Nieuws

Koeien&kansen-bedrijven bereiken lage ammoniakemissie

Gepubliceerd op
4 juni 2012

Ammoniakemissie kan een knelpunt vormen voor de melkveehouderij, zeker in de buurt van Natura2000 gebieden.

Ook voor andere bedrijven geldt dat de emissie niet omhoog moet gaan, want dan is groei van de veestapel niet mogelijk. Ook al is het quotum eraf. De Koeien&Kansen bedrijven streven ernaar om de ‘eigen’ ammoniakemissie van 2006 gemiddeld met 30% te reduceren, vooral via voeding. Dit betekent dat de emissie per 1000 kg melk gemiddeld niet boven de 3,2 kg mag zijn. In 2011 is de gemiddelde ammoniakemissie op 3,4 kg per ton melk bepaald bij de K&K-bedrijven.

De ammoniakemissie op de Koeien&Kansen bedrijven is bepaald met BEA het rekenprogramma dat via de BEX de totale ammoniakale stikstof (TAN) in de mest bepaalt en vervolgens de ammoniakemissie in de stal, via beweiding en mesttoediening. Figuur 1 laat de ammoniakemissie per bedrijf zien. Gemiddeld bedraagt deze circa 3,4 kg per ton melk, terwijl een gemiddeld melkveebedrijf in 2009 op circa 4,4 kg ammoniakemissie per ton melk zat. Een flink stuk minder op de Koeien&Kansen-bedrijven, en De Marke, in 2011 dus. Een aantal intensieve bedrijven (> 19.000 kg melk per ha) scoren lage emissies per ton melk. De Marke is niet intensief, maar voert eiwitarm en heeft een emissiearme stal. Daardoor realiseert dit bedrijf toch een behoorlijk lage emissie per ton melk. Factoren die een verlagende invloed op de emissie hebben zijn gebruik van eiwitarme voedermiddelen als snijmaïs en pulp, maar ook weidegang en een flink aandeel bouwland, waar mestinjectie plaatsvindt. Injectie leidt  tot een lagere emissie dan gebruik van de zodenbemester en sleufkouter op grasland. Eiwitrijke rantsoenen, mogelijk met een flink aandeel gras en graskuil, zullen een verhogende invloed op de ammoniakemissie hebben.

Maar met 3,4 kg per ton melk is het doel van 3,2 kg  nog niet bereikt. Een nauwkeurige en eiwitarme voeding is de eerste stap om het doel te bereiken. Daarna komen andere maatregelen bij mesttoediening, stal en beweiding aan de orde. Een goed resultaat van de BEA begint bij een goed resultaat van de BEX.

Figuur 2 laat de emissiebronnen zien van ammoniak op de bedrijven. Hierin is te zien dat het grootste deel van de emissie wordt gerealiseerd uit de stal en mestopslag enerzijds en via mesttoediening op gras- en maislland anderzijds.


  • Figuur 1 ammoniakemissie (kg / ton melk) in 2009, 2010 en 2011 van alle koeien&kansen-bedrijven, De Marke en het gemiddelde per jaar.
  • Figuur 2 de relatieve emissiebronnen voor ammoniak op de verschillende koeien&kansen-bedrijven en De Marke.