Nieuws

Overwegingen bij oppervlakteverkleining

Gepubliceerd op
18 juni 2012

Koeien & Kansen-veehouder Coen Hagoort verwacht in 2013 zo’n 14 ha (ca 25%) minder oppervlakte te hebben. Dit heeft grote gevolgen voor het bedrijf. Een aantal overwegingen gaan dan spelen. Nog efficiënter produceren komt nadrukkelijker in beeld, minder vee houden eigenlijk niet. Meer voer per hectare dus.

Coen en Jeanette Hagoort nemen sinds twee jaar deel aan Koeien & Kansen. Een project waar ze veel inspiratie opdoen van hun collega’s. Tussen de anderen voelt Coen zich als een vis in het water. Het bedrijf is een puur melkvee- en grasbedrijf, met ca. 130 melkkoeien zonder jongvee. Tot dit jaar beschikt Coen over 58,6 ha grasland, waarvan zo’n 40 ha beweidbare huiskavel. Waarschijnlijk dat hiervan 14 ha in 2013 komt te vervallen. De intensiteit neemt dan toe van ca. 18.000 kg melk per hectare naar wel 25.000 kg.

Hekel aan mestafvoer

Welke keuzes heb je dan? Minder vee houden en minder melk produceren in combinatie met melk verleasen (zolang dit nog kan)? Of toch je vizier dezelfde kant op houden en zo optimaal mogelijk melk blijven produceren? De knel ontstaat dan bij het ruwvoer en de plaatsingsruimte voor mest. Voer aankopen is Coen wel gewend, dat doet hij nu ook al. Maar mestafvoeren is iets waar Coen een hekel aan heeft. Hij wil dan de kansen grijpen die er liggen binnen het management. Dus via BEX en kringloop, alle elementen zo optimaal mogelijk benutten. In 2010 en 2011 is er met BEX al beperkt resultaat geboekt voor stikstof (ca. 600 kg voordeel) en ruim 1000 kg fosfaatvoordeel.

Om in 2012 aan fosfaatgebruiksnorm van 2014 (de norm voor de Koeien & Kansen-bedrijven) te kunnen voldoen, moet Coen dit jaar flink letten op P-aanvoer uit krachtvoer. In 2011 was het gemiddelde P-gehalte 4,2 gram per kg. Voor 2012 moet dit nog lager. Tot en met mei is dit gemiddeld 4,02 gram. Dus we zitten goed op schema.

Meer gras per ha

Daarnaast liepen we in 2010 en 2011 via de KringloopWijzer tegen probleem aan dat het bodemoverschot aan P toenam in plaats van in evenwicht of zelfs af zou nemen. Ondanks lage input vanuit aangevoerd krachtvoer en de snijmaïs, blijkt dat de graslandopbrengst gewoon te ver achterblijft. Met andere woorden, Coen heeft bemest voor 10.000 kg droge stof per hectare, maar door groeiomstandigheden slechts 9.000 kg droge stof per hectare kunnen oogsten.

Hoe kunnen we deze omhoog krijgen? Ook in combinatie met betere benuttingscijfers? Dat is de uitdaging voor 2012 en volgende jaren. De eerste snede van 2012 is voor ca. de helft bemest met KAS als kunstmest. De andere helft is bemest met Xtra-N. Dit is een vloeibare kunstmeststof die bestaat uit spuiwater en urean, goed voor 13,5% stikstof. Toediening gebeurt direct via de aanwending van drijfmest met de sleepslang. Xtra-N wordt er dan bij gedoseerd zodat de verdeling gelijkmatig over het perceel is. Zowel in lengte als in de breedte.

De eerste resultaten duiden op een 4,5% hogere droge-stofopbrengst per hectare dan vergelijkbare percelen bemest met KAS. De opbrengst van eerste snede was gemiddeld 5000 kg droge stof per ha. Ondanks deze zware snede is het herstel best goed, zodat tweede snede verwacht wordt rond de langste dag. Daarmee is de eerste stap naar meer opbrengst per ha gezet. Blijft er dan een te kort aan voer, dan koopt Coen mogelijk meer snijmaïs aan, wat ook nog eens positief is voor de BEX.

Welke keuze er precies gemaakt gaat worden hangt ook sterk af van de financiële gevolgen hiervan. Vooralsnog is krimp niet de eerste insteek. Daarom zijn er onlangs weer aantal nieuwe vaarzen op bedrijf gekomen om veestapel te versterken.