Nieuws

Koeien & Kansen-bedrijven onder de loep met KringloopWijzer (1/5) Stikstofoverschot 200 en fosfaatoverschot 6 kg per ha

Gepubliceerd op
16 juli 2012

Sinds de afschaf van Minas, raakt het begrip mineralenoverschot meer en meer uit beeld. Toch is dit voor een melkveehouder relevante informatie. Het geeft de hoeveelheid mineralen aan die niet door het bedrijf benut is. In geval van stikstof kan een deel hiervan uitspoelen of de lucht in gaan (ammoniak, broeikasgassen). Over 2011 bedroeg het gemiddelde stikstofoverschot op de Koeien & Kansen-bedrijven 205 kg per ha en het fosfaatoverschot 6 kg per ha. Deze resultaten zijn bepaald met de KringloopWijzer.

Figuur 1 laat het stikstofoverschot per Koeien & Kansen-bedrijf zien in 2011. Gemiddeld bedraagt het stikstofoverschot 205 kg per ha. Dit is vergelijkbaar met het gemiddelde bedrijf in Nederland in 2009 (BIN-cijfers). Maar let op; de Koeien & Kansen-bedrijven melken gemiddeld 22.500 kg melk per ha tegen ‘maar’ 13.500 kg per ha voor gemiddelde Nederland in 2009. Daarbij weten we uit ervaring dat een hoge(re) intensiteit meestal gepaard gaat met een hoger overschot per ha. Om voeraankopen en de afhankelijkheid daarvan zo veel mogelijk te beperken, gebruiken intensieve bedrijven vaak meer meststoffen per ha. Het risico bij deze hogere bemesting is dat deze niet altijd goed wordt benut. Goed management is dan een voorwaarde. De Koeien & Kansen-veehouders doen dit, want hun stikstofoverschot is immers gelijk aan die van veel minder intensieve bedrijven.

Bij fosfaat hebben de Koeien & Kansen-bedrijven een voorsprong ten opzichte van het gemiddelde Nederlandse bedrijf (Figuur 2). Met 6 tegen 18 kg per ha is hun overschot gemiddeld 12 kg per ha lager!

Uiteraard grote verschillen

De verschillen in overschotten tussen de Koeien & Kansen-bedrijven zijn groot. Het stikstofoverschot varieert van 115 tot 305 en het fosfaatoverschot van -22 tot +27. Naast de intensiteit van een bedrijf heeft uiteraard ook de bedrijfsvoering, zoals het beheren van het vee, mest, bodem en gewas, invloed op het overschot. Enkele concrete factoren zijn bijvoorbeeld een laag ruw-eiwitgehalte in het rantsoen, het beter benutten van eigen mest door een zorgvuldige mestopslag en toediening op het juiste tijdstip, niet meer bemesten dan noodzakelijk, zorgvuldig inkuilen, etc. Al die factoren leveren informatie over de structuur van het bedrijf en de bedrijfsvoering en zijn onderdeel van de KringloopWijzer. Meer hierover in een volgend bericht dat ingaat op de mineralenbenutting.


Figuur 1 Stikstofoverschot (kg N/ha) in 2011 op Koeien & Kansen-bedrijven. De laatste kolom (Gem. NL, in blauw) is het resultaat van gemiddeld in Nederland in 2009, berekend op basis van BIN-cijfers (LEI).
Figuur 1 Stikstofoverschot (kg N/ha) in 2011 op Koeien & Kansen-bedrijven. De laatste kolom (Gem. NL, in blauw) is het resultaat van gemiddeld in Nederland in 2009, berekend op basis van BIN-cijfers (LEI).
Figuur 2 Fosfaatoverschot (kg P2O5/ha) in 2011 op Koeien & Kansen-bedrijven. De nummers komen overeen met de nummers in Figuur 1. De laatste kolom (Gem. NL, in blauw) is het resultaat van gemiddeld in Nederland in 2009, berekend op basis van BIN-cijfers (LEI).
Figuur 2 Fosfaatoverschot (kg P2O5/ha) in 2011 op Koeien & Kansen-bedrijven. De nummers komen overeen met de nummers in Figuur 1. De laatste kolom (Gem. NL, in blauw) is het resultaat van gemiddeld in Nederland in 2009, berekend op basis van BIN-cijfers (LEI).