Nieuws

“Laat het bemesten ook bij u zijn sporen na?”

Gepubliceerd op
3 augustus 2012

Zo luidde de kop boven de uitnodiging voor de zomeravondexcursie die door het netwerk Duurzame Voerproductie werd georganiseerd. Op 3 juli jl. waren ruim 70 melkveehouders geïnteresseerd in de eerste resultaten van het onderzoek naar de invloed van rijschade bij de aanwending van mest op de opbrengst van een gras/klaver perceel.

Het gemiddelde ruw eiwit in de Flevolandse graskuilen zakt. Met de inzet van klaver kan deze daling worden gekeerd. De belangstelling voor de teelt van gras/klaver-mengsels is echter nog beperkt, doordat menig melkveehouder het management van de teelt en het behouden van het juiste klaveraandeel als lastig ervaart. Zo is het voor behoud van rode klaver in de grasmat van belang rijschade te voorkomen. Sowieso is het voorkomen van rijschade bij de voederwinning en met name de organische bemesting van belang. Met het monitoren van een praktijkperceel, waarop gedurende het groeiseizoen met 3 verschillende bemestingstechnieken de organische bemesting wordt uitgevoerd, wil het netwerk de voordelen van de teelt van grasklaver en het voorkomen van rijschade onder de aandacht brengen.

De aanwezige melkveehouders op de zomeravondexcursie waren positief over de gerealiseerde opbrengst van 9 ton droge stof met de eerste en tweede snee. Maar de oogst- en bemestingswerkzaamheden hebben nadrukkelijk hun sporen nagelaten, vooral in de vorm van het verdwijnen van de klaver in de sporen. De opbrengstderving door bereiding bij de mestaanwending mag zich dan in de eerste twee snedes beperken tot 6% in de bereden oppervlakte, maar deze opbrengstderving zal in de volgende snedes toe nemen. Dit door de vermindering van de structuur in de sporen en het wegvallen van de stikstoflevering vanuit de klaver.

Op 23 juli werd de derde snee geoogst met een droge stofopbrengst van 2.8 ton en de op het oog waarneembare verschillen tijdens de zomeravondexcursie zijn bevestigd met de opbrengstbepalingen. De opbrengstbeperking door bereiding bij de mestaanwending is opgelopen tot gemiddeld 8.5 %. Later zal de uitsplitsing naar de verschillende bemestingstechnieken plaatsvinden.