Het beste tijdstip van grondmonster

Nieuws

Het beste tijdstip voor een grondmonster

Gepubliceerd op
19 november 2015

Wanneer kan ik het beste mijn percelen laten bemonsteren en analyseren? Kan dat in het najaar al of is het beter om te wachten tot in de winter of het voorjaar? En wat is dan het effect op mijn fosfaatklasse?

Eenvoudig is het niet. De ene ‘soort’ stikstof (N) wordt  sterk beïnvloed door de seizoenen (koud, warm, nat, droog). De andere soort stikstof trekt zich van dat alles niets aan. Voor fosfaat (P) en andere bodemkengetallen gelden weer andere regels. De Commissie Bemesting Grasland en Voedergewassen (CBGV) geeft een toelichting.

Metafoor voorraad bord-tafel-keuken-kelder

Op de uitslag van het grondonderzoek staan bodemkengetallen die de totale bodemvoorraad weergeven, maar ook kentallen die de direct beschikbare hoeveelheid van een element weergeven. Om dit uit te leggen vergelijken we de fracties in de bodem met de voedselvoorraad op het bord, op tafel, in de keuken en in de kelder met een zogenaamde metafoor (zie Figuur 1).

Figuur 1. Fracties in de bodem vergeleken met voorraad in kelder en keuken, op tafel en bord. P-PAE is gelijk aan P-CaCl.
Figuur 1. Fracties in de bodem vergeleken met voorraad in kelder en keuken, op tafel en bord. P-PAE is gelijk aan P-CaCl.

Als je thuis aan tafel zit te eten ligt er eten op je bord. Als je bord leeg is kun je  dat aanvullen met eten dat nog op  tafel staat. Als de tafel leeg raakt, hoop je dat er nog wat in de keuken is. Zo is het ook in de bodem. Een deel van de nutriënten is direct opgelost in het bodemvocht en kan een gewas direct opnemen. Deze direct opneembare voorraad is relatief beperkt, maar kan worden nageleverd door de plantbeschikbare voorraad, bodemvoorraad en soms ook door totale bodemvoorraad. Ofwel: het wordt nageleverd door de tafel, de keuken en de kelder. Als je niet investeert in bodemreparatie (bodemvruchtbaarheid) dan zal de keuken langzaam leeg raken en ook de kelder raakt leeg. Met andere woorden, de bodemvruchtbaarheid zal afnemen en daarmee ook het opbrengend vermogen van percelen. De keuken moet dus zoveel mogelijk op orde blijven om een hogere potentiele opbrengsten te realiseren.

Stikstof (N)

De totale bodemvoorraad N kun je dus vergelijken met de voedselvoorraad in je kelder, de direct beschikbare N-voorraad met de boterham die gesmeerd op je bord ligt. Zo kan de totale bodemvoorraad aan stikstof wel 10.000 kg N per hectare zijn. Deze grote hoeveelheid N wordt niet beïnvloed door één keer mest uitrijden. Het wordt ook niet beïnvloed door een N-kunstmestgift. Het is een zogenaamde kelderbepaling. Deze N is voor 99% organisch gebonden. Het is de bron van voedsel voor bodemleven. Onder goede omstandigheden (goede bodemstructuur, warm, vochtig weer) zal het bodemleven een klein deel van dit organische materiaal opvreten en daar komt N bij vrij (mineralisatie). Het gemineraliseerde deel (Nmin) is 1-3% van de totale voorraad en zal in dit voorbeeld 100 tot 300 kg N bedragen. Dat zijn voor gras en mais belangrijke hoeveelheden, maar het zal op de N-totaalbepaling geen effect hebben. De gemineraliseerde N (Nmin) is te vergelijken met de bord/tafelfractie. Deze bord-tafelfractie is beïnvloedbaar door (dierlijke)mest en kunstmest. In het standaard grondonderzoek wordt N-totaal (kelder) gemeten. Het maakt voor deze kelderbepaling niet uit of het monster in november of in januari is genomen.

Fosfaat (P)

Figuur 2. Effect van P bemesting op P-CaCl of P-PAE (tafel) in grasland te Lisse (duingrond). Na de bemesting ontstaat er een nieuw evenwicht.
Figuur 2. Effect van P bemesting op P-CaCl of P-PAE (tafel) in grasland te Lisse (duingrond). Na de bemesting ontstaat er een nieuw evenwicht.

Voor fosfaat is de situatie anders. Bij fosfaat wordt vooralsnog geen kelderbepaling gemeten. De bemestingsadviezen op grasland en maïs zijn gebaseerd op de keukenbepaling (P-Al) en op de tafelbepaling (P-CaCl (of P-PAE)). Deze getallen worden beiden beïnvloed door een dierlijke mestgift of door kunstmest. Ze worden zelfs beïnvloed door een kalk of gipsgift. Deze P-cijfers zullen stijgen na de bemesting. Pas na 4 tot 6 weken zal er een nieuw evenwicht in de bodem zijn gerealiseerd en zullen de P-cijfers weer op het oudere niveau liggen (zie Figuur 2). Neem dus geen monster binnen 4 – 6 weken na een mestgift.

Bij kalk en gips is het anders. De calcium in de kalk en gips zal fosfaat binden en de P-cijfers zullen tijdelijk een verlaging laten zien. In deze periode is het wettelijk niet toegestaan een monster te nemen als de monsters (ook) voor fosfaatdifferentiatie bedoeld zijn.  

Tijdstip van monstername niet van invloed op P

De vraag die dan overblijft is of de P-cijfers worden beïnvloed door tijdstip van monstername als er geen gips/kalk of mest wordt benut (of 4 – 6 weken nadien). Ondanks dat P-CaCl (PAE) een tafelbepaling is en P-Al een keukenbepaling is, wordt de uitslag nauwelijks beïnvloed door de seizoenen. Fosfaat wordt in de bodem namelijk gebonden door ijzer, aluminium, calcium en aan de randen van het kleihumuscomplex. Deze bindingen zijn bodemchemische verbindingen en worden niet beïnvloed door het bodemleven (dus ook niet door temperatuur en vocht). Het beschikbaar komen van deze P wordt dus voornamelijk bepaald door chemische evenwichten en niet door mineralisatie (bodembiologie). 

Samengevat voor N en P

De N-totaal en de daarvan afgeleide N-levering (NLV) worden niet beïnvloed door het tijdstip van monstername en ook niet door mestgiften. De P-Al en de P-CaCl (PAE) worden  ook niet beïnvloed door het moment van monstername, maar wel door mestgiften.  

Monstername pH

De pH neemt heel geleidelijk af door natuurlijke processen. Het bemonsteringstijdstip maakt dus niet uit. De pH neemt natuurlijk wel toe door bekalking. Het is verstandig om daar rekening mee te houden. 

Overige kengetallen

Stikstof en zwavel zijn vergelijkbaar. De S-totaal is een kelderbepaling die niet wordt beïnvloed door mest of tijdstip. Calcium, magnesium, kalium en natrium worden gebonden aan het kleihumuscomplex (keukenbepaling). Deze kengetallen worden sterk beïnvloed door mestgiften (oa kalium) en door kalk en gips (calcium en magnesium), maar niet door weersomstandigheden.