Nieuws

Koeien & Kansen-bedrijven onder de loep met KringloopWijzer (5/5) Keukentafelgesprek blijft onmisbaar

Gepubliceerd op
29 oktober 2012

De verscheidenheid in melkveebedrijven in Nederland is groot. Zowel in de bedrijfsstructuur, bedrijfsvoering als in prestaties. Maar waarom doet de ene boer het nu beter/anders dan een ander?

KK-nws-2012102901.jpg

Dat vraagt een analyse waarin alle facetten van het bedrijf worden meegenomen. Voor de verdere ontwikkeling van een bedrijf is zo’n analyse eigenlijk onmisbaar. Dat geldt zowel op financieel/economisch gebied als op het gebied van milieuprestaties. Voor dat laatste is de KringloopWijzer een zeer handig hulpmiddel. Die brengt op een vrij eenvoudige manier de structuur, bedrijfsvoering en milieuprestaties in beeld. Maar ook dan blijven er verschillen met andere bedrijven over die pas verklaarbaar worden in een keukentafelgesprek.

In voorgaande berichten zijn de overschotten en de benutting van stikstof en fosfaat in de bedrijfskringloop op het bedrijf en op de bodem gepresenteerd.

De verschillen tussen de bedrijven waren vaak groot. Met de beschikbare informatie was het niet altijd duidelijk waar die verschillen vandaan kwamen. Dat vereist een diepere analyse. In Figuur 1 zijn nogmaals de resultaten van stikstofoverschot en stikstofbenutting van de Koeien & Kansen-bedrijven in 2011 weergegeven. Om de cijfers meer te laten spreken, kiezen we vier bedrijven met onderlinge verschillen in het stikstofoverschot op de bedrijfsbalans en de stikstofbenutting van het gehele bedrijf. We kiezen twee bedrijven met een laag stikstofoverschot waarvan één met een lage benutting (nr. 4) en één met een hoge benutting (1). En twee bedrijven met een hoog stikstofoverschot waarvan weer één met een lage benutting (15) en één met een (relatief) hoge benutting (16). Aanvullende gegevens voor een nadere analyse staan in de tabel. Alle vier bedrijven liggen op kleigrond en produceren rond een miljoen liter melk. Maar per ha varieert de melkproductie van 12.500 tot 30.600 liter.

Laag stikstofoverschot

We vergelijken eerst de twee bedrijven met een laag stikstofoverschot. Het bedrijf met een hoge stikstofbenutting (1) heeft een hoge aanvoer EN een hoge afvoer per ha. Daarom is de benutting ook hoog. Dit bedrijf weet de veel hogere stikstofaanvoer naar de bodem dus daadwerkelijk om te zetten in opbrengst: ruim 13,5 ton droge stof per ha aan gras en 17,5 ton aan maïs. Bedrijf (4) heeft een veel lagere bedrijfsbenutting. Een klein deel van het verschil wordt verklaard door de iets lagere benutting van de veestapel. Het grootste verschil zit echter in de stikstofbenutting van de bodem. Voor bedrijf 1 en 4 is dat respectievelijk 90 en 66%. De droge-stofopbrengst op bedrijf 4 blijft daarbij steken op een kleine 8,5 ton per ha gras.

Hoog stikstofoverschot

De twee bedrijven met een hoog stikstofoverschot zijn intensief, bedrijf 16 zelfs erg intensief is. De afvoer van melk en vlees op bedrijf 16 is dan ook hoog (179 kg N per ha). Toch heeft dit bedrijf daarvoor relatief minder aanvoer van mineralen nodig dan bedrijf 15. Dat resulteert in een duidelijk betere benutting (zie ook figuur 2). Heeft bedrijf 16 dan betere koeien? Nee, in tegendeel. De stikstofbenutting van de veestapel is op bedrijf 15 meer dan 4% hoger dan op bedrijf 16. En dat is behoorlijk veel. Maar die ‘winst’ van bedrijf 15 gaat weer verloren bij de bodem. Daardoor scoort bedrijf 15 overall dus alsnog een lagere benutting dan bedrijf 16.
De hoge mineralenaanvoer naar de bodem weet bedrijf 15 onvoldoende om te zetten in opbrengst. De stikstofbenutting van de bodem bedraagt zodoende ‘maar’ 55%. Bedrijf 16 scoort op dit punt beter. De hoge aanvoer (473 kg N per ha) wordt voor 60% omgezet in gewas met 12 ton droge stof per ha gras en 22 ton per ha maïs. Overigens kon bedrijf 1 uit de vorige vergelijking, met een opbrengst voor gras van 13,5 ton droge stof, dit met een nog veel lagere aanvoer en had dus een nog hogere benutting.

Keukentafel behoudt functie

De Kringloopwijzer biedt veel kengetallen die kunnen bijdragen aan een ‘sterkte en zwakte analyse’ van een bedrijf. Bovenstaande uiteenzetting is daarvan een voorbeeld. Maar er blijven nog genoeg vragen over. Waarom weet het ene bedrijf bijvoorbeeld de aanvoer van mineralen naar de bodem beter om te zetten dan het andere bedrijf? Voor die vraag zijn gegevens nodig over de omstandigheden op het bedrijf zoals bodemvruchtbaarheid, waterhuishouding, verkaveling, maar ook zaken als ‘type ondernemer’. Veel van die gegevens kunnen we natuurlijk nog toevoegen aan de Kringloopwijzer, maar andere zaken blijven toch onderwerp voor de ‘gesprekken aan de keukentafel’ of in studiegroepen.

Figuur 1. Stikstofoverschot (kolom, kg/ha) en stikstofbenutting (balkje, %) van de Koeien & Kansen-bedrijven in 2011. De laatste kolom (Gem. NL, gearceerd) is het resultaat van gemiddeld in Nederland in 2009, berekend op basis van BIN-cijfers (LEI).
Figuur 1. Stikstofoverschot (kolom, kg/ha) en stikstofbenutting (balkje, %) van de Koeien & Kansen-bedrijven in 2011. De laatste kolom (Gem. NL, gearceerd) is het resultaat van gemiddeld in Nederland in 2009, berekend op basis van BIN-cijfers (LEI).
Figuur 2. Stikstofbenutting (%) in de kringloop van vier Koeien & Kansen-bedrijven in 2011.
Figuur 2. Stikstofbenutting (%) in de kringloop van vier Koeien & Kansen-bedrijven in 2011.
KK-nws2012102901-tabel1.jpg
Meer info bij Jouke Oenema