Nieuws

Global Dry Matter Initiative gestart

Gepubliceerd op
10 juli 2012

Een fokwaarde voor voerefficiëntie is zinvol omdat veehouders zo uiteindelijk efficiëntere koeien kunnen fokken, zodat de voerkosten beperkt blijven, evenals de milieubelasting.

Want waarschijnlijk zal de methaan- en ammoniakemissie per kg melk dan ook dalen. Het is niet eenvoudig om een fokwaarde voor voerefficiëntie te bepalen, omdat dan zeer veel (duizenden) voeropnames in beeld moeten zijn. Dat is in veel landen nogal eens niet het geval. Daarom is internationaal gezocht naar gegevens van voeropname in combinatie met DNA van koeien.

Na eerst een één op één samenwerking opgezet te hebben met Australië om de methodiek te testen, heeft dit project nu geleid tot een ‘Global Dry Matter Initiative (gDMI). Dit is een samenwerking met 10 partners van 9 landen. Samen hebben deze partners nu een dataset gebouwd van bijna 12.000 lactaties van 9.000 koeien met voeropnamegegevens, waarvan 6.400 met DNA gegevens. Dit alles is opgestart vanuit het project ‘Nu naar echte fokwaarden voor voerefficiëntie’ dat door PZ en CRV wordt gefinancierd.

Tijdens een week in Wageningen zijn al deze data van afzonderlijke landen gecombineerd in één database. Met deze informatie zal de komende maanden gewerkt worden aan een genomische voorspelling, die dan in ieder land afzonderlijk gebruikt kan worden als er een fokwaarde voor voeropname/voerefficiëntie geschat wordt. Het voordeel van een genomische voorspelling in plaats van een fenotypische voorspelling is dat het lastig is om veel fenotypen (individuele voeropnamen) te verzamelen. Maar het DNA is wel van veel dieren bekend, en middels die genomische voorspelling kan op basis van het DNA van de koe bepaald worden of die koe wel/niet efficiënt is. De resultaten daarvan hopen we komend voorjaar te kunnen presenteren.