordt toegepast om zo min mogelijk insporing op het perceel te krijgen. Onder natte omstandigheden kan twee keer een wiel door hetzelfde spoor funeste gevolgen hebben voor de ondergrond of het gewas. Door de achterwielen in een ander spoor te laten lopen, wordt de bodemdruk over het veld verspreid.

De rupstrekker laat op het rechte eind geen sporen na, alleen op de kopakker zijn er sporen te zien als gevolg van het wringen van de bochten. Door gebruik te maken van brede banden met een lage luchtdruk kunnen ook normale tractoren in de meeste omstandigheden goed uit de voeten.

De voorkeur gaat uit naar een trike of een zelfrijder. Deze trekkers zijn beter in staat de benodigde trekkracht over te brengen en voldoende druk op de bemester te houden, zodat deze daadwerkelijk diep en netjes bij hogere giften in de zode kan snijden. Ook bij grote werkbreedtes is dit het geval. Hierdoor ontstaat er minder blijvende schade aan de graszode. Tevens zijn deze zeer geschikt voor de opbouw van een buffertank.

Bij het gebruik van trekkers is er minder gewicht op de bemester mogelijk en/of is de trekkracht beperkter. Wil men dan voldoende diepe sleufjes trekken dan is de keuze voor een smallere werkbreedte noodzakelijk.

Kosten

Om vroeg in het voorjaar te kunnen aanwenden is het nodig op (natte) zandgronden te kiezen voor systemen die structuurbederf voorkomen. Een andere mogelijkheid is te kiezen voor een beperktere werkbreedte bij het gebruik van een gewone trekker.

Het directe gevolg hiervan is dat de kosten van aanwending zullen toenemen om te kunnen voldoen aan de eis dat de mest in de grond is gebracht. Het tijdig aanwenden in het voorjaar levert een vroege start van de grasgroei. Stelregel hierbij is dat 2 weken eerder aanwenden 5 dagen eerder maaien betekent in het voorjaar. Het is de afweging voor de individuele veehouder met zijn loonwerker hoe hij dit invult afhankelijk van de bodemgesteldheid op zijn bedrijf.